De Nieuwe Regels: die stel je zelf op!

opiniestuk

In de uitspraak van de Raad van State van 2 februari 2011 inzake de verbindendheid van NEN-normen wordt doorgeborduurd op het arrest in de Knooble NEN-zaak van 16 november 2010.

Conclusie: er zijn voorschiften die niet door de overheid zijn opgesteld en gepubliceerd die de burgers wel wettelijk binden.

Deze voorschriften vallen niet onder de zogenaamde algemeen verbindende voorschriften, de voorschriften die door de overheid op basis van haar regelgevende bevoegdheid zijn uitgevaardigd en waarvan naleving krachtens de wet afgedwongen kan worden.

Deze andere voorschriften “ontstaan” op een manier anders dan in de wet is bepaald, maar krijgen, naar oordeel van de Raad van State, toch een algemeen geldend karakter waardoor iedereen er wettelijk aan is gehouden.

In de rechtsoverwegingen wordt het arrest in de Knooble NEN-zaak aangehaald. Er wordt  in het bijzonder ingezoomd op het aspect kenbaarheid: NEN-normen liggen ter inzage bij het NNI waar belangstellenden van de normen kennis kunnen nemen. De Raad van State acht het niet onredelijk dat de normen hiermee voor de burger voldoende kenbaar zijn. Het adagium “Iedere burger wordt geacht de wet te kennen” is hiermee voorwaardelijk: je moet daarvoor wel naar het NNI (kunnen) reizen of de knip trekken. Het is opmerkelijk dat de rechtsoverwegingen zijn gebaseerd op een interpretatie van kenbaarheid anders dan de voorwaarden die vanuit de Grondwet en Publicatiewet zijn gesteld.

Hoe wettelijke regels worden opgesteld en hoe iedereen hier kennis van kan en moet nemen is hiermee  niet langer gebaseerd op wat we daar vanuit de Grondwet over hebben bepaald. Het doel van de Publicatiewet “kenbaarheid” wordt hiermee ontkoppeld van de wettelijke voorschriften om dit ook eenduidig  en objectief te regelen.

Hiermee wordt vrije toegankelijkheid opgeofferd en vervangen met een subjectieve standaard voor kenbaarheid. Er voor betalen (hoeveel precies?) of naar NNI reizen om de normen in te zien is, volgens de Raad van State, nu ook OK.

Iedere burger wordt hiermee niet langer geacht de wet te kennen, iedere burger wordt hiermee ook geacht over een vervoersmiddel te beschikken, of op een andere manier kosten voor vervoer te maken om naar het NNI te reizen om daar te vernemen waar hij precies aan is gehouden.

Is kenbaarheid verzekerd, ongeacht wie de normen heeft opgesteld, dan zijn de verwezen normen (normen die in wetten voorkomen) algemeen verbindend … volgens de Raad van State. Nu kennen we allemaal inmiddels het Nieuwe Werken en het Nieuwe Rijden. Daar kunnen we nu dan ook “de Nieuwe Regels” aan toevoegen: stel zelf uw wettelijke regels op! Alleen kenbaarheid telt! Dat moet je wel even netjes regelen. Hoe? Dat is bespreekbaar.

De Nieuwe Regels komen hiermee tot stand op een manier anders dan de wet voorschrijft.

Voor de professionals (bouwers, architecten en installateurs) wordt het betalen voor normen door de Raad van State als acceptabel gezien en hiermee is voor deze groep de kenbaarheid voldoende op orde. Voor de burger zijn de normen te raadplegen door een bezoekje aan de bibliotheek van NNI of wellicht heeft de gemeente nog wat normen liggen. Dat je daar kosten voor moet maken en, gebaseerd op het auteursrecht je de normen niet even mag kopiëren om de zaakjes thuis nog eens goed te kunnen bestuderen, blijft buiten beschouwing.

Het is uiteraard vreemd dat er in de kenbaarheid van wettelijke regels onderscheid wordt gemaakt tussen de professional en burger. Vanuit de Grondwet bestaat dit niet dus wat moet je hier dan mee? Dan kun je ook onderscheid gaan maken tussen het soort professional of misschien wel een onderscheid gebaseerd op je inkomen? Was er niet zoiets als het gelijkheidsbeginsel?

Voor de Nieuwe Regels geldt dat er op voorschriften auteursrecht zit en deze niet vrij beschikbaar zijn.

“Ja maar je kunt ook op een andere manier aan de voorschiften voldoen”, dit is de dooddoener als het om NEN-normen gaat, “een gelijkwaardige oplossing is ook goed.” Om gelijkwaardigheid te kunnen bepalen zul je toch de normen moeten raadplegen dus is er geen ontkomen aan.

Voor de Nieuwe Regels geldt: je betaalt direct aan de opsteller of maak maar reiskosten om ze bij de opsteller in te zien. Links- of rechtsom, je betaalt.

De praktische overwegingen, is het wel realistisch om in de bibliotheek van NNI met al jouw spulletjes, veelal zo niet volledig digitale informatie, de normdingetjes uit te gaan zoeken, is feitelijk niet relevant. Dat is jouw probleem.

Henk de Vries woonachtig te Maastricht is voor een NS dagretour € 45,80 kwijt plus goed 5 uur reistijd. Met enige marge zeg maar een dag. Tja … gratis in te zien bij NNI? Henk is principieel en heeft alles over de NEN-zaak gelezen. Hieruit concludeert hij dat hij als burger (niet professional) de normen gewoon gratis bij NNI kan gaan inzien. Mag Henk dan zijn kosten declareren en bij wie? We doen het even netjes, stel 8 uur à € 50,- = € 400,- plus de trein en nog wat bus geeft een afgerond totaal van € 500,-. We rekenen even niet de milieubelasting in CO2 e.d. voor deze rit om kennis te kunnen nemen van “wettelijke voorschriften.” Waar slaat dat “inzien bij NNI” op? Het is nu 2011 en we hebben onder andere internet. Is dit niet een prehistorische werkwijze om normale beschikbaarheid te voorkomen? Hoe bedenk je het.

Als Henk bij het NNI de normen in gaat zien is er dan, zoals je dat in Amerikaanse films ziet, een mannetje die in een aparte ruimte een kluisje open maakt … met handschoentjes aan de norm uit de kluis haalt … je krijgt dan in aparte ruimte de tijd de norm in te zien … terwijl hij buiten wacht. Nog voor je de norm mag bekijken word je gecontroleerd op eventuele hulpmaterialen zoals een camera of scanner om te voorkomen dat je een kopie maakt. Zelfs een pen word je afgenomen want stel je voor dat je de norm overschrijft! Op welke dagen en tijden kun je er terecht? Kan dat ook ’s avonds en in de weekenden, op feestdagen? Misschien zijn er nog “collectieve dagen” dat de bibliotheek / kluis is gesloten. Ik weet het niet. Kennis nemen van wettelijke regels is helemaal nog niet zo eenvoudig.

Wie weet, misschien is het best aardig het eens te ervaren.

Sta ik op de bouw en is er een discussie over “de regels” stel de NEN 1010, dan typ ik wat op de computer of smartphone en dan wil ik de tekst hebben … direct … zo hoort het vandaag de dag te zijn en ja, dan moet ik een printje kunnen maken om het aan de mensen te geven die er iets mee moeten (niets auteursrecht, niets abonnement met kosten en beperkingen in het gebruik). Dit moet niet anders zijn dan voor alle andere wettelijke regels: direct te vinden en te delen om correct toe te passen.

Kenbaarheid van toepassing op de Nieuwe Regels gaat er niet over hoe het in de praktijk werkt, want niemand haalt het in zijn hoofd om naar het NNI af te reizen om aldaar door de normen te spitten. Bij de Nieuwe Regels is de theoretische mogelijkheid voldoende. Jan kan daar toch gewoon naartoe dus wat zeur je nu? Ook die gelijkwaardigheid kan. OK, je moet dan toch eerst nog even de norm kopen maar het kan.

De motivering in de uitspraak van de Raad van State is gebaseerd op de uitleg dat kenbaarheid op meerdere manieren kan worden bereikt, in ieder geval ook anders dan via de Publicatiewet. Wat hier de wettelijke grondslag voor is wordt niet uit de doeken gedaan. Dat kan ook niet want daar is geen wettelijke grondslag voor. De Publicatiewet regelt de voorwaarden voor kenbaarheid. Dat is nu net waarom er een Publicatiewet is. Deze voorwaarden zijn door de Raad van State gepasseerd.

Tot slot
Los van alle juridische bespiegelingen, je blijft je afvragen waarom het kwartje niet valt. Vrije beschikbaarheid van wettelijke voorschriften zal een positief effect op de naleving hebben. Simpel: is iedereen op de hoogte van de voorschriften dan zijn er minder discussies, worden er minder fouten gemaakt en worden er geen zaken gevoerd over wat wel en wat niet van toepassing is. Ook in de scholing kan er dan alle aandacht voor zijn. Ben je daar als “idee” niet gevoelig voor … misschien dan het aspect geld: het zal een aanzienlijke besparing zijn waar iedereen van profiteert.

Is het eigenlijk niet te zot voor woorden dat we het er over moeten hebben hoe wettelijke regels worden opgesteld en iedereen hier kennis van kan en moet nemen? Dit is al keurig bepaald in onze Grondwet. Doe dat dan ook zo!

P.H.J. Plass

Noot:
Ik realiseer me dat de interpretatie van de uitspraak van de Raad van State is gebaseerd op mijn visie!