Forum

Het forum is gesloten. Meediscussiëren is niet meer mogelijk...


E. van Liempt | Geplaatst op: 16-01-2013
Beste heer (Rob) van Gestel;
Als antwoord op uw vraag zijn er op de algemene normen nationale bijlagen van toepassing. Dat betekent in mijn vakgebied als constructeur bijvoorbeeld dat er voor iedere norm ook los daarvan een nationale norm ("nationale bijlage") bij aangeschaft moet worden. Op die manier wijkt per artikel en per land de regelgeving alsnog af doordat met name de te rekenen factoren per land afwijkend zijn gespecificeerd. Dit komt bijna in ieder artikel voor. Voor geologische aspecten is dit zelfs (begrijpelijkerwijs) volledig afwijkend middels een voor Nederland aangewezen afzonderlijke norm. De regelgeving is per land anders; in ieder geval (voor zover ik heb kunnen zien) voor mijn vakgebied.

Rob van Gestel | Geplaatst op: 27-11-2012
Volgens mij is het juridisch zo dat waar het gaat om geharmoniseerde Europese normen, de inhoud gelijkwaardig dient te zijn in iedere lidstaat. Daarom heet het ook geharmoniseerd. Het enige verschil zou de vertaling mogen zijn. Maar indien men voor de Engelse tekst zou gaan van de geharmoniseerde standaard dan zou die m.i. in iedere lidstaat in principe gelijk moeten luiden. Wat ik me daarom afvraag is of je niet de geharmoniseerde Europese norm daar kunt kopen waar deze het goedkoopste is. Mag de Nederlandse overheid toepassing van een Europese geharmoniseerd standaard weigeren enkel omdat u de norm elders heeft aangeschaft?

Het kan toch niet zo zijn dat Europese geharmoniseerde normalisatienormen grote prijsverschillen vertonen in diverse lidstaten en dat het bedrijven verboden is om de norm daar aan te schaffen waar deze het goedkoopst is. Stel bovendien dat ik een Duits bedrijf ben dat in NL een product op de markt wil brengen of iets wil bouwen waarvoor EN normen gelden dan mag de NL overheid dat bedrijf m.i. niet weigeren om dezelfde goedkopere standaard in bijv. de Engelse taal te gebruiken. Iets anders zou namelijk betekenen dat je buitenlandse bedrijven zou kunnen weren door de prijs van de Nederlandse vertaling op te drijven.
J. Janssen | Geplaatst op: 20-10-2012
Mee eens; Er is naar mijn weten ook geen enkel Nederlands bedrijf welke het aandurft om de voorheen in Nederland geldende voorschriften te hanteren sinds de invoering van de Eurocode. Ondanks dat ze voorheen als goed werden beschouwd door alle instanties, worden ze nu door de controlerende instanties afgekeurd. Kennelijk blijkt de theoretische gelijkwaardigheid in de praktijk absoluut niet aantoonbaar.
E. van Liempt | Geplaatst op: 20-10-2012
Aanvulling:
1. Het voorbeeld van de wapeningsafstand is uiteraard slechts een van de vele voorbeelden.
2. Stel dat controlerende instanties zouden moeten instemmen op basis van gelijkwaardigheid: dan zouden ze allen alle gebruikte alternatieve normen moeten aanschaffen om kennis te kunnen nemen van de randvoorwaarden. Dus in de praktijk betekent dit dat iedere willekeurige gemeente bijvoorbeeld diverse Duitstalige normen aan zou moeten gaan schaffen. Je neemt ten slotte niet zomaar aan dat afwijkingen toelaatbar zijn omdat het kennelijk in de andere norm zo vermeld zal staan.
E. van Liempt | Geplaatst op: 20-10-2012
Wat betreft de vraag van R. van Gestel op 7 Augustus. Bedoeld u waarom een bedrijf niet kiest om bijvoorbeeld een Duitse DIN norm aan te schaffen in plaats van een NEN-EN norm? Indien de NEN-EN uit andere landen met Nederlandse bijlage wordt bedoeld, dan ben ik benieuwd waar die te verkrijgen is. Indien u inderdaad bijvoorbeeld de DIN-norm bedoeld dan ben ik benieuwd hoe wordt aangetoond dat deze gelijkwaardig is aan de NEN-EN. Ik heb als voorbeeld hier een berekening van een zwembad met betonnen bouwstenen liggen. Bouwvergunningsvrij wordt dit ook in nederland toegepast. De wapening zit h.o.h. 500 mm aan de buitenkant. In Nederland zou dit op basis van de oude en nieuwe Nederlandse normen worden afgekeurd. De wapening mag maximaal h.o.h. 250 mm zitten. Indien een gemeente stelt dat dit niet gelijkwaardig is gezien de afwijkende maximale h.o.h. afstand, dan sta ik als constructeur nergens: Het is in de praktijk niet aantoonbaar. Daarnaast zitten de bedrijven in Nederland niet op rechtzaken met de staat te wachten; de klant wil bouwen en geen maanden oponthoud.
Dat is de reden waarom ik voorstander ben voor gratis inzage van de in Nederland geldende voorschriften.

Mocht ik er naast zitten en iemand anders dit anders zien dan verneem ik dit heel graag!
Rob van Gestel | Geplaatst op: 22-08-2012
Zie mijn bijdrage over de "Knooble-case" in tijdschrift voor wetgevingsvraagstukken, RegelMaat 2012 nr. 4 pagina 249 en volgende. Een uitgebreidere Engelstalige versie waarin wordt ingegaan op Fra.bo SpA volgt snel
Rob van Gestel | Geplaatst op: 07-08-2012
Weet iemand waarom bedrijven geharmoniseerde Europese normen niet bij de goedkoopste nationale normalisatie instelling aanschaffen? De meeste hebben toch een webshop en de teksten zijn in dat geval inhoudelijk identiek als het goed is (zeker als je de Engelse versie neemt). Hoe kan het dan dat er zulke grote prijsverschillen bestaan? Ik begrijp dat niet. Zijn er belemmeringen om je normen bij andere nationale normalisatie instellingen te kopen? Hoe zit dit?
Gerben van der Steen (teamleider handhaving) | Geplaatst op: 06-08-2012
De HR heeft een onjuiste aanname gedaan. In r.o. 3.5 geeft zij aan dat de NEN-normen \'zijn gericht tot personen en bedrijven die zich beroepshalve met het bouwen bezighouden en de kosten van het kennisnemen en het navolgen van de NEN-normen worden verdisconteerd in het ontwerp-, bouw- en onderhoudsproces.\'
Dit is (deels) onjuist. De rijksoverheid heeft er voor gekozen dat er steeds meer vergunningsvrij kan worden gebouwd. Daardoor wordt er meer gebouwd door particulieren en minder door professionals. De NEN-normen zijn niet bereikbaar voor een particulier (zeker niet als die dik moet betalen) met als resultaat dat veel vergunningsvrij bouwwerken niet conform bouwbesluit worden gebouwd. Als een burger geen geld wil/kan uitgeven aan een aannemer, architect of tekenaar, zal hij dat zeker niet doen aan een stapel NEN-normen.

Mijn stelling is dan ook: openbaar toegankelijke NEN-normen zorgen voor een betere kwaliteit van de bouwwerken.
Rechtspraktijk BAWA-Haaksbergen | Geplaatst op: 21-07-2012
Wordt vervolgd.............. ook bezien vanuit het arrest van het Europese Hof van Justitie van 12 juli 2012 rolnummer C‑171/11 waarbij aan de orde kwam vrij verkeer van goederen – maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen – nationaal certificeringsproces – vermoeden van overeenstemming met nationaal recht – en de toepasselijkheid van artikel 28 EG op particuliere conformiteitsbeoordelingsinstantie.

De zaak C‑171/11, is te lezen op : http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:62011CJ0171:NL:HTML en betreft een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland) bij beslissing van 30 maart 2011, ingekomen bij het Hof op 11 april 2011, in de procedure

Fra.bo SpA versus Deutsche Vereinigung des Gas‑ und Wasserfaches eV (DVGW) – Technisch‑Wissenschaftlicher Verein en geeft als conclusie dat artikel 28 EG moet aldus worden uitgelegd dat het van toepassing is op de normerings- en certificeringsactiviteiten van een privaatrechtelijke organisatie wanneer de nationale wetgeving de door deze organisatie gecertificeerde producten als in overeenstemming met het nationale recht beschouwt en dit de verhandeling van producten die door deze organisatie niet zijn gecertificeerd, bemoeilijkt.

WORDT VERVOLGD DUS !

Rechtspraktijk BAWA Haaksbergen | Geplaatst op: 20-07-2012
Wat zijn de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden van 22 juni 2012 (LJN: BW0393, Hoge Raad , 11/01017 Bouwbesluit 2003 NEN-normen juncto bouwbesluit 2012 juncto artikel 6.174 BW juncto artikel 6:162 e.v. BW ? Wordt vervolgd !
Rob van Gestel | Geplaatst op: 29-06-2012
Heeft iemand wel eens uitgezocht of nationale normalisatie-instellingen dezelfde tarieven in rekening brengen voor geharmoniseerde Europese normen?
In de Europese consultatie wordt gesuggereerd dat dit niet zo is. Als dat juist is is m.i. sprake van een ongeoorloofde handelsbelemmering. Het gaat dan immers om op EU niveau vastgestelde geharmoniseerde normen ter implementatie van EU richtlijnen waarvoor verschillende tarieven in rekening worden gebracht. Kan iemand me helpen om dit eens uit te zoeken.
Rob van Gestel | Geplaatst op: 29-06-2012
Aan die pleitnota is met alle respect geen touw vast te knopen. Het is een grote woordenbrei (vol met taalfouten). Ik zie ook niet wat het nut is van een complete pleitnota op dit forum te deponeren. Leg eens in een paar regels uit waar het over gaat. NEN normen en Europese normen worden altijd gemaakt met behulp van belanghebbenden. Dat alleen is onvoldoende om van belangenverstrengeling te kunnen spreken. Wat is de link met de Knooble zaak? Veel succes in Straatsburg, maar zo zal het niet gaan lukken vrees ik.
BAWA c.s. | Geplaatst op: 28-06-2012
In Straatsburg (EVRM) staat een zaak op de Rol m.b.t. het voorzorgsbeginsel terzake onvrjwillige blootstelling aan elektromagntische straling. In de nationale (Nederlandse) procedure zijn alstoen de nennormen van apparatuur die elektromagnetische velden teweeg brengt ingebracht welke thans ter mede-toetsing voorligt. Te lezen op stopumts.nl. Onderstaand treft U een pleitnota aan casus Nma.
_____________________________
_____________________________

Haaksbergse UMTS-zendertechniekkast onderdeel van bezwaar in hoorzitting bij Nma
Pleitnota van Paul Baakman namens reclamanten

Casus : 6965
Bezwaarschrift van Geduide B.V. en BAWA c.s.

Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma)
Hoorzitting november 2010


Reclamanten: Geduide B.V. en BAWA Juridische Dienstverleningen
Raadsman Paul. Baakman

Verweerder: Nma
Gemachtigde:???

Derde Belanghebbende
Nederlands Normalisatie Instituut
Gemachtigde:???????...
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

M.d.V., Leden van de Nma-hoorcommissie,

Reclamanten hebben tijdig bezwaar aangetekend tegen de beschikking waarvan bezwaar.
Hedenmorgen trof ik op mijn kantoor de brief van Nma d.d. 29 okt. 2010 no. 6965/B89 aan met bijlage van de NNI d.d. 26 oktober 2010.

Vooreerst wordt opgemerkt dat t.a.v. ontvankelijkheidcriteria i.c. van belang is dat reclamanten zich beroepen op art 13 EVRM inhoudende dat een rechtsgang een effectieve remedie dient te zijn in de zin van het door Nederland geratificeerde verdrag. Het prioriteitsbeginsel kan i.c. geen opgeld doen nu het Hof reeds heeft bepaald dat de administratiefrechtelijke bezwaarschriftenfase kan worden aangemerkt als begin van procesgang welke valt onder de eerbiedigende werking van art 6 EVRM . In die zin is het beroep van de geachte tegenpleiter van het NNI op jurisprudentie van het CBB d.d. 4 november 1998 achterhaald.

Rechtens is niet van belang het gestelde door de gemachtigde van NNI doch het gegeven dat art 17 van de NNI-stichtingsstatuten het openbaarheidvereiste van de codificatie terzijde schuift. De tarieven conflicteren in die zin dat het zijdens reclamanten wordt aangemerkt als een handelsbelemmering. De vraag is de Kombiplast BV en BAWA daardoor rechtstreeks in hun wettelijke te beschermen belangen worden geraakt. Het antwoord is ja en zulks is uitvoerig gemotiveerd in het bezwaarschrift. Reclamanten hebben dagelijks met verwezen NEN-normen te maken.. Nu zulks onomstotelijk vaststaat zijn beide reclamanten belanghebbende in de zin van de Awb. Het al of niet voorkomen van de namen van reclamanten op de NNI-klantenlijst is in casu volstrekt irrelevant.

De stelling op blz, 2 eerste alinea onder ?beoordeling? dat het Nma niet bevoegd is om te bepalen of het de NEN-normen een algemeen verbindend karakter hebben is niet geheel juist.
Als juist moet worden aangemerkt dat zulks wel geld voor de niet verwezen NEN-normen (normen afstelling tussen privaatrechtelijke partijen) doch dat zulks niet opgaat voor de verwezen NEN-normen. Het Nma is een bestuursorgaan in de zin van de Awb en zij dient o.g.v. het zorgvuldigheidsvereiste dit nader te onderzoeken alvorens zij ex-nunc in heroverweging op het bezwaarschrift beslist. Het feit dat er zaken onder de rechter zijn ontslaat het Nma als bestuursorgaan niet van haar wettelijke onderzoeksplicht.

Het deel van de activiteiten van het NNI dat te maken heeft met de niet-verwezen NEN-normen dienen te worden aangemerkt als economische activiteiten. Doch zulks geldt idem voor dat deel van de activiteiten die te maken hebben met de verwezen NEN-normen. T.a.v. beide voornoemde activiteiten valt het NNI als een onderneming in de zin van de Mw aan te merken. In casus is m.b.t. het laatstgenoemde deel sprake van een bestuursorgaan die zich als onderneming gedraagt. Dit wordt deels miskend door het Nma in haar beschikking d.d. 31 augustus 2010. De Nma dient in de beschikking op bezwaar aan te geven wat de juridische status van het NNI m.b.t het activiteteitendeel t.a.v. verwezen NEN-ormen. (PBO of publiekrechtelijke instelling zoals bedoeld in het EG-verdrag zoals bij woningcorporatie enz. enz. )

De privaatrechtelijke overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en het NNI afgesloten de dato 29 februari 2009 is niet tot stand gekomen via Europese aanbesteding of nationale aanbesteding in de zin van het EG-verdrag. (zie jurisprudentie stadion AZ- Alkmaar )
Voornoemde overeenkomst is derhalve onverbindend van aard nu het door het Nma gestelde wettelijke monopolie niet op een wijze ingevolge het Europese recht tot stand is gekomen.

De door reclamanten gestelde misbruik van monopoliepositie moet o.a. ook worden gezien in het licht van het feit dat de staat der Nederlanden als private partij binnen de overeenkomst van 29 februari 2009 het publiekrechtelijk recht welke zij waarborgt t.a.v. verstrekking van wetgeving, verordeningen, beleidsmaatregelen enz . desgevraagd op basis van om-niet verstrekt aan alle natuurlijke ?en rechtspersonen in Nederland. Het tarief mag alsdan zijn het kopieertarief en niet gemiddeld 65,-- euro per verwezen nen-norm. In dat verband is niet beslissend wat de Raad van State vindt (zij behoort niet tot de rechterlijke macht).

Uit de winst die het NNI maakt bij de verkoop van de privaatrechtelijke normen, cursussen enz dient zij de verwezen-NENnormen te fabriceren/publiceren. Lukt dat niet dan moet zij bij de Nederlandse Staat aankloppen en niet de kosten trachten om te slaan op reclamanten. Het afsluiten van de overeenkomst van 29 februari 2009 behoort tot het ondernemersrisico van het NNI waarvan akte.

Niet alleen de tarieven doch ook voornoemde overeenkomst van 29 februari 2009 werkt handel-belemmerend. Reclamanten worden daardoor in hun wettige belangen getroffen. Reclamanten zijn ondernemers weshalve zij ontvankelijk zijn in hun bezwaren t.a.v. de negatieve beschikking van het Nma van 31 augustus 2010

Het NNI ontwikkelt niet zelf de NEN-normen doch publiceert ze via een een protectie-systeem middels verkoop. Het Nma heeft een zelfstandige bestuursrechtelijke bevoegdheid en is derhalve niet afhankelijk van de status van het kabinet op moment van beschikken. Het instituut zoals B. en W en/of kabinet vervalt nooit.
Wel verandert de zitting nemende poppetjes in een College van B. en W. en/of kabinet doch het is onjuist dat het Nma zich laat leiden door de ingenomen dat er nu sprake is van een demissionair kabinet. Overigens is daar op dit moment geen sprake meer van.
Uit het jaarverslag-2009 van het NNI blijkt een omzet bijna 33 miljoen euro. Uit de verkoop van normen werd reeds 12 miljoen euro op de rekening van het NNI geschreven.
Niet duidelijk is welk bedrag daarvan is geïnd t.a.v. de gewezen NEN-normen zoals o.a

?NEN-normen die betrekking op alle sectoren zoals o.a. de chemische industrie ? elektronica ? energietechniek ? telecomindustrie - vloeistof systemen ? verfindustrie ? gezondheidszorg ? lucht- en ruimtevaart ? milieu en veiligheid - militaire zaken - voedingsmiddelenindustrie ? bouw- telecommunicatie enz. en de daarop van toepassing zijnde Nederlandse wet-en regelgeving waaronder de bouwregelgeving (o.a. woningwet, bouwbesluit en bijbehorende verordeningen enz.) alsmede de milieuwetgeving (o.a. wet milieubeheer enz.) alsmede alle brandveiligheidsvoorschriften alsmede o.a. de telecommunicatiewet, wet arbo enz. enz.?

Het economisch belang is enorm weshalve een nader onderzoek geheel in de rede ligt gelet o.a ook op het communautaire belanghebbende begrip juncto art. art 82 EV in zaken met een Europeesrechtelijke dimensie. ( Zie o.a. E. Steyger, besturen in het Europese recht. Over de invloed van het communautaire recht op de nationale bestuursrechtelijke tradities ,oratie VU Den Haag p. 26) Zie dit in het licht van het feit dat NNI een prerogatief uitoefent bij vergunningverleningen in de EU-lidstaat Nederland t.a.v. verwezen NEN-normen.

De Rotterdams Rechtbank concludeerde in 2006 dat de hoogte van de tarieven de strekking hebben om de mededinging te beperken. De leges bij bouwvergunningen wordt mede bepaald door begroting en maatstaven zoals normen van het NNI. In de aanvraag van een bouwvergunning moet op het daartoe verlangde formulier de aanneemsom ingevuld incl. BTW. Daarbij gaat de gemeente uit van de NEN-norm 2631. Dat is de methode ven berekenen van het NNI. Deze omstreden methode wordt ook gebruikt om te bepalen of de wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur BIBOB dient te worden toegepast.


De verwezen NEN-normen worden A.V.V. als een publiekrechtelijke regeling zegt dat je eraan moet houden. Dus de toelichting in de Bekendmakingswet is helemaal niet strijdig met bijv artikel 3 van de Woningwet. Verder zijn de regels over bekendmaking bedoeld om de kenbaarheid van wet- en regelgeving te waarborgen. Dat hangt dus samen met het legaliteitsbeginsel, dat is vastgelegd in internationale verdragen waaraan getoetst kan worden. NEN-normen van het NNI kunnen alleen tegen betaling worden verkregen en zijn dus niet voor het algemeen publiek beschikbaar.

Mede van belang zijn de juridische factoren van juridische kwaliteit zoals vervat in hoofdstuk 6 en gepubliceerd in\'\'Alles in een keer goed. Zie o.a. daartoe :Juridische kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming : Kluwer 2005

De notificatierichtlijn 98/34 EG en 98/48 en EG voorzien in een preventieve controle door de Europese commissie op nationale regels die handelsbelemmerend kunnen zijn waarbij het gaat om technische voorschriften m.b.t. producten of diensten van de informatiemaatschappij zoals o.a. verwezen NEN-normen

De tarieven van de verwezen NEN-normen werken handelsbelemmerend.

(In de zgn. Eurowob-verordening (Vo 1049/2001) zijn regels neergelegd mbt de openbaarheid van
stukken van de Commissie, de Raad en het EP. Deze verordening dient te worden bezien in
combinatie met de nationale Wet openbaarheid bestuur (Wob).
Alle verwezen NEN-normen dienen te worden genotificeerd ingevolge voornoemde Europese richtlijnen en de stukken zijn openbaar althans behoren zonder enige tarief belemmering ter hand te worden gesteld.

Ten onrechte is het overzicht zoals opgenomen in het antwoord op Nma-vragen van 18 oktober 2010 door het Rotterdamse advocatenkantoor d.d. 26 oktober 2010 de omzet en afnemers weggelaten m.b.t. Nen-normen verwezen in wet-en regelgeving enz. ( zie blz. 2 schema) . Ook het aantal betalende afnemers van nen-normen zijn niet vermeld. Er is geen indicatie gegeven van de grootte van de afnemers. Een inschatting van de winstmarge over 2009 is door het NNI achterwege gelaten.

Daarnaast is de Construction Products Directive (CPD 89/106 EEG ) cq richtlijn bouwwerken van kracht welke harmonisatie van afzonderlijk eisen van bouwproducten voorschrijft.
Deze voorschriften en eisen verschillen per lidstaat.en mogen geen handelsbelemmeringen vormen. De Geharmoniseerde Europese Normen (HEN,s) vervangen de nationale vergelijkbare normen (in Nederland dus de NEN-normen) en zij komen in CEN-verband tot stand. (CEN =Europenne Committee for Standardization) waarbij het gaat om mechanische sterkte en stabiliteit ? brandveiligheid ? hygiëne ? gezondheidszorg en milieu ?gebruiksveiligheid ? geluidshinder ? energiebesparing en warmtebehoud.

De toepassing van de CPD is in de Nederlandse bouw vastgelegd in het bouwbesluit 2003 en respectievelijk aan de verwezen nennormen in het bouwbesluit. Bij grote bedrijven is dat veelal reeds geregeld. (Grotere bedrijven maken veelal deel uit van de normencommissies van het NNI) maar de kleinere bedrijven blijven achter .(kostenaspect) Er zijn ongeveer 400 productnormen gereed weshalve heel veel bouwproducten zijn voorzien van CE-markering.
De CE-markering is verplicht voor producten waarover Europese technische specifiacties bestaan . (HEN en o.a. ETA)

De bemanning/bevrouwing van de Nen-normencommssies is niet bij wet geregeld. De achterhaling van de Nen-normen wordt bemoeilijkt vanwege het feit dat de Nederlandse wetgever een aantal zaken bouwvergunningsvrij heeft gemaakt waaronder inhanging UMTS, HSDPA,WIMAX, LTE zenders en benodigde bijbehorende techniekkasten in zendmasten t.b.v. allerlei vormen van mobiele (beeld)-telefonie )

Wat als voorbeeld o.a. opvalt is dat bijv. van Nen-1010 een verkoop bevorderend effect uitgaat.
De Nen-normencommssie die de norm samenstelt bestaat deels uit fabrikanten van installatiemateriaal. De Nen-1010 wordt deels gemaakt door de belanghebbende fabrikanten. De commissies die de Nen-normen samenstellen bestaan deels uit fabrikanten uit de elektronische- en telecomindustrie weshalve gelet op het verkoopbevorderend effect, sprake is of kan zijn van belangenverstrengeling.

Nu de verwezen Nen-normen ook verwijzen naar andere wettelijke normen in zowel nationale- en Europese wet en regelgeving, behoren zij niet te worden uitgepond door het NNI.

De belanghebbende reclamant, zijnde Geduide B.V die o.a kunststof halffabrikaten produceert, samenstelt, en levert heeft in de administratiefrechtelijke bezwaarprocedure aangegeven in welke range zij kennis moet dragen van Nen-normen en van verwezen Nen-normen. Het bedrijf is aktief op de Europese markt.

Het bedrijf BAWA levert alle juridische dienstverleningen binnen alle rechtsgebieden op zowel de Nederlandse alswel de Europese markt en dient vanuit dien hoofde te beschikken over alle Nen-normen, zowel verwezen als niet verwezen.

WESHALVE het bestreden besluit bij een ex-nunc beschikking op bezwaar, ongeacht de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in de Knooble-casus, niet in stand kan blijven.

Tot zover in eerste termijn !

RECHTSPRAKTIJK BAWA
J.P.E. Baakman
Raadsman

Rob van Gestel | Geplaatst op: 28-06-2012
Ik drukte te snel op de knop. In Frau.bo Spa heeft het Hof nog geen uitspraak gewezen. Alleen is er al wel een conclusie van de AG. Ik ben er echter vrijwel zeker van dat het Hof de AG zal volgen.
Rob van Gestel | Geplaatst op: 28-06-2012
Beleidsregels zijn niet te vergelijken met NEN-normen. Beleidsregels berusten op een (publiekrechtelijke) bestuursbevoegdheid en kunnen overigens wel degelijk externe werking hebben via de beginselen van behoorlijk bestuur. Daarom moeten ze ook worden gepubliceerd. Van de Afdeling bestuursrecht sparen is geen sprake. De Hoge Raad kan de afdeling namelijk helemaal niet overrulen. Dat is eerstejaars staatstrecht.
Voor Knooble ligt er een kans via het Hof van Justitie met een beroep op de Frau.bo Spa zaak, waarin het Hof door de private sluier van een private normalisatie-instelling heen prikt om te voorkomen dat lidstaten anders de vrij verkeer bepalingen omzeilen. De redenering van de AG in deze zaak zou naar analogie op het NNI kunnen worden toegepast. Van handelsbelemmeringen is mijns inziens wel degelijk sprake als het waar is, zoals ik heb gelezen, dat normalisatie-instellingen in diverse landen hele verschillende bedragen rekenen voor dezelfde geharmoniseerde Europese normen. Zou iemand mij kunnen bevestigen of dat waar is.


BAWA | Geplaatst op: 27-06-2012
Publiekrecht en politiek.NL heeft het over NEN-normen en het lekkende legaliteitsbeginsel.
Inderdaad, de vergelijking met andere pseudo-wetgeving, beleidsregels, dringt zich op. Ook dat zijn geen algemeen verbindende voorschriften omdat ze niet berusten op een wetgevende bevoegdheid. Maar die moeten wel gepubliceerd worden en kunnen nimmer verplichting aan burgers opleggen.

De Advocaat-Generaal toonde zich bewust van het gat dat ontstaat als je de NEN-normen uit het avv-begrip duwt, en daarmee ook buiten het bereik van alle voor avv’s geldende waarborgen. Hij vond dat een ‘reële mogelijkheid tot kennisname’ moest bestaan. De Hoge Raad gaat daar niet op in. Het schotelt staatsrechtgeleerden uitsluitend deze kluif voor:

"Het hof heeft, met juistheid, geoordeeld dat er algemeen geldende normen zijn die niet tevens “algemeen verbindend voorschrift” zijn in de zin van de Bekendmakingswet, en dat het in deze zaak om zodanige normen gaat".

Het spreekwoord : de geit en de kool worden gespaard" gaat in casu niet op. Duidelijk is wie er wordt gespaard en dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ontsnapt.

Uiteindelijk zal deze zaak wel in in finale Europeesrechtelijke zin worden beslecht bij het Europese Hof van Justitie te Luxemburg.

Knooble, bedankt voor jullie strijdvaardigheid !

Tot ziens!
RECHTSPRAKTIJK BAWA-HAAKSBERGEN



Rob van Gestel | Geplaatst op: 26-06-2012
Weten jullie dat er in Duitsland een vergelijkbare tegenbeweging bestaat waar het gaat om de kosten voor normalisatie? Het gaat om: Initiative gegen die Direktgeltung privater Normen im Bauwesen’. Deze club heeft ook een website: http://www.enev24.de/idin/news/pub/home.php

Deze vereniging verzet zich tegen de Duitse wetgeving die de beslissing van het Bundesverfassungsgericht over vrije verkrijgbaarheid van normen heeft terug gedraaid.


P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 26-06-2012
Mee eens. Of wij doorgaan richting Europa is mede afhankelijk van substantiële steun bijvoorbeeld van brancheorganisaties.
Rob van Gestel | Geplaatst op: 26-06-2012
De Hoge Raad kon moeilijk anders. Een afwijkend oordeel had geleid tot tweespalt met de Raad van State. Uit het oogpunt van rechtseenheid is het onwenselijk als twee hoogste bestuursrechters tot een tegengesteld oordeel zouden komen.

In feite is dit een Europees probleem. Op dat niveau zal het uitgevochten moeten worden. De herziening van de rol die standaardisatie speelt door de Europese Commissie is daarvoor een goed aangrijpingspunt. De Commissie is voorstander van het meer betrekken van standardisation bodies bij beleid en regelgeving. Dan moet je denk ik ook de toegankelijkheid van de normen beter waarborgen. Dat daar een probleem bestaat weet men bij de Commissie ook, bijv. alleen al omdat nationale normalisatie-instituten hele verschillende bedragen in rekening brengen voor "hun" normen. Dat lijkt mij een een kwestie van handelsbelemmeringen.

Ik denk dat het laatste woord hierover nog niet gezegd is.

P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 26-06-2012
Mee eens. Gelijkwaardigheid wordt gebruikt als escape: “Het kan ook op een andere manier” … is de stelling. Gelijkwaardig aan wat? Je zult hoe dan ook de normen moeten raadplegen. Iedere bouwvergunning is gebaseerd op BVO. Hoe bereken ik dat gebaseerd op gelijkwaardigheid of zonder norm? De berekening conform NEN is heel expliciet: dit reken je mee, dit niet … Met de beste wil van de wereld kun je geen (gelijkwaardige) berekening van het BVO maken en overleggen zonder de norm. Hetzelfde geldt voor andere vereisten. De grenswaarden zijn zonder de normen inhoudsloos en niet te begrijpen.

Een mooie test: zet diverse “experts” bij elkaar en vraag ze een bouwplan te maken wat voldoet aan de wettelijke vereisten … maar … doe dat zonder de verwezen NEN-normen”. De uitkomst is volgens mij op voorhand al helder: dat is onmogelijk.

Dat gezegd hebbende: de Hoge Raad heeft geoordeeld! Daar moeten we het voor nu mee doen.
Rob van Gestel | Geplaatst op: 26-06-2012
Het punt van de gelijkwaardigheidsbepalingen is inderdaad door zowel het Gerechtshof als de HR gemist. Vreemd genoeg gaat ook de AG er niet op in. Ik vond dat de Rb den Haag daar een goed punt had. Feit is wel dat als je die gelijkwaardigheidsconstructie los laat, je ook het fundament onder de Europese Nieuwe aanpak weg slaat. De Nederlandse gelijkwaardigheidsbepaling in het Bouwbesluit is namelijk overgenomen uit die Nieuwe aanpak. Daarop is het hele systeem van "vrijwilligheid" gebaseerd. Ook op EU niveau zijn er echter signalen dat bedrijven de normalisatienormen niet als vrijwillig ervaren en dat er vaak simpelweg geen andere keuze is om te bewijzen dat men aan de wet voldoet. Dat volgt o.a. uit de Public Consultation van het Standardisation Package uit 2010.

Lees de komende Objet trouve in RegelMaat
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 26-06-2012
Klopt! De Kroon en de minister kunnen verbindende voorschriften uitvaardigen. Dat de verwijzingbepalingen in het Bouwbesluit niet begrepen en nageleefd kunnen worden zonder kennisneming van de verwezen normen is door de Hoge Raad niet genoemd of besproken. Dit was en is nog steeds de kern van het probleem: zonder de verwezen normen kun je NIET aan de wet voldoen. Om aan de wet te kunnen voldoen moet je dus betalen. Voor het bepalen van bijvoorbeeld de EPC, de daglichttoetreding, BVO, of de sterkte van constructies MOET je de normen raadplegen. Met alleen de grenswaarden kom je er niet. Het feit is daar: de Hoge Raad heeft bepaald dat je moet betalen om aan de wet te voldoen.
Coen | Geplaatst op: 25-06-2012
Wat is de conclusie op het moment?

Ze mogen NEN normen verkopen EN ze mogen in wetteksten vrij verwijzen naar NEN normen?

Ofwel: de eindgebruiker blijft betalen voor standaarden, door de wetgever uitgegeven of bekrachtigd?

Belachelijk!
Rob van Gestel | Geplaatst op: 24-06-2012
Er loopt op dit moment ook een zaak bij het Europese hof over standaardisatie en vrij verkeer Fra.bo.Spa. Daarin is o.a. de vraag aan de orde of de vrij verkeer bepalingen ook van toepassing zijn op standaardisatie-instellingen. De AG heeft daar geen twijfels over. Het Europese hof lijkt m.a.w. een meer materiele benadering te kiezen dan de HR. Bovendien is er ook Amerikaanse jurisprudentie die in een andere richting wijst dan de uitspraak van de Hoge Raad. De AG en ook de HR zelf lijkt die over het hoofd te hebben gezien.

HG

Rob
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 21-06-2012
De zitting is morgen 22 juni 2012 om 10:00 uur. Uitstel kan maar die kans is klein. Zodra de informatie bekend is ... direct na de zitting ... zal ik een bericht opnemen.
Piet Becx | Geplaatst op: 21-06-2012
Ik ben zeer benieuwd naar de uitspraak die morgen gepland zou zijn, maar die niet te vinden is in de agenda van de Hoge Raad, zoek ik verkeerd of zal er weer eens iets uitgesteld worden?
Guido Leenders | Geplaatst op: 27-05-2012
Ik volg dit proces al een aantal jaren en ben blij dat mensen zich inzetten om de burger te helpen. Het Bouwbesluit 2012 vereist blijkbaar het gebruik van de Milieudatabase (zie https://www.milieudatabase.nl/imgcms/milieu_infoblad_v4.pdf). Ook hieraan zijn materiele kosten verbonden. Ik vraag me af of de einduitspraak over de NEN normen en hun beschikbaarheid voor de burger ook invloed zal hebben op de beschikbaarheid van de Milieudatabase.
J. van Ooijen | Geplaatst op: 17-05-2012
Wat betreft de totstandkoming van normen wil ik graag opmerken dat dit een allesbehalve transparant proces is waarbij vaak geen sprake is van deugdelijke vertegenwoordiging van alle betrokken partijen. . Bijvoorbeeld: Ik kan als zeer ervaren kwaliteitsmanager aannemelijk maken dat ISO-9001 fundamenteel onjuiste eisen stelt. Meer dan de eigen visie daarop ventileren doet de commissie van deze norm niet. Na onderbouwde kritiek op hun visie en argumenten reageert men niet meer. Het zou me gezien de cultuur bij alle bij NEN betrokken partijen niets verbazen als dat ook op terrein van andere vakbebieden speelt.
J. van Ooijen | Geplaatst op: 17-05-2012
Ik heb de conclusie van de Advocaat-Generaal gelezen. Deze gaat volledig voorbij aan het feit dat benoeming van NEN-normen in wetsteksten de burger en organisaties dwingt kennis te nemen van deze normen. Al was het maar om jegens de wetgever aan te kunnen tonen dat men gelijkwaardig aan deze normen handelt. . Het is gegeven die feiten op zijn minst gek, en mijnsinzien onwettig dat de overheid die informatie niet zelf gratis verstekt en je doorverwijst naar particuleire partijen om daar die informatie alsnog aan te schaffen. . Dat private partijen beschikken over het auteursrecht op die informatie doet daarbij niet ter zake. De overheid dient de informatie gratis beschikbaar te stellen opdat burgers en organisaties er kennis van kunnen nemen ten einde aan de wet te kunnen voldoen. . Het is vervolgens een zaak tussen de Staat en de auteursrechthebbenden hoe die auteursrechten worden afgewikkeld, daar horen de burgers en organisaties die aan de wet moeten voldoen geen partij in te zijn.
Rob van Gestel | Geplaatst op: 09-05-2012
Ik ga samen met collega hoogleraar uit Florence van het European University Institute een artikel schrijven over de NEN-normen zaak en wil daarbij ook de Europese dimensie belichten. Zoals jullie wellicht weten zijn er ook op Europees gebied allerlei ontwikkelingen gaande. Er ligt inmiddels een Communication van de Europese Commissie en een ontwerp-verordening met Impact Assessment op tafel. Een van de opvallende zaken is dat uit de Europese onderzoeken blijkt dat bij verwijzingen naar normalisatienormen die normen in de praktijk als verplichtend worden ervaren (ondanks gelijkwaardigheids-bepalingen in EU-wetgeving die zeggen dat je ook op een andere manier mag aantonen dat je overeenkomstig de wet handelt) een ander interessant punt is dat kleine en middelgrote ondernemingen zwaar ondervertegenwoordigd zijn in het normalisatieproces. Normalisatie-instellingen claimen wel altijd dat "all parties concerned" betrokken worden bij het opstellen van normen, maar de vraag is dus of dat ook zo is en, belangrijker, wie dat controleert. Ik zal dit forum de komende tijd volgen en wil er graag gebruik van maken om t.z.t. ook eens een enkele vraag voor te leggen. Een eerste vraag van mijn kant zou zijn: in hoeverre is de Nederlandse situatie te vergelijken met die in Belgie? De perikelen rond openbaarheid van normen in Duitsland ken ik maar op de website van het Belgische Normalisatie-instituut staat: 'In de bibliotheek van het NBN kunnen 21 500 Belgische normen, meer dan 15 600 internationale normen (ISO) en meer dan 350 000 buitenlandse normen van verschillende landen worden aangekocht of gratis worden geraadpleegd.Bezoekers kunnen ook het zoekbestand PERINORM raadplegen.' Hoe zit dat eigenlijk? Zijn normen waarnaar in Belgische wetgeving wordt verwezen wel gratis verkrijgbaar? In de conclusie van de AG staat dat verwijzing in Belgie weinig voorkomt, maar of dat zo is betwijfel ik een beetje. Verschil is bovendien dat het NBN een overheidsorganisatie is met weliswaar een zekere mate van autonomie, maar wel wettelijk gereguleerd. Hartelijke groet, Rob van Gestel Hoogleraar Theorie en Methode van Wetgeving aan de Universiteit van Tilburg 013-4668027
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 12-03-2012
Dit is inderdaad de praktijk. Dit zijn precies de kosten waar iemand tegenaanloopt om aan de wet te kunnen voldoen. De zaak gaat in essentie om geld. Waar leggen we de rekening voor wettelijke regels ... De inzet van Knooble is vrije beschikbaarheid van wettelijk verwezen normen: eenvoudig en actueel te raadplegen en ... gratis.
E. van Liempt | Geplaatst op: 09-03-2012
Eerder heb ik op dit forum gereageerd. Inmiddels ben ik dan zover dat ik een normenreeks aan zal moeten (en wil) schaffen als constructeur. Ter correctie op mezelf blijkt de aanschafprijs echter niet meer iets meer dan 2000,- euro voor de constructeursbundel. De prijs is nu inmiddels gewijzigd met andere actievoorwaarden (wat een toeval). De prijs is nu 3x1490,- euro geworden (3 jaar verplichte contractsduur bij aanschaf van de serie/bundel met updates). Alsof men de eerste 3 jaar veilig wil stellen (als ik zo vrij mag zijn dit hieruit te concluderen). Dit pakket mag binnen het bedrijf met 10 medewerkers worden gedeeld. Ik kan daarom begrijpen dat veel bedrijven hier daarom geen uitspraak aan wagen. Ik ben echter zzp-er en kan het auteursrechtelijk gezien niet met "collega's" delen. De enige andere optie is losse normbladen kopen. Dat kost incl. nationale bijlagen ongeveer 5000,- euro. Nogmaals vind ik het opvallend dat deze bundelingswijze in de afgelopen maanden is aangepast bij de NEN. De rechtszaak is nu zo uitgestippeld dat de kosten gedwongen worden gemaakt voor de uitspraak (naar mijn beleving).
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 26-02-2012
Om gelijkwaardigheid te kunnen bepalen moet je inderdaad wel eerst over de norm beschikken. Er is dus geen manier om aan te tonen dat je aan de eisen voldoet zonder de normen … waar je voor moet betalen. In maart krijgen we nog geen uitspraak (zie het eerdere forumbericht over de conclusie van de procureur-generaal). Waar het natuurlijk om gaat is hoe het kan dat er normen zijn die ons wettelijk binden maar niet de status hebben van een algemeen verbindend voorschrift. Anders gezegd: je bent er wettelijk aan gehouden maar de verplichting voor publicatie (en hiermee vrije beschikbaarheid) gelden voor deze verwezen (in wetten opgenomen) normen niet. Het zijn per saldo wettelijke voorschriften waar je voor moet betalen om te weten te komen waar je aan gehouden bent. We hopen dat er nu eindelijk eens duidelijkheid komt over de status van deze normen. De inzet is dat verwezen normen gratis beschikbaar moeten zijn. Als dit het uiteindelijke resultaat is dan kan de norm eenvoudig worden geraadpleegd al dan niet om gelijkwaardigheid of beter aan te tonen. Dus ja, deze zaak gaat hier weldegelijk over. Een definitieve uitspraak zal nog even op zich laten wachten.
J. van Ooijen | Geplaatst op: 22-02-2012
In wetgeving en dergelijke wordt vaak de eis geformuleerd dat men niet verplicht is de norm te volgen maar dat men in dat geval wel moet kunnen aantonen het beter te doen dan die norm. Ik heb om dat te kunnen aantonen die norm nodig om het vergelik te kunnen maken voor mijzelf en naar derden toe zoals de overheid. Gaat nu de voor maart 2012 geplande uitspraak van de hoge raad ook dit soort situaties dekken? Want anders komen ze er nog mee weg.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 10-01-2012
Op 30 maart 2012 staat de conclusie van de procureur-generaal op de rol. Dit moet u zien als richtinggevend. De procureur-generaal is een onafhankelijke adviesfunctionaris bij de Hoge Raad. De Hoge Raad gaat vervolgens met de conclusie aan de slag. Dit wil niet zeggen dat de Hoge Raad het “advies” klakkeloos zal volgen. Het is wel een belangrijk moment in de cassatieprocedure! Theoretisch kan er, in de tussentijd, nog een vorm van reparatie worden doorgevoerd. De kans hierop acht ik nagenoeg nul … maar je weet nooit. Er zit nu niets anders op dan wachten.
E. van Liempt | Geplaatst op: 09-01-2012
Ter aanvullende informatie heb ik werkervaring als ambtenaar bij een gemeente en bij een adviesbureau. Ik heb een professional master titel en sta achter de standpunten van Knooble; de door hen verwoorden stellingen komen volledig overeen met de praktijk. Ik hoor hier overigens ook weinig nog niet overtuigde tegengeluiden op het forum; dat is ook een bevestiging. Goede actie!
E. van Liempt | Geplaatst op: 09-01-2012
Zoals ik begrijp is er 30 maart een uitspraak? Net erna wordt het nieuwe bouwbesluit van kracht. Ik ben persoonlijk toch wel benieuwd welke kant dat op gaat; als ik nu de constructieve normen aan zou moeten schaffen dan kost me dat naar beneden afgerond ongeveer 2000,- euro excl BTW (die heb ik nodig als ze Eurocode verplicht wordt). Dit is dan nog enkel een constructief normenpakket excl aanschafkosten voor toekomstige wijzigingsbladen. Excl. voorbereidingstijd en benodigde cursussen. Wat mij betreft zijn de huidige normen nog prima, maar ik heb natuurlijk geen keus wanneer gemeenten deze straks terecht niet meer accepteren t.g.v. de dan door de staat bepaalde verplichtingen. Ik heb er daarnaast ook geen problemen mee om over te stappen op de nieuwe normen. Vanuit Europees verband en open concurrentie voor software, adviseurs en leveranciers is dit een goede zaak. Ik hoop enkel dat dit alles op een juiste manier gebeuren zal; met duidelijkheid, geen onnodige kosten, met gezonde concurrentie tussen niet verplichte normalisatieinstituten t.b.v. een redelijke prijsvorming, want ook zei leveren een product als bedrijf zoals ik begrijp? Ik vind het best prijzig en het aantal wijzigingsbladen geeft me ook te denken over de kwaliteit. Verplichte normen waarvoor betaald dient te worden, waarbij de prijs wordt bepaald door een bedrijf welke als enige de stukken mag leveren. Dat geeft je te denken als dit waar is... Laten we hopen dat de uitspraak een rechtvaardige uitspraak zal zijn!
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 30-09-2011
Publicatie in het Staatsblad is een vereiste “handeling”. Hiermee kan iedereen er kennis van nemen (in het kader van kenbaarheid overeenkomstig de Publicatiewet). Anders dan zaken waar je nog invloed op kunt uitoefenen (als burger) is publicatie van het Nieuwe Bouwbesluit in praktische zin niet meer dan een formaliteit. De wet kun je vervolgens online raadplegen en daar is het mee geregeld. Over de rol van de Raad van State hebben we al eerder iets aangegeven. Rechterlijke macht: de macht waaraan de rechtspraak is opgedragen (conform artikel 2 van de rechterlijke organisatie). Die is onafhankelijk van de uitvoerende en wetgevende machten. Naast de "gewone" rechterlijke macht zijn er bijzondere “gerechten”. De Raad van State valt daar onder en is de hoogste administratieve rechter. Een uitspraak van de Raad van State moet ook als zodanig worden gewaardeerd. Zie voor meer informatie http://www.raadvanstate.nl/over_de_raad_van_state/raad_van_state_in_het_kort/ Samengevat ... zoals ook vermeld op de site van/over de Raad van State: De Raad van State is onafhankelijk adviseur van de regering over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van Nederland.
JOKE(S)COLUMN | Geplaatst op: 30-09-2011
Bouwbesluit-2012 in Staatsblad. Zie http://www.vromtotaal.nl/nieuws/2011/september/bouwbesluit-2012-in-staatsblad.10239.lynkx Wie reageert hier op Is dit een voorbarige afkondiging en wie dient er beslissen in hoogste rechterlijke machtinstantie? Behoort de Raad van State nu wel of niet tot de rechterlijke macht.
RECHTSPRAKTIJK BAWA | Geplaatst op: 21-06-2011
Mondeling pleidooi bij de Hoge Raad op een mooi plateau biedt alsdan een mooie gelegenheid om aldaar de rechtsprekende compemtentie in aller hoogste instantie(s) tussen de Hoge Raad en de Afdeling Bestuursrechtspraak in Europees rechtelijke zin uit te venten.
RECHTSPRAKTIJK BAWA c.s. | Geplaatst op: 14-05-2011
Inderdaad wordt in Duitsland foute wetgeving door het Verfassungsgericht gecontroleerd en des nodig wordt ingegrepen. Elke burger in Duitsland kan dergelijke zaken op de rol zetten van voornoemd rechtbank zonder eerst door de niet-ontvankelijkheidszeef te worden gehaald. Zoals reeds door ons kantoor in dit forum aangehaald laat de art 120 van de Nederlandse Grondwet dit in Nederland niet toe. (De Nederlandse rechter moet binnen de wet rechtspreken maar mag de wet zelf niet toetsen) . In Europa kennen alleen Nederland en Finland zo,n voor-drempelbelemmeringsconstructie. Daarom adviseren wij Nederlandse justitiabelen om reeds bij eerste nationale rechtsinstantie immer een beroep te doen op de eerbiedigende werking van de door Nederland geratificeerde verdragen zoals bijv. EVRM en BuPo. Indien in de nationale procedure(s) geen verdragsschending is gesteld volgt alsdan bij het Europese Hof automatisch een niet-ontvankelijkheidsuitspraak. RECHTSPRAKTIJK BAWA c.s. Paul Baakman.
Rob Diephuis | Geplaatst op: 12-05-2011
Geachte heer Plass, Natuurlijk, een groot aantal van uw argumenten klinkt heel redelijk en er is op het eerste gezicht ook niets mis mee. Een paar kanttekeningen. Betreffende dat afstemmen met NNI bijvoorbeeld. In een groot aantal gevallen neemt het NNI niet eens deel aan het overleg in normcommissie, noch direct noch indirect. Soms doen ze dat met een waarnemer, die in mijn ervaring meestentijds geen idee heeft waar het allemaal om gaat. Dat geldt vooral voor de Europese en nog sterker voor bijvoorbeeld IEC normcommissies. Vergeet u niet dat het NNI zelf geen specialisten/deskundigen in dienst heeft. Mensen worden namens NNI afgevaardigd maar brengen niet eens verslag uit. Het NNI krijgt dan wel de verslagen van de normcommissie vergadering toegestuurd. Een enkele keer is er een Nederlandse schaduwcommissie die deze stukken leest en evt. commentaren doorgeeft aan de NNI afgevaardigde voor zover aanwezig in die normcommissie. Maar zelfs dan is die Ned. afgevaardigde doorgaans een werknemer van een bedrijf in die sector en die hebben altijd hun eigen agenda die niet noodzakelijkerwijze strookt met de standpunten van Nederlandse officiële zijde voor zover die standpunten er al zijn. Het doorgeven van schriftelijke commentaren op de normontwerpen zonder dat de vertegenwoordiger regelmatig lijfelijk aanwezig is werkt in alle normcommissies bijkans als een rode lap op een stier. Die commentaren worden in principe genegeerd. Het NNI is niet meer dan een heruitgever/drukkerij. Zonder redacteuren en zelfs zonder vertalers. Veel NEN-EN's zijn niet in het Nederlands vertaald en er komen er steeds meer van. Dit is de praktische kant van de zaak. De juridische kant is zoals in het oordeel van het Haagse Hof vastgelegd. Een norm is een afspraak tussen private partijen in de sector die niet verbindend is. Hij is niet door een wetgevende instantie vastgesteld. Dat schept een hoge mate van onduidelijkheid en tegenstrijdigheid. Een ander extreem voorbeeld: In een nieuwe Nederlandse wet bevindt zich een referentie naar passages uit het groene boekje van Gadhaffi. Zouden die passages daarmee in Nederland ook kracht van wet krijgen? Per slot van rekening kan de Nederlandse ambassadeur of anders BuZa nog altijd met de Lybische leider overleggen over de inhoud van zijn boekje nietwaar? Wetgeving vereist een zeer hoge mate van zorgvuldigheid. De Grondwet vereist dat iedere wet aan een aantal stringente voorwaarden moet voldoen. Het is vooral ook de Eerste Kamer die erop moet toezien dat aan al deze eisen in een wetsontwerp is voldaan. Wanneer daar om welke reden dan ook, onnadenkendheid, onzorgvuldigheid, gemakzucht, politiek of economisch gewin, onkunde of een combinatie van factoren niet aan is voldaan zou een dergelijk wetsontwerp teruggestuurd moeten worden. Dat had met het Bouwbesluit moeten gebeuren. Quote: "aanpassing is eigenlijk minder wenselijk want het werkt zo prima, plus het gaat ons geld kosten en we geven dan toch aan dat we het niet goed hebben bedacht.” Als dit inderdaad zo aan de orde is dan is iedere vorm van zorgvuldigheid allang bij het grof vuil gezet. Zoals ik als stelde, het niet-openbaar maken van normen (en dus het betalen ervoor) is slechts een uitvloeisel van een ondeugdelijke wetgeving. Hetzelfde geldt, gezien uw opmerking daarover, voor de gelijkwaardigheidsbepaling. Dat dat zo werkt is één ding, de vraag is waarom het zo werkt. Het antwoord daarop is opnieuw de ondeugdelijkheid van de onderliggende wetgeving. (Wie heeft baat bij het voortbestaan van de huidige normen? Die vraag is niet aan de orde, met de normen zelf is waarschijnlijk niet zo veel mis en als er eentje is waar een fout in zit dan herschrijft de normcommissie hem wel. De vraag is wie heeft er baat bij het voortbestaan van de huidige wetgeving, in casu het bouwbesluit. ) Daarom is het mijns inziens beter om niet met die wet te blijven doormodderen, maar om de werkelijke oorzaak aan te pakken en ervoor te zorgen dat er een deugdelijke wet komt. Opmerkelijk is dat in Duitsland waar ik zelf al jaren lang woon, een degelijke foute wetgeving vroeg of laat door het Verfassungsgericht wordt aangepakt en simpelweg nietig verklaard. Je kunt hier zelfs als individu zonder enig belang een dergelijke kwestie aanhangig maken. Geheel gratis nog wel. In ieder geval houdt het die wetgevings-jongens in Berlijn of de Landes-hoofdsteden hier wel goed scherp.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 12-05-2011
Re: Processen buiten het gezichtveld van de wetgever … De Staat stemt wettelijke verwijzingen naar NEN-normen in terminologie en uitwerking op voorhand met NNI af. Een norm heeft een versie. Een wijziging van de norm betekent niet dat de toepasselijke wettelijke versie direct wijzigt. Dat moet bewust door De Staat middels een wijziging van de norm-versie zoals (op dit moment) in bijlage I bij de Regeling Bouwbesluit opgenomen. Het gebeurt heel bewust en De Staat heeft de regie. Re: Eisen direct in de wet … Klopt … Dit kan prima. Let wel er is op zich niets mis met NEN-normen … ook niet het systeem van verwijzingen. Het is een kwestie van toegankelijkheid. Iedereen wordt geacht de wet te kennen. Dat gaat over kenbaarheid. De route daarvoor is de Publicatiewet en niet bij NNI inzien of kopen. Re: Staat moet er wel verstand van hebben … Die voorwaarde is er nu ook al. Re: Normen voor luie mensen … Ik geloof niet in kwade opzet. Het is meer zo gegroeid. Er is wel op een gegeven moment stelling genomen (door de laag onder onze bestuurders … ministers komen en gaan immers) in lijn met “aanpassing is eigenlijk minder wenselijk want het werkt zo prima, plus het gaat ons geld kosten en we geven dan toch aan dat we het niet goed hebben bedacht.” Zo voelt het in ieder geval. Nog los van de juridische kant wordt er nog steeds niet gedacht in kansen. Wat levert het op als we er nu eens voor zorgen dat iedereen heel eenvoudig de normen kan raadplegen? Dit levert minder fouten op, minder discussies, direct en indirect, in de scholing, in de rechtspraak … het kan alleen maar positief zijn voor iedereen. Re: Nieuw Bouwbesluit … Mixed feelings. Er is zondermeer sprake van goede intenties om het beter te maken. Maar … hoeveel mensen, clubjes, experts, hebben zich hier al de afgelopen jaren over gebogen? We mogen blij zijn met democratische besluitvorming, inbreng enz. Tegelijkertijd krijg je monstertjes als je met alles en iedereen rekening wilt houden. Laat de praktijk maar uitwijzen of het een verbetering is. Re: Wie heeft er baat bij het voortbestaan van de huidige normen … Met de normen op zich is niets mis. Wil je dat helemaal anders dan ben je op slopershoogte. Re: Gelijkwaardigheid … De bepaling is “ooit” opgenomen om te kunnen voorzien in bijzondere nieuwe toepassingen/technieken. Het wordt nu als een soort veiligheidspalletje voorgesteld “Je kunt er ook op een andere manier aan voldoen.” En ja dan is en blijft dat je wel eerst de norm moet raadplegen om gelijkwaardigheid aan te kunnen tonen. Re: Het strijden tegen dure normen … Ik heb niet het idee dat het strijden tegen dure normen is. Ik ben niet tegen normen. Ik acht het van belang dat er helderheid over regels is en dat iedereen deze regels eenvoudig kan raadplegen. Alleen zo bereik je dat mensen de regels ook naleven … moeilijker is het niet.
Rob Diephuis | Geplaatst op: 12-05-2011
Quote: "Ik begrijp heel goed dat normen noodzakelijk zijn. Het gaat er hier om dat De Staat een situatie heeft gecreëerd en in stand houdt gebaseerd op het per saldo dwingend voorschrijven van regels die door een private partij zijn opgesteld en waar je voor moet betalen om er kennis van te kunnen nemen" Normen zijn niet nooit noodzakelijk maar wel nuttig. De Staat heeft die situatie inderdaad gecreëerd omdat ook de Staat nooit begrepen heeft dat normen hiervoor niet zijn bedoeld en bovendien veruit onvoldoende rechtszekerheid bieden om als deel van een wet te kunnen fungeren. De opstellers van normen kunnen op ieder willekeurig moment bepalen dat de norm wordt herschreven, delen worden geschrapt, veranderd of toegevoegd of de norm wordt ingetrokken. Dat zijn processen die zich volledig buiten het gezichtsveld van de wetgever voltrekken. De Staat wenst terecht een wet neer te zetten die de veiligheid, de degelijkheid van bouwwerken waarborgt en het milieu ontziet. Die wet moet dan de minimale eisen bevatten waaraan die bouwwerken en hun constructie moeten voldoen. De enige juiste manier om dat te doen is om deze eisen direct en zonder verwijzing in de wet op te nemen. Zoals iedere EU Richtlijn dat ook doet. Natuurlijk zit daar voor de Staat het nadeel aan dat wanneer men de eisen wil aanscherpen of nieuwe eisen wil introduceren er een wetswijziging noodzakelijk is. Er zit tevens het nadeel aan dat de wetgever zelf voldoende kennis van zaken moet hebben om die eisen te kunnen formuleren, d.w.z. te weten waar of voor welke aspecten eisen moeten worden gesteld en hoe deze moeten worden gesteld en getoetst. Tevens moet de wetgever over een voldoende vooruitziende blik beschikken om die eisen en toetsingen zodanig te formuleren dat al te frequente wetswijzigingen voorkomen kunnen worden. In dat kader heeft de Nederlandse Staat gedacht zich er makkelijk van af te kunnen maken door normen tot wet te verheffen. Ik schreef al: normen zijn voor luie mensen. Wat nu o.m. met het bouwbesluit is gebeurd is dat er een wet is opgesteld die door zijn vorm en structuur feitelijk de toets der kritische grondwet niet kan doorstaan. Alleen is er geen rechter in dit land die daarover een oordeel mag vellen. Waardoor een feitelijk ongrondwettelijke (en ondeugdelijke) wet gewoon kan blijven bestaan. Het Haagse hof heeft in voorzichtig gekozen bewoordingen juist hierop gewezen. Door haar formulering legt ze de tegenstrijdigheden bloot. Meer kan het hof niet doen omdat ze daartoe niet bevoegd is. Nu is niet alleen de Staat bij het voortbestaan van deze bijna morbide wettelijke wanconstructie gebaat, de bouwsector is dat zoals in mijn eerste bijdrage gememoreerd, ook. Mede ook omdat toetsingen dan eenvoudig kunnen worden gehouden en de toetsingsambtenaar gereduceerd kan worden tot een wandelende zakjapanner. Het feit dat normen betaald moeten worden en er auteursrechten op worden geclaimd is in dit verband slechts een hinderlijk en kostbaar nevenverschijnsel, een uitwas zo u wilt van een ondeugdelijke wetgeving. Dan nog even over de gelijkwaardigheidsbepaling. Hier geldt dat gelijkwaardigheid alleen zinvol geëist kan worden als er een wettelijke eis gesteld wordt. Er moet tenslotte iets (wettelijk vastgelegd) zijn om iets anders als gelijkwaardig te kunnen beschouwen. Dat is er niet en dus is er ook niets gelijkwaardig. In mijn optiek is daarom het strijden tegen dure normen of het eisen van openbaarlegging van die normen een verkeerde strategie die slechts het voortbestaan van een ondeugdelijke wetgeving kan bevorderen omdat zij ten onrechte impliciet uitgaat van de juistheid van de wetsconstructie.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 12-05-2011
De wetgever kiest er bewust voor om normen in wetten op te nemen. Hier wordt op gehandhaafd en in de rechtspraak worden de verwezen normen aangelegd om te toetsen of aan de wettelijke eisen is voldaan. De gelijkwaardigheidsbepaling maakt dit niet anders. Om gelijkwaardigheid te kunnen bepalen moet je eerst kennis nemen van het voorschrift en dus de betreffende normen. Vraag 1 is natuurlijk of je überhaupt aan de wet kunt voldoen zonder de verwezen normen. Dit is niet het geval, je moet de norm daarvoor hebben. Dit is en blijft een welles nietes. Doe zelf de test maar eens. Pak er maar een norm bij. In iedere bouwaanvraag krijg te maken met de NEN 2580 om het oppervlak te bepalen. In deze norm staat wat je wel en niet moet meerekenen, welke correcties er moeten worden toegepast enz. Hoe kun je dan een bouwaanvraag indienen zonder deze norm? Het is niet realistisch te stellen dat je ook de “Knooble 2580 norm” mag toepassen. Gaat de gemeente even controleren dan kom je toch op de te volgen berekening overeenkomstig de NEN 2580. Voor daglichttoetreding, brandveiligheid, energieprestatieberekeningen, constructieberekening, wat dan ook … is dit niet anders. Dergelijke praktijksituaties kun je niet oplossen met de toets of het wel past binnen het kader van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Een ambtenaar gaat kijken of de berekening er is en hoe die is gemaakt … en terecht want dat schrijft de wet voor. Ik begrijp heel goed dat normen noodzakelijk zijn. Het gaat er hier om dat De Staat een situatie heeft gecreëerd en in stand houdt gebaseerd op het per saldo dwingend voorschrijven van regels die door een private partij zijn opgesteld en waar je voor moet betalen om er kennis van te kunnen nemen. Juridisch is het natuurlijk best ingewikkeld. “Niet wettelijk verbindend maar wel algemeen geldend”, “Kenbaarheid is prima geregeld want je kunt de normen bij NNI inzien” dit alles is voor ons, en met ons velen, heel erg vreemd.
Rob Diephuis | Geplaatst op: 11-05-2011
Er zit behoorlijk veel licht tussen de door Knooble verwoordde opvattingen betr. het Bouwbesluit en de daarin "verwezen" normen (NEN of NEN-EN) en diverse Europese productbetrokken richtlijnen, in Nederland omgezet in evenzovele KB's. Als voorbeeld moge dienen de Gastoestellenrichtlijn (KB Gastoestellen). Ook hier is sprake van wetgeving met "verwezen" normen. Het verschil is echter dat de tekst van de wet zodanig is opgesteld dat daarin alle bindende eisen, essentiële eisen genoemd, expliciet zijn verwoord. De aan de Richtlijn "hangende" normen, ook wel geharmoniseerde normen genoemd, dienen uitsluitend als één van de mogelijke referentiekaders voor toetsing. Anders gezegd, wanneer aan de van toepassing zijnde norm(en) wordt voldaan wordt "geacht te zijn voldaan aan de essentiële eisen", de zgn presumption of conformity. Bij deze wetgeving hebben de geharmoniseerde normen (in NL allemaal dus NEN-EN's) geen bindend karakter of publiekrechtelijke status of betekenis. In feite hebben ze slechts een voorbeeld functie en bieden een doorgaans eenvoudige en voordelige weg voor fabrikanten om hun producten Europees (CE) goedgekeurd te krijgen. Omdat het om technische producten gaat is het onvermijdelijk dat in de normen feitelijk technieken en methodes worden beschreven waarop vervolgens nauwkeurig beschreven meet- en bepalingsmethodieken worden losgelaten. Het ligt voor de hand dat (het ontwikkelen van) nieuwe technologieën die niet in het "keurslijf" van de norm-methodieken passen maar vaak wel betere producten opleveren sterk ontmoedigd zou worden wanneer deze normen bindend zouden worden verklaard. En juist dat laatste is precies de reden dat dit niet gebeurd. Vandaar de uitdrukking "normen zijn voor luie mensen" Voor de goede orde, in beide gevallen, KB gastoestelllen en Bouwbesluit, gaat het om veiligheiddsrelevante en ook veiligheidskritische apparaten en constructies. Bekijken we het Bouwbesluit in dit licht, dan is te zien dat de wetgever bij het opstellen ervan helaas zijn oren te veel heeft laten hangen naar een aantal belanghebbenden die met de hierboven geschetste aanpak weinig op hebben. De reden daarvan is doorgaans gebrek aan eigen inventiviteit, gemakzucht en het idee dat als iedereen precies het zelfde moet doen de koek in de bouw makkelijker te verdelen is en de controle kosten lager uitvallen. Daarmee is dan wel een monstrum geschapen waarin enerzijds normen verplicht worden gesteld maar anderzijds deze normen niet bindend kunnen worden voorgeschreven. Uit de uitspraak van het Haagse hof valt op te maken dat het hof dit goed heeft begrepen en naar mijn bescheiden mening volkomen terecht. Dat in de kwestie van de geweigerde bouwvergunning de Raad van State hiervan niets heeft begrepen is eveneens duidelijk. Anders gezegd, normen kunnen nooit de plaats van wetgeving innemen, daarvoor zijn ze niet bedoeld en evenmin geschreven. Normen zijn er opdat eenieder van te voren weet dat een schroef M4 past op een moer M4, en dat het passende gat 4 mm dient te zijn, van welke fabrikant de schroef of de moer of de boor ook zijn. En dat is buitengewoon nuttig. Het betekent niet dat u of ik verplicht zijn een moer en schroef M4 toe te passen waneer we het in onze kop hebben gezet om een FH maat toe te passen. (voor de betekenis van de niet genormde FH kunt u mij mailen) Zo is het ook een misvatting dat normen bedoeld zijn om kwaliteit te waarborgen. (De toepassing van) normen waarborgt slechts éénvormigheid en duidelijkheid. Maar dat is wel een kwaliteit op zichzelf. Een belangrijke zelfs. Rob Diephuis, Oud voorzitter van Afecor, European Control Manufacturers Association oud-voorzitter van CEN TC58 oud lid van diverse CEN en IEC en DIN-VDE normcommissies en van de Gas Appliance Directive Advisory Committee. Ps: NNI, DIN, BSI, etc. met CEN en CENELEC erbij vragen (doorgaans grof) geld voor de normen waar ondergetekende vele jaren aan heeft meegeschreven en -geredigeerd, ik heb daar overigens nog nooit een cent van gezien.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 21-04-2011
“Voorlopig even niet” betekent, gebaseerd op de huidige procedure / huidige inzet, eerst de “nationale procedures” volledig doorlopen. “Andere invalshoeken” betekent dat er daarnaast (of vervolgens) mogelijkheden zijn om de kwestie, eventueel vanuit een andere invalshoek / op andere gronden richting Europa te bevorderen. 1 voor 1 is hierin eerst de nationale procedures. Dat is niet alleen logisch, het is wel zo correct. Kritische opmerkingen en suggesties zijn altijd welkom!
RECHTSPRAKTIJK BAWA c.s. | Geplaatst op: 20-04-2011
P.H.J. Plass, We doen dingen 1 voor 1 dus voorlopig nog maar even niet die route bewandelen ... Dat is een onjuist uitgangspunt. Indien U zich in de nationale procedure niet heeft beroepen op schending van het E.V. volgt alsdan in Straatsburg een uitspraak zijnde : niet-ontvankelijk Ingevolge Straatsburgse jurisprudentie dient U de nationale procedures uit te putten en dient U aan te tonen in de list of documents dat U schending van het EVRM in rechte naar voren heeft gebracht in de Nederlandse rechtsgang(en) .
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 20-04-2011
Naast de "gewone" rechterlijke macht (conform artikel 2 van de rechterlijke organisatie) zijn er bijzondere “gerechten”. De Raad van State valt daar onder en is de hoogste administratieve rechter. Een uitspraak van de Raad van State moet ook als zodanig worden gewaardeerd. Dank voor de tip “Europese Hof”. In mijn ogen is het ondenkbaar dat de Hoge Raad het beroep afwijst maar je weet nooit … Dan moeten er niet alleen bij ons de nodige alarmbellen afgaan. Hoe dan ook, wij zullen er zeker alles aan doen. Nu de politiek een weigerachtige houding heeft ingenomen en er geen tijdige oplossing in het vooruitzicht is komt er een moment dat de zaak hoe dan ook richting Europa / het Europese Hof moet worden gebracht. Dit kan gebaseerd op de huidige inzet maar er zijn wellicht ook andere invalshoeken denkbaar. We doen dingen 1 voor 1 dus voorlopig nog maar even niet die route bewandelen ...
RECHTSPRAKTIJK BAWA | Geplaatst op: 19-04-2011
P.H.J. Plass De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State behoort niet tot de rechterlijke macht. De Hoge Raad wel. Indien onverhoopt voor U Uw cassatie- beroep ongegrond wordt verklaard heeft U alsdan 6 maand te tijd om de zaak aanhangig te maken bij het Europese Hof te Straatsburg.Vooreerst kan alsdan worden volstaan middels indiening van een inleidend rekest. Wel in pleidooi ten overstaan van de Hoge Raad een beroep doen op de eerbiedigende werking van het door Nederland geratificeerde EVRM.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 18-04-2011
De Raad van State heeft een belangrijke rol in de advisering van de regering en het parlement. De Afdeling bestuursrechtspraak is er uiteraard voor bestuursrechtelijke geschillen. Het is de hoogste administratieve rechter. Een uitspraak van de Raad van State doet dan ook veel voor het beleid. In dit geval is de uitspraak in lijn met de reeds gevolgde politieke lijn. Dat de politiek de kwestie NEN-normen niet belangrijk acht is inmiddels wel duidelijk. Er is geen politieke wil en er is te weinig politiek belang. Het is een erfenis die van minister op minister overgaat. Omdat het bar weinig emotie bij de burger oproept is het voor de politiek geen onderwerp om furore mee te maken. Ook de ogenschijnlijke (gecreëerde) complexiteit maakt dat mensen het lastig vinden om er mee aan de slag te gaan. In de juridische behandeling zien we dit terug. Het wikken en wegen gebeurt hoofdzakelijk gebaseerd op de inmiddels “geaccepteerde” praktijk. Als je iets maar lang genoeg op een bepaalde manier doet (of het nu goed of fout is) heb je toch een beleid. In de uitspraak van de Raad van State zien we dit terug. Buiten het omschrijven van de publicatieroute (wat op de NEN-normen (nog) niet van toepassing is, die hele beschrijving doet hiermee niets) is er per saldo de verwijzing naar ons hoger beroep (niet verbindend maar wel algemeen geldend, zonder juridische basis hiervoor) plus de interpretatie van “kenbaarheid”. Kenbaarheid is hiermee, ondanks heldere vereisten neergelegd in de Publicatiewet, een plooibaar begrip geworden. Dit is impliciet de boodschap richting regering en parlement. Concreet: het betalen voor wettelijke regels vinden wij (Raad van State) prima plus er zijn wettelijke regels die de overheid niet opstelt enz. Het benoemingsbeleid van de staatsraden ligt helaas buiten mijn invloed. Er zijn veel zaken op hoog bestuurlijk niveau waar we de nodige vraagtekens bij kunnen en moeten zetten. Tegelijkertijd moeten wij wel vertrouwen hebben in het (rechts)systeem, hoe frustrerend het vaak ook is. Ik blijf van mening dat de Hoge Raad de kwestie zorgvuldig zal wegen gebaseerd om de juiste juridische argumenten.
RECHTSPRAKTIJK BAWA | Geplaatst op: 16-04-2011
P.H.J. Plass U realiseert zich dat Uw interpretatie van de uitspraak van de Raad van State van 2 februari 2011 is gebaseerd op Uw visie! Inderdaad De Nieuwe Regels: die stel je zelf op! Kijk ook nog even naar het benoemingsbeleid van staatsraden. Kijk dan even welke ministers nu in het kabinet zitten die voorheen staatsraad waren en kijk vervolgens naar de huidige staatsraden die voordien een ministerspost hebben vervuld. Kijk ook even naar de politieke kleur en er begint ongetwijfeld een belletje bij U rinkelen. Neem even telefonisch contact met ons op en wij reiken U dan wat aan. RECHTSPRAKTIJK BAWA c.s. Haaksbergen.
Michaël de Vos | Geplaatst op: 16-03-2011
Op het ogenblik voer ik een schriftelijke discussie met het Ministerie van VROM. Er is niet alleen een wet plus wat normen, de wet berust in belangrijke mate zowel voor definities, als grenswaarden, als meetmethoden en bepalingsmethoden op die NEN-normen. De Raad van State heeft 2 februari uitspraak gedaan dat door ter visie legging van een norm, de kenbaarheid voldoende is voor de burger en kennelijk vindt de RvS de prijs van vakmatig werkzamen wel redelijk (overigens de eerste keer in de wetsgeschiedenis dat dat onderscheid gemaakt wordt!). Ik zal gaan uitproberen dat ter visielegging de facto gelijk staat met openbaarmaking en dan zal ik voortaan die normen "ter ondersteuning van het NNI" bij haar openbaarmaking wel op een website publiceren. NNI-leaks of zo....
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 01-03-2011
De cassatieprocedure in vereenvoudigde vorm De kernvraag is hoe verwezen NEN-normen algemeen geldend kunnen zijn terwijl ze tegelijkertijd wettelijk niet verbindend zijn. Dat NEN-normen een onderdeel zijn van wettelijke regels is niet door de Staat en niet door NNI ter discussie gesteld. Hiermee is dit (inmiddels) een feit. Een algemeen geldende regel, door een private partij bedacht, waar je voor moet betalen, met auteursrecht en … waar je je weldegelijk aan moet houden of er volgen sancties: hoe is de wettelijke basis hiervoor geregeld? Volgens ons is die er niet. Hoe kun je dan sancties opleggen en handhaven als er geen wettelijke basis is? We kunnen het anders noemen maar daar gaat het (nog steeds) over. Voor natuurlijke voortplanting heb je nog steeds een man en een vrouw nodig. De vrouw wordt zwanger en als alles goed gaat komt er een baby. Volgen we de (natuur)wetten dan kan het niet zo zijn dat er zomaar ineens een kindje is. We hebben wat standaard ingrediënten nodig: een man, een vrouw, een bevruchting, een zwangerschap en een geboorte. Voor de natuurlijke voortplanting is er geen steggelen. Je kunt niet 1 van die ingrediënten weglaten. Kom me dan niet vertellen dat er toch, op een andere “volledig natuurlijke wijze” een kindje op de wereld kan worden gezet! Ik snap het is beeldspraak en het deel “natuurlijk” is even van belang wil dit ook werken. De grondwet is onze “natuurwet” en heeft zo zijn eigen ingrediënten voor de geboorte van wettelijk bindende regels. Het is niet anders. In de Knooble NEN-zaak heeft het Hof bepaald dat NEN normen algemeen geldend zijn (niet verbindend maar wel algemeen geldend). Ook in een andere recente zaak is deze benadering gevolgd. Er is tot op heden niet aangegeven wat de wettelijke basis hiervoor is of eventueel zou kunnen of moeten zijn. Er is wel veel gezegd over hoe normen tot stand komen en wat kennelijk de bedoeling is van de wetgever. Dat is uiteraard interessant en ook relevant maar dat zegt helemaal niets over hoe het wettelijk zit. Hoe regels wettelijk geldend worden en iedereen binden is keurig in onze grondwet bepaald. Daar is maar 1 route voor: publiceren vrij van auteursrecht. Dat doe je wel of dat doe je niet. Doe je het niet dan kun je mensen er ook niet aan houden. Wij hebben in hoger beroep de eis opgenomen dat als de verwezen normen niet verbindend zijn verklaar dan “voor recht” dat de normen geen onderdeel uitmaken van het Bouwbesluit. Het Hof heeft zich hier niet over uitgesproken. Waarom expliciet die eis? Dit is uiteraard simpel en gaat in Jip en Janneke taal terug naar de kernvraag: als de normen niet verbindend zijn geef dan aan dat je je er wettelijk niet aan hoeft te houden. Dit heeft veel weg van een woordspelletje en dat is het ook. Een normaal mens snapt hier echt helemaal niets van. Wel algemeen geldend maar wettelijk niet verbindend? Hoe dan? De rest is min of meer een “gevolg.” Wil jij (Staat) private normen gebruiken in jouw wetgeving … dan heb je iets te regelen met de opstellers … tuurlijk.
Rechtspraktijk BAWA | Geplaatst op: 25-02-2011
Goed doorwrocht ! Wordt dus huiswerk voor de aangewezen procureur-generaal t.b.v. het geven van een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad hoe in deze nenormen zaak geoordeeld zou moeten worden.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 23-02-2011
Beste "Hoe !?)", De cassatiedagvaarding van 15-02-2011 staat bij de downloads.
Hoe !. | Geplaatst op: 21-02-2011
....... van groot en Algemeen Belang !
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 21-02-2011
De cassatieadvocaat heeft nog geen toestemming voor publicatie gegeven. We doen nogmaals navraag. In deze zaak is openheid in de behandeling, wat ons betreft, van groot belang. Maar ... de advocaat moet hier uiteraard wel mee akkoord gaan.
Hoe ? | Geplaatst op: 17-02-2011
Hoe luidt de cassatiedagvaarding ?
Loes | Geplaatst op: 07-02-2011
Raad van State of Hoge Raad. De Afdeling van de Raad van State behoort niet tot de rechterlijke macht. Zie ook de dossiers m.b.t. de Enschedese vuurwerkramp.
Raad van State als wetsadviseur is ook rechtspreker | Geplaatst op: 07-02-2011
ABRS, 02-02-2011, 201002804/1/H1 college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch. Grondwet 89 lid 3, lid 4 Bekendmakingswet 3, 4 lid 1, lid 2 (tot 1-7-2009), 4 (sinds 1-7-2009), 5 lid 1 (tot 1-7-2009), 5 lid 1, lid 2 (sinds 1-7-2009) Woningwet 3 Bouwbesluit 2003 1.5 BOUW. NEN-normen, voor zover daarnaar in het Bouwbesluit 2003 wordt verwezen, kunnen niet worden aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften die vanwege het Rijk zijn vastgesteld. De kenbaarheid daarvan dient niettemin verzekerd te zijn omdat het naar buiten werkende, de burgers bindende regels zijn. De kenbaarheid is in ieder geval verzekerd als de bekendmaking geschiedt in de Staatscourant. De kenbaarheid is ook voldoende verzekerd als deze normen zonder belemmering door een ieder kunnen worden geraadpleegd via aanschaf tegen redelijke betaling of via terinzageligging en raadpleging in de bibliotheek van het Nederlands Normalisatie Instituut. Herroeping in bezwaar van van rechtswege verleende bouwvergunning. Gelet op de nauwe verwevenheid tussen de vraag of NEN-normen al dan niet algemeen verbindende voorschriften zijn en de vereiste wijze van bekendmaking van die normen zal de Afdeling eerst beoordelen of NEN-normen, voor zover daarnaar ingevolge art. 3 Woningwet in de voorschriften van het Bouwbesluit 2003 wordt verwezen, moeten worden aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften. Uit de tekst van art. 3 Woningwet en uit de MvT bij de Herziening van de Woningwet blijkt niet dat met het noemen van normen of deelnormen is beoogd de privaatrechtelijke organisatie die de NEN-normen opstelt aan te wijzen als orgaan dat bevoegd is tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften. Evenmin blijkt dat uit de op art. 3 Woningwet gegronde verwijzing naar de NEN-normen in afdeling 2.13 van het Bouwbesluit 2003. Voorts blijkt uit de enkele verwijzing naar normen in de Woningwet en naar NEN-normen in het Bouwbesluit 2003 niet dat beoogd is een vaststelling van die normen te laten plaatsvinden vanwege het Rijk. NEN-normen zijn en blijven door een privaatrechtelijke organisatie vastgestelde regels.Het voorgaande leidt ertoe dat NEN-normen, voor zover daarnaar in het Bouwbesluit 2003 wordt verwezen, niet kunnen worden aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften die vanwege het Rijk zijn vastgesteld. Omdat NEN-normen, voor zover daarnaar in het Bouwbesluit 2003 wordt verwezen, geen vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in art.89.4 Grondwet zijn, is art. 89 Grondwet noch de Bekendmakingswet van toepassing op de bekendmaking daarvan. Dat NEN-normen, voor zover daarnaar in het Bouwbesluit 2003 wordt verwezen, geen vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in art. 89.4 Grondwet zijn, neemt niet weg dat de kenbaarheid daarvan niettemin verzekerd dient te zijn, daar deze NEN-normen door de verwijzing ernaar in het Bouwbesluit 2003 wel naar buiten werkende, de burgers bindende regels zijn. De wetgever heeft door middel van art. 3 Woningwet de bindende kracht van deze normen bepaald. Blijkens de MvT bij dit art. 3 moet aan de in die normen gestelde eisen bij het bouwen worden voldaan. Aan de vereiste kenbaarheid, welke eis ook blijkt uit aanwijzing 190 van de Aanwijzingen voor de regelgeving en de bij die aanwijzing behorende toelichting, kan op verschillende manieren worden voldaan. De kenbaarheid is in ieder geval verzekerd als de bekendmaking van deze normen geschiedt op een wijze als voorzien voor algemeen verbindende voorschriften in de Bekendmakingswet, te weten bekendmaking in de Staatscourant. Aanwijzing 190 van de Aanwijzingen voor de regelgeving gaat daarvan ook uit. De kenbaarheid is evenwel ook voldoende verzekerd als deze normen zonder belemmering door een ieder kunnen worden geraadpleegd. De kenbaarheid van NEN-normen voor bouwers, architecten, 7 installateurs en andere bij de bouw direct betrokkenen is voldoende verzekerd, nu zij de NEN-normen tegen redelijke betaling kunnen aanschaffen. Voor burgers zal de koopprijs wellicht een belemmering vormen om daarvan kennis te nemen. Naar het oordeel van de Afdeling is de kenbaarheid ook voor de burger voldoende verzekerd als de NEN-normen voor de burger ter inzage liggen en zonder belemmering geraadpleegd kunnen worden. Terinzagelegging van de NEN-normen vindt feitelijk plaats in de bibliotheek van het Nederlands Normalisatie Instituut waar belangstellenden van de NEN-normen kunnen kennis nemen. De Afdeling gaat daarbij uit van de niet onredelijke veronderstelling dat voor de burger voldoende kenbaar is of kan zijn dat deze normen aldaar kunnen worden ingezien, voor zover deze niet al bij de gemeente zelf kunnen worden ingezien. Onder deze omstandigheden zijn de NEN-normen die zien op de beperking van uitbreiding van brand als vermeld in afdeling 2.13 van het Bouwbesluit 2003, voldoende kenbaar en konden deze derhalve door het college aan appellante als bindend worden tegengeworpen. LJN: BP2750 (P.I.) / rechtspraak.nl
JOKE | Geplaatst op: 08-12-2010
KUNNEN WE HET NOG VOLGEN ? De aanscherping van de EPC naar 0,6 draagt naar verwachting bij aan het ontwikkelen en toepassen van innovaties. Veel van deze nieuwe technieken zijn echter (nog) niet meegenomen in de huidige methodiek (EPN) voor de EPC. Ze worden daarom gewaardeerd via zogenoemde gelijkwaardigheidsverklaringen. Voor het eerst hebben onafhankelijke deskundigen in opdracht van Agentschap NL deze verklaringen uitgebreid gecontroleerd. Via een database zijn nu alle gecontroleerde gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen te raadplegen. Bouw- en woningtoezicht toetst voor nieuwbouw of een nieuw ontwikkelde techniek of systeem, die nog niet in de EPC bepalingsmethode gewaardeerd wordt, voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Dit doet zij met behulp van een gelijkwaardigheidsverklaring. De gelijkwaardigheid van innovatieve oplossingen aan bestaande energiebesparende maatregelen moet echter wel onderbouwd worden met bijvoorbeeld een gelijkwaardigheidsverklaring, afgegeven door een fabrikant of leverancier. Een gefundeerde onderbouwing van deze verklaringen ontbreekt echter vaak. Database Om meer vat te krijgen op de verklaringen heeft Agentschap NL, in samenwerking met NEN en ISSO, een beoordelingssystematiek. Deze is ontwikkeld om te komen tot gecontroleerde kwaliteitsverklaringen en gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaringen. Deze verklaringen zijn sinds enkele maanden verzameld in een database en bij ISSO te raadplegen. Hierdoor wordt het voor bijvoorbeeld gemeenten, maar ook voor andere bouwpartijen, eenvoudiger om bij de beoordeling van EPC-berekeningen bij nieuwbouw de gelijkwaardige technieken te waarderen. Hoe werkt het? In de databank staan alle goedgekeurde verklaringen met als toepassingsgebied de NEN 5128, NEN 2916, ISSO 82.1 en/of ISSO 75.1. Per product/systeem is aangegeven op welk toepassingsgebied de gecontroleerde verklaring betrekking heeft.
Rob van der Meulen | Geplaatst op: 01-12-2010
Vanuit een wat ander perspectief, een internationale vergelijking op micro-niveau, dat van een eenvoudige doe-het-zelver in Frankrijk blijf ik me verbazen over de Nederlandse NEN aanpak, en deze laatste uitspraak. Vorig jaar dacht ik, nu moet ik toch eens dat nieuwe gebouw van de Openbare Bibliotheek vlakbij het centraal station in Amsterdam bezoeken, daar wordt in architectenland en in bezoekerskringen lovend over gesproken. Schitterend gebouw, uitstekende ict infrastructuur, overal studieplekken waar geconcentreerd of ontspannen, merendeels studenten zo te zien, achter de laptop (opvallend weinig netbooks) gewerkt werd. Laat ik eens kijken wat ze hier aan boeken hebben over NEN 1010, ingetikt op één van de zeer vele Mac terminals daar, en zowaar, twee hits. En slechts één daarvan leek een beetje in de diepte te gaan. En in de boekhandel kwam ik nog een "Praktijkboek NEN 1010" tegen. Als dat alles is, geeft dat toch te denken over de uitwerking van het "closed shop" model dat de overheid hiermee in het leven heeft geroepen. In de boekenkast hier voor me - gebroederlijk naast L'installation électrique van Thierry Gallauziaux & David Fedullo - staat een boek getiteld: Toelichting-toepassing installatie voorschriften, van A.F. Bogaert, Ing. Tekst en uitleg, en verwijzingen naar de NEN 1010 normen. Uit een periode dat de vrije meningsuiting klaarblijkelijk wat hoger in het Bataafse vaandel stond, want uit het jaar 1973. Daarmee zou betrokken auteur heden ten dage ernstige juridische problemen over zich afgeroepen hebben, ook het uitgeversconcern waar dit boek werd uitgebracht, Agon Elsevier. Naar Frankrijk vertaald zou dit NEN model betekenen dat je heel wat uitgeverijen, auteurs, producenten als Hager en Schneider, websites en eenvoudige correspondenten als o.g. voor de rechter zou kunnen slepen wegens inbreuk op het auteursrecht. Gelukkig is dat niet het geval, er is een overvloed aan informatie beschikbaar voor de professional en voor de bricoleur. Goed, de officiële uitgave van deze NF normen kost bij de UTE tegenwoordig ook al € 315, maar voor een schappelijke prijs heb je een zeer compleet boek, en tegenwoordig nog veel uitgebreider, of gratis informatie op internet. En daar staat bijzonder veel. Zojuist kwam ik nóg een samenvatting tegen van de Franse NF C 15-100 normen. Het zijn er vele honderden, maar deze is erg aardig. Overzichtelijk, tekeningen voor de GTL, en met verwijzingen naar de relevante NF artikelen. Doe er uw voordeel mee schreef ik een berichtje op het forum van Infofrankrijk, als aansporing aan de Nederlanders die in Frankrijk bezig gaan met de elektrische installatie. Voor de Nederlanders in Nederland blijft het voorlopig nog even behelpen ben ik bang, of voor veel geld het niet altijd even toegankelijke proza van de NEN 1010 normen aanschaffen. Een bedrijf kan zoiets natuurlijk in zijn kosten doorberekenen las ik al als opperste wijsheid, maar wilden we als B.V. Nederland ook niet iets doen aan het terugdringen van bouwkosten en kosten van regelgeving? En nieuwbouw ook voor starters binnen financieel bereik brengen? Terugdringen administratieve lasten heet dat hoofdstuk in politiek beleidsland, maar echt veel schot lijkt daar nog niet in te zitten. Rob van der Meulen
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 30-11-2010
Helemaal mee eens. Wat de heer Bakker heeft omschreven is de praktijk en zo gaat het er aan toe op ieder project. Het systeem van de getrapte verwijzingen is daarbij nog een extra complexiteit. Met alleen de eerstelijns normen ben je er nog niet.
D Bakker (directeur Advance bouwadviseurs) | Geplaatst op: 29-11-2010
De motivatie van het Hof is voor ons bijzonder teleurstellend. Het Hof gaat er naar ons oordeel ten onrechte aan voorbij dat bepaalde door het bouwbesluit aangewezen NEN-normen (van de ca. 80) geen publieksrechtelijk maar wel degelijk een wetgevend karakter hebben. Twee voorbeelden: (1) de bepaling van gebruiksoppervlakte conform de NEN 2580: het is onmogelijk om "gelijkwaardig" de gebruiksoppervlakte te bepalen. Daar mag maar één methode voor zijn omdat anders de uitkomsten van vrijwel alle bouwbesluitvoorschriften variabel zouden worden en niet meer uniform. Voorbeeld (2): definities: het bouwbesluit definieert in par. 1.1, art. 1.1 begrippen door verwijzing naar NEN en NEN-EN normen. Het is onmogelijk begrippen "gelijkwaardig" te herdefiniëren. Zoals anderen al hebben betoogd is bovendien niet te verwachten dat gemeentelijke overheden afwijkingen op de "norm" zouden toestaan. Daarnaast vertonen NEN-normen (maar ook het bouwbesluit) lacunes en tegenstrijdigheden waarover wij volop discussie voeren met gemeentelijke overheden. Op grond van onduidelijke voorschriften uit zowel NEN-normen als het bouwbesluit worden bouwvergunningen (omgevingsvergunningen) geweigerd. Maar er worden ook rechtszaken gevoerd over bijvoorbeeld ventilatie (NEN 1087). Wij komen tot de conclusie dat, voor wat betreft het bouwbesluit, met NEN-normen uitsluitend wordt omgegaan alsof ze "algemeen verbindend" zijn.
Hans | Geplaatst op: 23-11-2010
Europees recht gaat voor nationaal recht !
Jaap | Geplaatst op: 22-11-2010
Hoe verhouden de overwegingen van het Gerechtshof onder 1.2 zich met Europese geharmoniseerde normen (tot stand gekomen onder mandaat van de EC) en de op handen zijnde omzetting van de bouwstoffenrichtlijn naar bouwstoffenverordening?
Rechtspraktijk BAWA | Geplaatst op: 19-11-2010
Geachte heer Plass, Relevant is derhalve dan ook dat beroep in cassatie wordt ingesteld bij de Hoge Raad door de meest gerede partij(en). Wordt het cassatie beroep gegrond verklaard dan wordt de zaak terug verwezen naar een ander Hof voor verdere behandeling. Bij ongegrondverklaring van het cassatieberoep is er alsdan een definitief arrest. Indien alsdan de uitspraak van de Hoge Raad conflicteert met jurisprudentie van de Raad van State wordt raadpleging van annotaties met onderwerp : "Wie is de hoogste rechter in Nederland" weer actueel. Het buitenland kijkt wederom mee.
P.H.J. Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 18-11-2010
Naar aanleiding van de vraag van de heer Van Prooijen (d.d. 17-11-2010) het volgende: Hoe wordt iets wat niet als wettelijke regel is opgesteld tot iets waar wettelijk op kan worden gehandhaafd? De essentie van de uitspraak van 16 november jl. is dat verwezen NEN-normen wettelijk niet algemeen verbindend zijn maar wel publiekrechtelijk algemeen geldend zijn. Hoe de normen publiekrechtelijk rechtskracht krijgen als deze niet als wettelijke regels zijn opgesteld is waar het wringt. Hier is geen juridische basis voor. Maak een verkeersbord met de tekst "Jansen-norm". Om te weten te komen waar je aan moet voldoen moet je bij firma Jansen de Jansen-norm kopen … die heeft daar samen met brancheorganisaties iets voor bedacht. De agent houdt je staande en zegt "Je houdt je niet aan de norm." Jij zegt "Onzin, want het is helemaal geen wettelijke regel." De agent zegt "Klopt maar … het is toch iets waar ik je wettelijk aan ga houden want de norm is publiek rechtelijk algemeen geldend." Jij pikt het niet en de zaak komt voor. Dan zegt de rechter "Ja, ik moet constateren dat je niet aan de Jansen-norm voldoet." De rechter is zo netjes om te melden "Dat je er ook op een andere manier aan kunt voldoen als het maar gelijkwaardig is. Het hogere criterium hierbij is ‘veiligheid’." Dan zeg jij "Daar kan ik niets mee want wat voor u onveilig is kan voor mij misschien wel heel veilig zijn." Dan zegt de rechter "Precies, om die onduidelijkheid weg te nemen en het concreet te maken hebben we dus de verwijzing naar de Jansen-norm in onze verkeersveiligheidswet opgenomen." Je sputtert nog even en doet een laatste poging "Ik heb de Jansen-norm niet maar hoe toon ik dan die gelijkwaardigheid aan?" Zegt de rechter "Goed punt, die moet je dan wel even kopen want anders kan gelijkwaardigheid niet worden beoordeeld." Resumerend: Volgens het hof zijn de normen publiekrechtelijk algemeen geldend. Iedereen is er dan ook aan gehouden en hier mag op worden gehandhaafd. Vooralsnog zal deze lijn ook voor de eurocodes worden gevolgd.
mr. M.R.F. Gerrits | Geplaatst op: 18-11-2010
Naar mijn eerste mening is het oordeel van het Hof niet (helemaal) correct, althans niet volledig. In ieder geval blijft er nog steeds discussie op dit punt bestaan, want wat opvalt is dat in het oordeel van het Hof helemaal niet meegenomen is dat de NEN-normen in feite eigenlijk (vaak) Europese geharmoniseerde normen zijn. Richtlijn 98/34/EG definieert de term Europese normen als technische specificaties die door een Europese normalisatie-instelling zijn goedgekeurd voor herhaalde of voortdurende toepassing en waarvan de inachtneming niet verplicht is. Volgens de interne regels van deze instellingen moeten Europese normen op nationaal niveau worden omgezet. Deze omzetting betekent dat de Europese normen in kwestie op een identieke manier als nationale normen ter beschikking moeten worden gesteld en dat alle conflicterende nationale normen binnen een bepaalde periode moeten worden ingetrokken. Dit laatste doet het NNI dus. Geharmoniseerde normen vormen geen specifieke categorie van Europese normen. De in de nieuwe aanpak-richtlijnen gebruikte terminologie is een juridische kwalificatie van technische specificaties die al als Europese normen bestaan, maar waaraan door deze richtlijnen een speciale betekenis wordt gegeven. Geharmoniseerde normen leiden tot het vermoeden dat aan de essentiële eisen is voldaan - en nu komt het - indien hun referentie in het Publicatieblad is gepubliceerd en indien ze op nationaal niveau zijn omgezet. Volgens mij worden Europese geharmoniseerde normen, omgezet door het NNI op nationaal niveau door er "NEN" voor te zetten, door dit systeem wel algemeen verbindende voorschriften, maar dan op grond van een Europese regelgevende bevoegdheid ("bij of krachtens Europese wet").
Ing. J. van Prooijen | Geplaatst op: 17-11-2010
Is het nu zo dat ook de eurocodes niet geldend zijn ? immers de uitspraak van de rechter zegt dus dat normen waarnaar verwezen wordt in het bouwbesluit niet gelden bij wet, maar puur als afspraak tussen private partijen kunnen worden gebruikt. Derhalve zal een gemeente bouw en woningtoezicht dus niet mogen eisen dat er volgens de euronormen wordt berekend/gewerkt en kan dus iedere vergelijkbare norm ( dus ook de oude normen TGB serie) gebruikt worden. Zelfs een norm uit 1950 zou nog voldoen mijns inziens.! Gooi dus maar weg die stapel eurocodes ! Ik vraag me ook af wat deze uitspraak teweegbrengt in Europees verband, immers de eurocodes strekken toch wat verder uit dan alleen Nederland. Mag Nederland opeens andere regelgeving maken dan de omliggende europese landen, waar wellicht deze euronormen Wél tot wettelijke bepalingen zijn verheven! Kan iemand hier iets over zeggen?
JOKE | Geplaatst op: 17-11-2010
Cassatie in belang van de Wet en/of beroep intstellen door procederende partijen,of 1 partij ligt in de rede. Relevant lijkt daarbij ook te zijn de kwestie die speelt t.o.v. de Nmam die op 1 november 2010 een openbare hoorzitting hield op het hoofdkantoor te Den Haag. Onderstaand treft U de pleitnota aan van reclamanten. Afz. JOKE ______________________________________ Pleitnota van Paul Baakman namens reclamanten Casus : 6965 Bezwaarschrift van Geduide BV en BAWA c.s. Nederlandse Mededingsautoriteit (Nma) Hoorzitting 1 november 2010 Aanvang 13.30 uur Reclamanten: Geduide B.V. en BAWA Juridische Dienstverleningen Raadsman Paul. Baakman Verweerder: Nma Gemachtigde:……… Derde Belanghebbende Nederlands Normalisatie Instituut Gemachtigde:…………………... -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- M.d.V., Leden van de Nma-hoorcommissie, Reclamanten hebben tijdig bezwaar aangetekend tegen de beschikking waarvan bezwaar. Hedenmorgen trof ik op mijn kantoor de brief van Nma d.d. 29 okt. 2010 no. 6965/B89 aan met bijlage van de NNI d.d. 26 oktober 2010. Vooreerst wordt opgemerkt dat t.a.v. ontvankelijkheidcriteria i.c. van belang is dat reclamanten zich beroepen op art 13 EVRM inhoudende dat een rechtsgang een effectieve remedie dient te zijn in de zin van het door Nederland geratificeerde verdrag. Het prioriteitsbeginsel kan i.c. geen opgeld doen nu het Hof reeds heeft bepaald dat de administratiefrechtelijke bezwaarschriftenfase kan worden aangemerkt als begin van procesgang welke valt onder de eerbiedigende werking van art 6 EVRM . In die zin is het beroep van de geachte tegenpleiter van het NNI op jurisprudentie van het CBB d.d. 4 november 1998 achterhaald. Rechtens is niet van belang het gestelde door de gemachtigde van NNI doch het gegeven dat art 17 van de NNI-stichtingsstatuten het openbaarheidvereiste van de codificatie terzijde schuift. De tarieven conflicteren in die zin dat het zijdens reclamanten wordt aangemerkt als een handelsbelemmering. De vraag is de Geduide BV en BAWA daardoor rechtstreeks in hun wettelijke te beschermen belangen worden geraakt. Het antwoord is ja en zulks is uitvoerig gemotiveerd in het bezwaarschrift. Reclamanten hebben dagelijks met verwezen NEN-normen te maken.. Nu zulks onomstotelijk vaststaat zijn beide reclamanten belanghebbende in de zin van de Awb. Het al of niet voorkomen van de namen van reclamanten op de NNI-klantenlijst is in casu volstrekt irrelevant. De stelling op blz, 2 eerste alinea onder “beoordeling” dat het Nma niet bevoegd is om te bepalen of het de NEN-normen een algemeen verbindend karakter hebben is niet geheel juist. Als juist moet worden aangemerkt dat zulks wel geld voor de niet verwezen NEN-normen (normen afstelling tussen privaatrechtelijke partijen) doch dat zulks niet opgaat voor de verwezen NEN-normen. Het Nma is een bestuursorgaan in de zin van de Awb en zij dient o.g.v. het zorgvuldigheidsvereiste dit nader te onderzoeken alvorens zij ex-nunc in heroverweging op het bezwaarschrift beslist. Het feit dat er zaken onder de rechter zijn ontslaat het Nma als bestuursorgaan niet van haar wettelijke onderzoeksplicht. Het deel van de activiteiten van het NNI dat te maken heeft met de niet-verwezen NEN-normen dienen te worden aangemerkt als economische activiteiten. Doch zulks geldt idem voor dat deel van de activiteiten die te maken hebben met de verwezen NEN-normen. T.a.v. beide voornoemde activiteiten valt het NNI als een onderneming in de zin van de Mw aan te merken. In casus is m.b.t. het laatstgenoemde deel sprake van een bestuursorgaan die zich als onderneming gedraagt. Dit wordt deels miskend door het Nma in haar beschikking d.d. 31 augustus 2010. De Nma dient in de beschikking op bezwaar aan te geven wat de juridische status van het NNI m.b.t het activiteteitendeel t.a.v. verwezen NEN-ormen. (PBO of publiekrechtelijke instelling zoals bedoeld in het EG-verdrag zoals bij woningcorporatie enz. enz. ) De privaatrechtelijke overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en het NNI afgesloten de dato 29 februari 2009 is niet tot stand gekomen via Europese aanbesteding of nationale aanbesteding in de zin van het EG-verdrag. (zie jurisprudentie stadion AZ- Alkmaar ) Voornoemde overeenkomst is derhalve onverbindend van aard nu het door het Nma gestelde wettelijke monopolie niet op een wijze ingevolge het Europese recht tot stand is gekomen. De door reclamanten gestelde misbruik van monopoliepositie moet o.a. ook worden gezien in het licht van het feit dat de staat der Nederlanden als private partij binnen de overeenkomst van 29 februari 2009 het publiekrechtelijk recht welke zij waarborgt t.a.v. verstrekking van wetgeving, verordeningen, beleidsmaatregelen enz . desgevraagd op basis van om-niet verstrekt aan alle natuurlijke –en rechtspersonen in Nederland. Het tarief mag alsdan zijn het kopieertarief en niet gemiddeld 65,-- euro per verwezen nen-norm. In dat verband is niet beslissend wat de Raad van State vindt (zij behoort niet tot de rechterlijke macht). Uit de winst die het NNI maakt bij de verkoop van de privaatrechtelijke normen, cursussen enz dient zij de verwezen-NENnormen te fabriceren/publiceren. Lukt dat niet dan moet zij bij de Nederlandse Staat aankloppen en niet de kosten trachten om te slaan op reclamanten. Het afsluiten van de overeenkomst van 29 februari 2009 behoort tot het ondernemersrisico van het NNI waarvan akte. Niet alleen de tarieven doch ook voornoemde overeenkomst van 29 februari 2009 werkt handel-belemmerend. Reclamanten worden daardoor in hun wettige belangen getroffen. Reclamanten zijn ondernemers weshalve zij ontvankelijk zijn in hun bezwaren t.a.v. de negatieve beschikking van het Nma van 31 augustus 2010 Het NNI ontwikkelt niet zelf de NEN-normen doch publiceert ze via een een protectie-systeem middels verkoop. Het Nma heeft een zelfstandige bestuursrechtelijke bevoegdheid en is derhalve niet afhankelijk van de status van het kabinet op moment van beschikken. Het instituut zoals B. en W en/of kabinet vervalt nooit. Wel verandert de zitting nemende poppetjes in een College van B. en W. en/of kabinet doch het is onjuist dat het Nma zich laat leiden door de ingenomen dat er nu sprake is van een demissionair kabinet. Overigens is daar op dit moment geen sprake meer van. Uit het jaarverslag-2009 van het NNI blijkt een omzet bijna 33 miljoen euro. Uit de verkoop van normen werd reeds 12 miljoen euro op de rekening van het NNI geschreven. Niet duidelijk is welk bedrag daarvan is geïnd t.a.v. de gewezen NEN-normen zoals o.a “NEN-normen die betrekking op alle sectoren zoals o.a. de chemische industrie – elektronica – energietechniek – telecomindustrie - vloeistof systemen – verfindustrie – gezondheidszorg – lucht- en ruimtevaart – milieu en veiligheid - militaire zaken - voedingsmiddelenindustrie – bouw- telecommunicatie enz. en de daarop van toepassing zijnde Nederlandse wet-en regelgeving waaronder de bouwregelgeving (o.a. woningwet, bouwbesluit en bijbehorende verordeningen enz.) alsmede de milieuwetgeving (o.a. wet milieubeheer enz.) alsmede alle brandveiligheidsvoorschriften alsmede o.a. de telecommunicatiewet, wet arbo enz. enz.” Het economisch belang is enorm weshalve een nader onderzoek geheel in de rede ligt gelet o.a ook op het commununautaire belanghebbende begrip juncto art. art 82 EV in zaken met een Europeesrechtelijke dimensie. ( Zie o.a. E. Steyger, besturen in het Europese recht. Over de invloed van het commununautaire recht op de nationale bestuursrechtelijke tradities ,oratie VU Den Haag p. 26) Zie dit in het licht van het feit dat NNI een prerogatief uitoefent bij vergunningverleningen in de EU-lidstaat Nederland t.a.v. verwezen NEN-normen. De Rotterdams Rechtbank concludeerde in 2006 dat de hoogte van de tarieven de strekking hebben om de mededinging te beperken. De leges bij bouwvergunningen wordt mede bepaald door begroting en maatstaven zoals normen van het NNI. In de aanvraag van een bouwvergunning moet op het daartoe verlangde formulier de aanneemsom ingevuld incl. BTW. Daarbij gaat de gemeente uit van de NEN-norm 2631. Dat is de methode ven berekenen van het NNI. Deze omstreden methode wordt ook gebruikt om te bepalen of de wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur BIBOB dient te worden toegepast. De verwezen NEN-normen worden A.V.V. als een publiekrechtelijke regeling zegt dat je eraan moet houden. Dus de toelichting in de Bekendmakingswet is helemaal niet strijdig met bijv artikel 3 van de Woningwet. Verder zijn de regels over bekendmaking bedoeld om de kenbaarheid van wet- en regelgeving te waarborgen. Dat hangt dus samen met het legaliteitsbeginsel, dat is vastgelegd in internationale verdragen waaraan getoetst kan worden. NEN-normen van het NNI kunnen alleen tegen betaling worden verkregen en zijn dus niet voor het algemeen publiek beschikbaar. Mede van belang zijn de juridische factoren van juridische kwaliteit zoals vervat in hoofdstuk 6 en gepubliceerd in"Alles in een keer goed. Zie o.a. daartoe :Juridische kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming : Kluwer 2005 De notificatierichtlijn 98/34 EG en 98/48 en EG voorzien in een preventieve controle door de Europese commissie op nationale regels die handelsbelemmerend kunnen zijn waarbij het gaat om technische voorschriften m.b.t. producten of diensten van de informatiemaatschappij zoals o.a. verwezen NEN-normen De tarieven van de verwezen NEN-normen werken handelsbelemmerend. (In de zgn. Eurowob-verordening (Vo 1049/2001) zijn regels neergelegd mbt de openbaarheid van stukken van de Commissie, de Raad en het EP. Deze verordening dient te worden bezien in combinatie met de nationale Wet openbaarheid bestuur (Wob). Alle verwezen NEN-normen dienen te wordengenotificeerd ingevolge voornoemde Europese richtlijnen en de stukken zijn openbaar althans behoren zonder enige tariefbelemmering ter hand te worden gesteld. Ten onrechte is het overzicht zoals opgenomen in het antwoord op Nma-vragen van 18 oktober 2010 door het Rotterdamse advocatenkantoor d.d. 26 oktober 2010 de omzet en afnemers weggelaten m.b.t. Nen-normen verwezen in wet-en regelgeving enz. ( zie blz. 2 schema) . Ook het aantal betalende afnemers van nen-normen zijn niet vermeld. Er is geen indicatie gegeven van de grootte van de afnemers. Een inschatting van de winstmarge over 2009 is door het NNI achterwege gelaten. Daarnaast is de Construction Products Directive (CPD 89/106 EEG ) cq richtlijn bouwwerken van kracht welke harmonisatie van afzonderlijk eisen van bouwproducten voorschrijft. Deze voorschriften en eisen verschillen per lidstaat.en mogen geen handelsbelemmeringen vormen. De Geharmoniseerde Europese Normen (HEN,s) vervangen de nationale vergelijkbare normen (in Nederland dus de NEN-normen) en zij komen in CEN-verband tot stand. (CEN =Europenne Committee for Standardization) waarbij het gaat om mechanische sterkte en stabiliteit – brandveiligheid – hygiëne – gezondheidszorg en milieu –gebruiksveiligheid – geluidshinder – energiebesparing en warmtebehoud. De toepassing van de CPD is in de Nederlandse bouw vastgelegd in het bouwbesluit 2003 en respectievelijk aan de verwezen nennormen in het bouwbesluit. Bij grote bedrijven is dat veelal reeds geregeld. (Grotere bedrijven maken veelal deel uit van de normencommissies van het NNI) maar de kleinere bedrijven blijven achter .(kostenaspect) Er zijn ongeveer 400 productnormen gereed weshalve heet veel bouwproducten zijn voorzien van CE-markering. De CE-markering is verplicht voor producten waarover Europese technische specifiacties bestaan . (HEN en o.a. ETA) De bemanning/bevrouwing van de Nen-normencommssies is niet bij wet geregeld. De achterhaling van de Nen-normen wordt bemoeilijkt vanwege het feit dat de Nederlandse wetgever een aantal zaken bouwvergunningsvrij heeft gemaakt waaronder inhanging UMTS, HSDPA,WIMAX, LTE zenders en benodigde bijbehorende techniekkasten in zendmasten t.b.v. allerlei vormen van mobiele (beeld)-telefonie. Wat als voorbeeld o.a. opvalt is dat bijv. Nen-1010 er een verkoop bevorderend effect uitgaat. De Nen-normencommssie die de norm samenstelt bestaat deels uit fabrikanten van installatiemateriaal. De Nen-1010 wordt deels gemaakt door de belanghebbende fabrikanten. De commissies die de Nen-normen samenstellen bestaan deels uit fabrikanten uit de elektronische- en telecomindustrie weshalve gelet op het verkoopbevorderend effect, sprake is of kan zijn van belangenverstrengeling. Nu de verwezen Nen-normen ook verwijzen naar andere wettelijke normen in zowel nattionale- en Europese wet en regelgeving, behoren zij niet te worden uitgepond door het NNI. De belanghebbende reclamant, zijnde de Geduide B.V die o.a kunststof halffabrikaten produceert, samenstelt, en levert heeft in de administratiefrechtelijke bezwaarprocedure aangegeven in welke range zij kennis moet dragen van Nen-normen en van verwezen Nen-normen. Het bedrijf is aktief op de Europese markt. Het bedrijf BAWA levert alle juridische dienstverleningen binnen alle rechtsgebieden op zowel de Nederlandse alswel de Europese markt en dient vanuit dien hoofde te beschikken over alle Nen-normen, zowel verwezen als niet verwezen. WESHALVE het bestreden besluit bij een ex-nunc beschikking op bezwaar, ongeacht de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in de Knooble-casus niet in stand kan blijven. Tot zover in eerste termijn ! RECHTSPRAKTIJK BAWA J.P.E. Baakman Raadsman
BAWA-HAAKSBERGEN | Geplaatst op: 06-11-2010
Hoe is nen-norm 6069:2009 in de WABO "geregeld" . De advocaat-generaal(AG) bij de Hoge Raad heeft vrijdag 5 november 2010 een onafhankelijke conclusie genomen zijnde een advies aan de Hoge Raad om in de lopende cassatie-procedure m.b.t. de brand in het cellencomplex Schiphol-Oost waarbij op 27 oktober 2005 elf vreemdelingen om kwamen het oordeel van het gerechtshof Amsterdam te vernietigen. Het Hof te Amsterdam kwam tot een veroordeling van dhr. A.J. voor de schipholbrand Het gerechtshof Amsterdam liet haar uitspraak mede steunen op een deskundigen bericht welke deels was gestoeld op een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid is niet bedoeld voor het produceren van stukken t.b.v. het O.M. en/of Rechtbanken om tot rechtsoordelen te komen. Als de Hoge Raad over enige tijd het advies van de AG overneemt wordt alsdan de zaak terug verwezen naar een ander gerechtshof. Alsdan kan ook aan de orde komen of het cellencomplex voldoet aan de brandwerendheid t.a.v. plafonds en ventilatieroosters enz zoals bedoeld in de bouwbesluit-aangestuurde nen-normen waaronder nen-norm 6069:2005 alsmede overige bouwbesluit aangestuurde nen-normen m.b.t. brandwerendheid, belasting en constructie. Vers in het geheugen liggen nog de uitspraken van de toenmalige ministers Verdonk van veemdelingen zaken en Donner van Justitie t.a.v. de constructie van het cellencomplex en de gebruikte materialen. Het Hof bepaalde wel dat de constructie van het cellencomplex en de gebruikte materialen een wezenlijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de brand. een wezenlijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de brand. De boven drijvende vraag is thans of de bouwbesluit-aangestuurde nen norm 6069:2005 in casu als een wettelijk voorschrift moet worden gezien. Op 31 december 2008 heeft de rechtbank te Den Haag, , sector civiel, in de Knooble-casus bepaald dat de bouwbesluit-aangestuurde nen normen zoals vervat in bouwbesluit-2003 en regeling bouwbesluit 2003 onverbindend zijn. De staat der Nederlanden heeft tegen voormelde uitspraak hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Vonnis of tussenvonnis wordt op 16 november 2010 verwacht. Inmiddels is de nen-norm 6069:2005 niet meer van kracht. Daarvoor is in de plaats gekomen nen-norm 2069:2009. Zolang in rechte niet een onherroepelijk en in gezag van gewijsde gerechtelijke uitspraak voorligt, zijn er t.a.v. de brandveiligheid van gebouwen onvoldoende waarborgen en zekerheden die in rechte dekking geven. Het verantwoordelijke overheidsbestuur en ambtenarenkorps heeft niets te vrezen want zij worden beschermd door het pikmeerarrest en het Nederlands normalisatie instituut wenst zich het auteursrecht voor te behouden. (betaling van de normen). De nieuwe minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten van het kabinet Rutte is aan zet. Voor souffleur Donner is in casu geen rol (meer) weggelegd. Hoe is het onder de nieuwe omgevingswet WABO geregeld ? Kijken we naar de parlementaire geschiedenis van laatst genoemde wet dan ziet men ………………….. RECHTSPRAKTIJK BAWA Paul Baakman
Rechtspraktijk BAWA | Geplaatst op: 02-11-2010
Wijziging Bouwbesluit als NEN op orde is Nadat het NNI de engergieprestatienorm NEN 7120 heeft vastgesteld wordt het Bouwbesluit gewijzigd. Deze marsroute blijkt uit de toelichting bij de geplande wijziging van het Bouwbesluit. De NEN 7120 zal de energieprestatienormen NEN 5128 (voor woonfuncties) en de NEN 2916 (voor utiliteitsgebouwen) moeten vervangen. De tabel waarin de epc voor woonfuncties wordt voorgeschreven is echter al vanaf 1 januari 2011 onderdeel van het Bouwbesluit! Anders gezegd: iedereen is vanaf 1 januari 2011 gehouden aan de nieuwe epc van 0,6 voor woonfuncties, hoe je daar aan moet voldoen is dan letterlijk de vraag want de huidige normen voorzien hier niet in. Volgens het NNI is het nog niet eerder voorgekomen dat een wetswijziging afhankelijk wordt gesteld van een nog vast te stellen NEN-norm. Op 30 september 2010 heeft de betrokken normcommissie afgezien van het vaststellen van de norm omdat de rekensoftware nog niet voldeed. Volgens het NNI is de norm prima maar is de bijbehorende rekensoftware onbetrouwbaar. Volgens de Staat en NNI zijn NEN-normen geen onderdeel van de wettelijke eisen. Welke personen en welke partijen zaten er in de nen-normcommissie is een relevantere vraag. Nu het antwoord nog !
BRON : JOKE | Geplaatst op: 08-10-2010
Juridische mededeling m.b.t. de NEN-NORMEN te Haaksbergen (Techniekkast in een umts-mast) Naar aannleiding van het door Rechtspraktijk BAWA bij de Nederlandse Mededingsautoriteit (Nma) aangespannen nen-normen zaak namens Haaksbergse bedrijven tegen het Nederlands Normalisatie-instituut te Delft wordt op het kantoor van de Autoriteit te Den Haag op 1 november 2010 een speciale hoorzitting gehouden. Aanvang 13.30 uur.
J M | Geplaatst op: 10-09-2010
Umts-mast, techniekkast en de toepasselijkheid van nen-normen. Nen-normenzaak geregistreerd. Umts-mast en techniekkast en de toepasselijkheid van nen-normen. De NMa heeft d.d. het bezwaarschrift geregistreerd en een rolnummer toegekend (6965/38.B740) en de termijn voor indiening van producties, stukken enz. gesteld tot 12 oktober 2010. Verder deelt de NMa aan partijen mee dat zij binnen 7 dagen na 8 september 2010 om geheimhouding van bepaalde stukken kunnen vragen. Een geheimhoudingsverzoek van stukken en/of gegevens zal worden beoordeeld in het licht van de motivering om geheimhouding. In beroep bij de Rechtbank en/of College van beroep voor het Bedrijfsleven kan vertrouwelijke behandeling worden gevraagd o.g.v. art. 8:29 eerste lid Awb uitsluitend t.a.v. die stukken waarbij een partij in de bezwarenprocedure om geheimhouding heeft verzocht De zaak is aanhangig gemaakt door een Haaksbergse ondernemer, lid van de werkgroep Haaksbergen tegen straling bijgestaan door de Haaksbergse Rechtspraktijk BAWA. http://www.stopumts.nl/doc.php/Juridische%20Informatie/5082/umts-mast_techniekkast_en_de_toepasselijkheid_van_nen-normen.
BAWA.NL | Geplaatst op: 02-09-2010
De Haaksbergse werkgroep HTS (Haaksbergen Tegen Straling) bestaat in hoofdzaak uit ondernemers die wonen en werken op het industrieterrein De Greune die reeds jarenlang een verwoede strijd leveren tegen de komst van umts-masten vanwege de gezondheidsrisico,s. HTS heeft mede via haar medeoprichter reclamant en ondernemer Leferink een rekest ingediend bij de Nma omdat in de vergunde GSM mast op het industrieterrein De Greune onlangs umts-zenders werden gehangen alsmede plaatsing van techniekkasten. Van vrije en gratis toegang tot de NEN-normen bleek geen sprake te zijn. De NEN-normen zijn niet alleen van toepassing op het bouwbesluit 2003 maar ook op de milieuwetgeving (o.a. wet milieubeheer enz.) alsmede alle brandveiligheidsvoorschriften , de telecommunicatiewet maar ook de emv stralingsbelastingnormen van elektromagnetische straling veoorzakende apparatuur zoals bijv de basisnorm voor de evaluatie van de blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden van op zichzelf staande radiozenders (30 MHz - 40 GHz) (NEN-EN 50420:2006 en de beoordeling van blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden afkomstig van toestellen gebruikt in Elektronische Artikel Bewaking (EAB), Radio Frequency Identification (RFID) en soortgelijke toepassingen zoals geduid bij NEN-EN 50357:2001 Tevens vindt NEN-normering plaats t.a.v. de beperking van de blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden afkomstig van toestellen die werken in het frequentiegebied 0 Hz tot 10 GHz, gebruikt in Elektronische Artikel Bewaking (EAB), Radio Frequency Identification (RFID) en soortgelijke toepassingen (NEN-EN 50364:2001 maar ook t.a.v. de generieke norm voor het aantonen dat elektronische en elektrische apparatuur met laag vermogen voldoet aan de basisbeperkingen met betrekking tot de blootstelling van de mens aan elektromagnetische velden (10 MHz - 300 GHz) - Algemeen publiek (NEN-EN 50371:2002 en de basisnorm voor de berekening en meting van menselijke blootstelling aan elektromagnetische velden van radiozenders in the HF-band (3 MHz- 30 MHz) Ook de bepaling van blootstelling van werkers in elektromagnetische velden en beoordeling van risico op zendlokaties wordt door NEN geregeld via NEN-EN 50496:2006 Ontw. en de beoordeling van elektrische en elektronische apparatuur blootgesteld aan het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden (0 Hz-300 GHz) via NEN-EN-IEC 62311:2008 alsmede de beoordeling van blootstelling van het menselijk lichaam aan elektromagnetische velden afkomstig van toestellen gebruikt in Elektronische Artikel Bewaking (EAB), Radio Frequency Identification (RFID) en soortgelijke toepassingen Daarnaast gelden nog een groot aantal andere NEN-normen die slaan op blootstelling van het algemeen publiek m.b.t. blootstelling aanaan radiofrequente elektromagnetische velden en de blootstelling bij arbeidsomstandigheden. De NEN-Normen, waaronder niet alleen begrepen de NEN-normen van het bouwbesluit 2003 en de regeling bouwbesluit maar ook voornoemde NEN-normen zijn opgesteld door vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en daarna gepubliceerd door het NNI. De dato 8 december 2008 heeft het ministerie van EZ een overeenkomst gesloten met het Nederlandse Normalisatie Instituut (NNI ) en het Nederlands Elektronisch Comite (NEC) zodat zij daardoor via een private partij (NNI) uitvoering kunnen worden geven aan een aantal Europese richtlijnen. In de inleiding van die overeenkomst wordt onder J het navolgende geduid: Het Nederlandse Normalisatie Instituut (NNI) heeft blijkens hun statuten tot doel ‘als centrale instantie in Nederland in het belang van gezondheid, veiligheid en doelmatigheid in het maatschappelijk verkeer normalisatie te bewerkstelligen, normen tot stand te brengen, te onderhouden en de invoering daarvan te bevorderen’ respectievelijk ‘de nationale en internationale normalisatie op elektrotechnisch gebied te bevorderen’ Onze cliënten wensen gratis toegang tot alle nen-normen omdat zij veelal vanuit hun bedrijfsaktiviteiten aan NEN-normen waarin de wetgeving wordt verwezen te maken hebben alsmede ook om ook inzichtelijk te krijgen welke vertegenwoordigers van het bedrijfsleven hebben meegewerkt aan de totstandkoming van de NEN-normen die slaan op blootstelling aan EMV van burgers en werknemers alsmede om inzicht te verkrijgen van de deskundigheid van de vertegenwoordigers die mede de NEN-normen hebben bepaald en om wetenschap te verkrijgen van het medisch onderzoek dat eventueel heeft plaatsgevonden en de om relatie van kostprijs en koopprijs te kunnen doorgronden. Deze zaak is mede bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma) aanhangig gemaakt omdat volgens cliënten het NNI tenonrechte de markt bewerkt vanuit een monopoliepositie. Wetgeving behoort bij de overheid te liggen en niet bij een privaatrechtelijk rechtspersoon.
BAWA-NEDERLAND | Geplaatst op: 02-09-2010
Raad van Bestuur Nederlandse Mededingingsautoriteit Postbus 16326 2500 BH DEN HAAG F-0703303377 Haaksbergen 1 september 2010 B E Z W A A R S C H R I F T I N G E V O L G E DE A.W.B. Bestreden besluit: Nma d.d. 31 augustus 2010 zaaknr. 6965 Dhr. W. Leferink, ondernemer, zaakdoende aan de Greune. 7 te Haaksbergen, wonende aan de Roolfs nr. 17 Haaksbergen, alsmede de gevolmachtigde van Rechtspraktijk BAWA C.S. Geukerdijk 33 te Haaksbergen, ten deze reclamanten, hebben bij een formele formulier besluitaanvraag d.d. 18 mei 2010 verzocht en onder de aandacht gebracht dat m.b.t. o.a. het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003, Woningwet, Wetmilieubeheer en Algemene Maatregelen van Bestuur enz. functionele- en milieu-eisen aan bouwwerken, apparaten, programma,s, software en monitoringsystemen enz worden gesteld waaraan per beoordelingsaspect moet worden voldaan. Deze functionele eisen zoals o.a. bijvoorbeeld bouwconstructie en brandveiligheid, emissie enz. worden als verwezen nen-normen geduid in voornoemde wet-en regelgeving. Ondanks dat deze normen deel uitmaken van voormelde wet-en regelgeving enz zijn de aldaar geduide nen-normen niet vrij zijn te verkrijgen en worden slechts door het Nederlandse Normalisatie Instituut welke is gevestigd aan de Vlinderweg no. 6 te Delft tegen eenzijdige vastgestelde prijzen en tarieven monopolistisch door hen beschikbaar gesteld. Verzoeker Leferink, directeur van een BV exploiteert een kunststoffenbedrijf en dient bij aanneming van werk, die veelal vergunningsplichtig is, te voldoen aan verwezen nen-normen en wordt door voornoemde handelswijze rechtstreeks in zijn wettige belangen getroffen. Rechtspraktijk BAWA brengt juridische diensten binnen alle rechtsgebieden op de markt en staat justitiabelen bij in gerechtelijke procedures en dient vanuit dien hoofde te beschikken over de teksten van de toepasselijke wet-en regelgeving waaronder verwezen nen-normen. Zulks klemt i.c. des temeer nu m.b.t. elektromagnetische straling veroorzakende apparatuur een procedure aanhangig is gemaakt bij het Europese Hof te Straatsburg door voornoemde Rechtspraktijk. Nu het NNI via het profijtbeginsel de verstrekking van verwezen nen-normen aan het uitponden is vanuit een monopoliepositie zijn verzoekers gedwongen om het NNI- product in casu de verwezen nen-normen van deze ene aanbieder in casu het NNI te kopen tegen de door NNI eenzijdige bepaalde geldbedragen. De vrijheid om niet te kopen bij het NNI is er niet want eenieder behoort de Wet te kennen en in het bijzonder voornoemde verzoekers. Reclamanten hebben bij voornoemde besluitaanvraag van 18 mei 2010 verzocht aan de Nma om een op rechtsgevolg gerichte beschikking te nemen jegens het NNI onder bepaling dat het verstrekken van verwezen nen-normen zoals hier boven geduid in strijd is met de wet, onder aanzegging dat binnen een door het Nma te bepalen termijn de omstreden verstrekking van verwezen nen-normen dient te worden beëindigd. Bij schriftuur d.d. 31 augustus 2010 nr. 6965 neemt U een zes pagina,s tellende beschikking beschikking waarbij U in de beoordeling op blz. 2 aangeeft dat de Nma niet bevoegd is om te bepalen of de NEN-normen een algemeen verbindend karakter hebben. Reclamanten merken op dat zij Uw Raad ook niet hebben gevraagd om t.a.v. dat punt een uitspraak te doen. Die vraag wordt beantwoord door de daartoe bevoegde rechter(s) in de subjudice zijnde procedure bij het Gerechtshof te Den Haag en nadien op verzoek door de meest gerede partij door de Hoge Raad indien beroep in cassatie wordt ingesteld. Uw Raad geeft wel aan dat U bevoegd bent ingevolge artikel 24 mededingingswet en artikel 102 van het Verdrag Werking Europese Unie om te onderzoeken of het Nederlandse Normalisatie Intstituut (NNI) een economische machtspositie heeft en/of zij deze positie misbruikt door excessieve tarieven te hanteren. Opgemerkt zij dat in het NNI niet een organisatie is zoals U in Uw beschikking stelt doch een rechtspersoon die beweerdelijk zonder winstoogmerk zich bezig houdt met het opstellen van en publiceren van normen en standaarden. In de tweede alinea van blz. 2. van Uw beschikking geeft U een opsomming van de activiteiten van het NNI waarbij duidelijk wordt dat het NNI participeert in Europese en mondiale normalisatieplatforms en daartoe ook toegang biedt. Reclamanten merken in dat verband op dat het derhalve grensoverschrijdende activiteiten betreffen temeer het NNI actief is bij beschikbaarstelling van ISO-en IEC-normen en normen van buitenlandse normalisatie-instituten. In Uw beschikking geeft U nadrukkelijk aan niet uit te sluiten dat ( een deel van) de activiteiten van het NNI zijn te beschouwen als economische activiteiten en dat ingevolge daarvan het NNI kan worden gezien als een onderneming in de zin van de mededingingswetgeving. De primaire conclusie van reclamanten is dan ook dat reeds om deze reden alleen al Uw Raad in beginsel geen toepassing kan geven om af te zien van nader onderzoek t.a.v. de gedragingen/activiteiten van het NNI die mogelijk conflicterend zijn m.b.t. nationaal en Europeesrechtelijke mededingingswetgeving. Zie o.a. de jurisprudentie m.b.t. de juridische status van woningbouwcorporaties en uitspraken Europese Commissie en Europees Hof van Justitie te Luxemburg . In Uw beschikking concludeert U dat het NNI en het daaraan gelieerde Nederlands Elektronisch Comité (NEC) een wettelijk monopolie bezit m.b.t. begeleiding, totstandkoming en publicatie van NEN-normen zulks vanwege de gesloten privaatrechtelijke overeenkomst met de Staat der Nederlanden zoals is vervat in de staatscourant van februari 2009 in relatie met artikel 17 van de statuten van het NNI.. Reclamanten concluderen dat geduide overeenkomst onverbindend is. De tekstuele inhoud van de d.d. 16 december 2008 door Mw. M. van der Hoeven in haar hoedanigheid van Minister van Economische Zaken namen de Nederlandse Staat Verhoeven getekende overeenkomst Staat – NEC en NEC luidt : Partijen: 1. De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: ‘de Staat’ en 2. De Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, gevestigd te Delft, hierna te noemen: ‘NNI’ en 3. De Stichting Nederlands Elektrotechnisch Comité, gevestigd te Delft, hierna te noemen: ‘NEC’, Overwegende: • a. De tussen partijen op 24 maart 1995 gesloten ‘Overeenkomst informatieprocedure normalisatie’ (Stcrt. 126) is aan actualisering toe en dientengevolge dienen partijen een nieuwe overeenkomst tot stand te brengen. • b. De Minister van Economische Zaken vertegenwoordigt in het kader van deze overeenkomst de Staat in haar hoedanigheid van coördinerend bewindspersoon voor normalisatie en certificatie. • c. Deze overeenkomst is interdepartementaal afgestemd in de Interdepartementale Commissie voor Normalisatie en Certificatie. • d. Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998, zoals gewijzigd door richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en van regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (hierna te noemen: ‘richtlijn 98/34/EG’) beoogt een zo groot mogelijke doorzichtigheid van de nationale initiatieven tot vaststelling van normen, technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. • e. Artikel 1, tiende lid, van richtlijn 98/34/EG bepaalt dat een nationale normalisatie-instelling een in bijlage II van richtlijn 98/34/EG vermelde instelling is. Het NNI en het NEC zijn in bijlage II van richtlijn 98/34/EG als nationale normalisatie-instellingen van Nederland genoemd. • f. Taken op het gebied van normalisatie worden volgens de Europese Commissie1 beschouwd als exploitatie van diensten van algemeen economisch belang. Het NNI en het NEC worden met deze overeenkomst belast met uitvoering van deze taken. • g. Het NNI en het NEC zijn lid van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen en vertegenwoordigen, dan wel doen vertegenwoordigen, als zodanig de belangen van Nederlandse belanghebbenden bij het opstellen van Europese en mondiale normen. • h. Artikel 4, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG schrijft voor dat de lidstaten alle dienstige maatregelen treffen opdat hun normalisatie-instellingen de in artikelen 2 en 3 van richtlijn 98/34/EG bedoelde informatie mededelen, hun ontwerpnormen openbaar maken, zodat ook opmerkingen van de in andere lidstaten gevestigde partijen kunnen worden ingewonnen, aan de in bijlage II van richtlijn 98/34/EG genoemde instellingen het recht toekennen passief of actief (door het zenden van een waarnemer) aan het werk deel te nemen en zich er niet tegen verzetten dat een normalisatieonderwerp van hun werkprogramma op Europees niveau wordt behandeld volgens de voorschriften van de Europese normalisatie-instellingen en geen maatregelen nemen die aan een beslissing ter zake afbreuk kunnen doen. • i. Artikel 7, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG bepaalt dat de lidstaten alle dienstige maatregelen treffen opdat hun normalisatie-instellingen tijdens de uitwerking of na de goedkeuring van een Europese norm als bedoeld in artikel 6, derde lid, van richtlijn 98/34/EG, geen stappen nemen die afbreuk kunnen doen aan de nagestreefde harmonisatie, en met name op het betrokken gebied geen nieuwe of herziene nationale norm publiceren die niet volledig in overeenstemming is met een bestaande Europese norm. • j. Het NNI en het NEC hebben blijkens hun statuten tot doel ‘als centrale instantie in Nederland in het belang van gezondheid, veiligheid en doelmatigheid in het maatschappelijk verkeer normalisatie te bewerkstelligen, normen tot stand te brengen, te onderhouden en de invoering daarvan te bevorderen’ respectievelijk ‘de nationale en internationale normalisatie op elektrotechnisch gebied te bevorderen’. • k. Het NNI en het NEC zijn bereid de verplichtingen die de lidstaten ingevolge richtlijn 98/34/EG moeten opleggen aan de nationale normalisatie-instellingen, door middel van een overeenkomst met de Staat op zich te nemen. • l. Naast de verplichtingen voortvloeiend uit richtlijn 98/34/EG zijn het NNI en het NEC tevens bereid namens de betrokken minister zorg te dragen voor de bekendmaking in de Staatscourant en op de eigen internet-portal van de referenties van de geharmoniseerde normen die gepubliceerd worden in het officiële publicatieblad van de Europese Unie, binnen 6 weken na publicatie. • m. Het NNI en het NEC zijn bereid om de betrokken minister telkens op de hoogte te stellen van het vervallen, respectievelijk het vervangen van normen waar in Nederlandse regelgeving naar wordt verwezen. Dit betreft ook andere normen dan geharmoniseerde normen. • n. Het NNI en het NEC zijn bereid om de belanghebbende Nederlandse marktpartijen passief en actief te informeren over de Europese en mondiale normalisatie-initiatieven, in het bijzonder over totstandbrenging van geharmoniseerde normen. De wijze van informeren dient de marktpartijen in staat te stellen het belang van betrokkenheid bij individuele normalisatie-initiatieven vast te stellen, respectievelijk een overwogen keuze te maken voor de mate en wijze van betrokkenheid. • o. Het NNI en het NEC zijn bereid uitvoering te geven aan verplichtingen op het terrein van de informatievoorziening over normen die voor Nederland voortvloeien uit de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. • p. De Staat wenst voor Nederland aan bovenbedoelde maatregelen invulling te geven door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst met het NNI en het NEC, waarin het NNI en het NEC zich jegens de Staat verplichten tot uitvoering van deze maatregelen en waarin de Staat zich verplicht aan het NNI en het NEC de kosten te vergoeden, die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: Artikel 1 (definities) In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. richtlijn 98/34/EG: richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998, zoals gewijzigd door richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en van regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij; b. Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen: de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) van de Wereld Handelsorganisatie; c. Europese normalisatie-instelling: een in bijlage I van richtlijn 98/34/EG vermelde Europese normalisatie-instelling; d. nationale normalisatie-instelling: een in bijlage II van richtlijn 98/34/EG vermelde nationale normalisatie-instelling in een lidstaat van de Europese Unie; e. norm: een technische specificatie die door een erkende instelling met normatieve activiteiten voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort: • – een internationale norm, zijnde een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld; • – een Europese norm, zijnde een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld; • – een nationale norm, zijnde een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld; f. normalisatieprogramma: een door een erkende instelling met normatieve activiteiten vastgesteld werkprogramma dat de lijst bevat van de onderwerpen die het voorwerp van normalisatiewerkzaamheden zijn; g. geharmoniseerde norm: een Europese norm die tot stand wordt gebracht door een Europese normalisatie-instelling, op grond van een mandaat van de Europese Commissie, na consultatie van de lidstaten. De referentie van een geharmoniseerde norm wordt gepubliceerd in het officiële publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 2 (voorwerp van de overeenkomst) • 1. Deze overeenkomst heeft betrekking op uitvoering door het NNI en het NEC van de verplichtingen met betrekking tot notificatie van normen, welke door richtlijn 98/34 aan de Staat zijn opgelegd. Tevens heeft deze overeenkomst betrekking op het informeren door het NNI en het NEC van de Staat van het vervallen, dan wel wijzigen, van normen waarnaar in regelgeving wordt verwezen. Tenslotte heeft deze overeenkomst betrekking op het informeren door het NNI en het NEN van Nederlandse marktpartijen over de normalisatie-initiatieven welke door de Europese en mondiale normalisatie-instituten worden genomen. • 2. De Staat verleent aan het NNI en het NEC gedurende de looptijd van deze overeenkomst de status van nationaal normalisatie-instituut, zoals bedoeld in artikel 1, tiende lid, van richtlijn 98/34/EG. Als zodanig vertegenwoordigen het NNI en het NEC, dan wel doen zij vertegenwoordigen, de nationale belanghebbenden, respectievelijk belangen, binnen Europese en mondiale normalisatie-instellingen en zijn zij lid van deze instellingen. • 3. Het NNI en het NEC verrichten normalisatie-activiteiten, waaronder verstaan de vertegenwoordiging van nationale belanghebbenden, respectievelijk belangen, zoals bedoeld in het tweede lid, met inachtneming van publieke belangen. Artikel 3 (verplichtingen ten behoeve van andere normalisatie-instellingen, artikel 4, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG) • 1. Het NNI en het NEC stellen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, eerste streepje, jo. artikel 2, eerste en tweede lid, van richtlijn 98/34/EG de Europese Commissie en de Europese en nationale normalisatie-instellingen op de hoogte van nieuwe onderwerpen waarvoor zij, door middel van opname in hun normalisatieprogramma hebben besloten een norm vast te stellen of te wijzigen, behalve wanneer het een gelijke of gelijkwaardige omzetting van een internationale of Europese norm betreft. • 2. Het NNI en het NEC delen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, eerste streepje jo. artikel 2, derde lid, van richtlijn 98/34/EG, desgevraagd aan de Europese Commissie geheel of gedeeltelijk hun normalisatieprogramma’s mede. • 3. Het NNI en het NEC verschaffen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, eerste streepje, jo. artikel 3, van richtlijn 98/34/EG, desgevraagd aan de Europese Commissie alsmede aan een Europese of nationale normalisatie-instelling elke ontwerpnorm en houden de Europese Commissie alsmede de Europese of nationale normalisatie-instelling op de hoogte van het gevolg dat het NNI en het NEC hebben gegeven aan een eventueel commentaar dat de Europese Commissie alsmede de Europese of nationale normalisatie-instelling heeft gemaakt. • 4. Het NNI en het NEC maken overeenkomstig artikel 4, eerste lid, tweede streepje, van richtlijn 98/34/EG hun ontwerpnormen openbaar zodat ook opmerkingen van de in andere lidstaten gevestigde partijen, anders dan normalisatie-instellingen, kunnen worden ingewonnen. • 5. Het NNI en het NEC kennen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, derde streepje, van richtlijn 98/34/EG aan de nationale normalisatie-instellingen het recht toe passief of actief (door het zenden van een waarnemer) aan het werk deel te nemen. • 6. Het NNI en het NEC verzetten zich overeenkomstig artikel 4, eerste lid, vierde streepje, van richtlijn 98/34/EG er niet tegen dat een normalisatieonderwerp van hun werkprogramma op Europees niveau wordt behandeld volgens de voorschriften van de Europese normalisatie-instellingen en nemen geen maatregelen die aan een beslissing ter zake afbreuk kunnen doen. Artikel 4 (geen afbreuk aan Europese harmonisatie, artikel 7 richtlijn 98/34/EG) • 1. Het NNI en het NEC nemen overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG tijdens de uitwerking van of na goedkeuring van een Europese norm als bedoeld in artikel 6, derde lid, eerste streepje, van richtlijn 98/34/EG, geen stappen die afbreuk kunnen doen aan de nagestreefde harmonisatie, en met name publiceren zij op het betrokken gebied geen nieuwe of herziene nationale norm die niet volledig in overeenstemming is met een bestaande Europese norm. • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de werkzaamheden van het NEN en het NEC die worden ondernomen op verzoek van de betrokken minister, ten einde voor bepaalde producten technische specificaties of een norm op te stellen met het oog op de vaststelling van een technisch voorschrift voor deze producten. Artikel 5 (bekendmaking geharmoniseerde normen) • 1. Het NNI en NEC maken, namens de betrokken minister, de referenties van de geharmoniseerde normen in de Staatscourant en op het NEN-portal bekend binnen 6 weken na publicatie in het officiële publicatieblad van de Europese Unie. • 2. In het kader van de bekendmaking als bedoeld in het eerste lid, verzamelen het NNI en het NEC naast de normreferentie de volgende gegevens, welke bij de bekendmaking worden vermeld: o a. de aanduiding van de betreffende EG-richtlijn; o b. de aanduiding van de betreffende implementatieregeling; o c. de minister namens wie de bekendmaking wordt uitgeoefend. Artikel 6 (kennisgeven vervallen normen) Het NNI en het NEC controleren eenmaal per kwartaal de status van normen waarnaar in regelgeving wordt verwezen en stellen de betrokken minister zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 4 weken, in kennis van het vervallen, dan wel het vervangen van zulke normen. Artikel 7 (uitvoering Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen) • 1. Het NNI en het NEC geven uitvoering aan de informatievoorziening als bedoeld in artikel 10.3.1 van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, met betrekking tot de eigen normen, de normen van andere nationale normalisatie-instellingen en de normen van de Europese en van de mondiale normalisatie-instellingen. • 2. Het NNI en het NEC handelen overeenkomstig de Code of Good Practice als bedoeld in bijlage 3 van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. Artikel 8 (informeren van Nederlandse marktpartijen) Het NNI en het NEC informeren Nederlandse marktpartijen passief en actief over de Europese en mondiale normalisatie-initiatieven, in het bijzonder over totstandbrenging van geharmoniseerde normen, op zodanig wijze dat deze partijen kunnen beoordelen of betrokkenheid bij het opstellen van de betreffende normen in hun belang is. Artikel 9 (verantwoording) • 1. Het NNI en het NEC leggen aan de Minister van Economische Zaken verantwoording af over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan de artikelen 3, 4, 6, 7 en 8 van deze overeenkomst. • 2. Aan de betrokken minister leggen zij desgevraagd verantwoording af over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan artikel 5. Artikel 10 (vergoeding van de door het NNI en het NEC gemaakte kosten) • 1. De Minister van Economische zaken vergoedt jaarlijks aan het NNI en het NEC de kosten van een doelmatige inzet van middelen voor uitvoering van de verplichtingen als bedoeld in artikelen 3, 5, 6, 7 en 8 van deze overeenkomst, voor zover het NNI en het NEC niet reeds uit andere hoofde zijn gehouden dergelijke verplichtingen na te leven. Tevens draagt de Minister van Economische Zaken bij aan de contributies welke het NNI en het NEC uit hoofde van hun lidmaatschap van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen aan deze instellingen verschuldigd is, tot een maximum van 30%. • 2. De vergoeding vindt plaats op basis van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde begroting van het NNI en het NEC van de in een kalenderjaar te maken kosten. Uiterlijk 1 november van het voorgaande jaar leggen het NNI en het NEC de begroting aan de Minister van Economische Zaken ter goedkeuring voor. De Minister van Economische Zaken beslist uiterlijk voor 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten gemaakt worden omtrent goedkeuring. Artikel 11 (hoofdelijke aansprakelijkheid van het NNI en het NEC) Het NNI en het NEC zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de Staat voor het nakomen van deze overeenkomst door het NNI en het NEC. Artikel 12 (overdracht) Het NNI en het NEC zijn niet gerechtigd de uit deze overeenkomst voorvloeiende rechten en verplichting over te dragen aan een derde tenzij de Staat hiervoor schriftelijke toestemming heeft gegeven. De Staat kan aan haar toestemming voorwaarden verbinden. Artikel 13 (geschilbeslechting) Alle geschillen zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Den Haag. Artikel 14 (duur en inwerkingtreding) Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van 1 januari 2009 en geldt voor onbepaalde tijd. Artikel 15 (vervallen oude overeenkomst) De tussen partijen op 24 maart 1995 gesloten Overeenkomst informatieprocedure normalisatie vervalt met ingang van 1 januari 2009. Artikel 16 (toepasselijk recht) Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Artikel 17 (afwijking en wijziging van de overeenkomst) • 1. Afwijkingen van deze overeenkomst zijn slechts bindend voor zover zij uitdrukkelijk tussen partijen schriftelijk zijn overeengekomen. • 2. Bij wijzigingen van richtlijn 98/34/EG of de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen dan wel bij rechterlijke uitspraken die tot wijziging van deze overeenkomst leiden treden partijen zo spoedig mogen in overleg over de wijziging van de overeenkomst. Artikel 18 (opzegging) Elke partij mag deze overeenkomst met inachtneming van een termijn van ten minste 18 maanden opzeggen. Artikel 19 (bekendmaking) De Staat draagt zorg voor plaatsing van deze overeenkomst in de Staatscourant en brengt de overeenkomst ter kennis van de Europese Commissie. Tot zover de overeenkomst. Het ligt op de weg van Uw Raad ( Nma) om voornoemde overeenkomst nader tegen het mededingingsrechtelijk licht te houden. In het kader van de heroverwegingsbeschikking op bezwaar (ex nunc) dient U alle relevante feiten te betrekken en informatie te vergaren in het kader van het zorgvuldigheidsvereiste zoals bedoeld in artikel 2:3 Awb . De NEN-Normen, waaronder ook begrepen de NEN-normen van het bouwbesluit 2003 en de regeling bouwbesluit zijn opgesteld door vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en daarna gepubliceerd door het NNI. Het ligt op de weg van Uw Raad ( Nma) om voornoemde overeenkomst nader tegen het mededingingsrechtelijk licht te houden. Uit voornoemde overeenkomst blijkt dat het NNI onder het bevelstructuur en controlemechanisme staat vanuit het ministerie van Economische zaken.. De auteursrechtelijke bescherming is de vervanger van het begrip winst. In casu kan worden gesproken van een “oneigenlijke constructie” die de “warme aandacht” dient te genieten van het Nma. Gelet op de doelstelling van de Nma had U dit niet mogen passeren met een discretionair beroep op toepassing van prioriteringscriteria. Artikel 120 grondwet laat niet toe dat een Nederlandse rechter de rechtmatigheid van een wet toetst ( de rechter kan slechts recht spreken binnen de wet ook al is de wet nog zo krom ) doch Uw Raad kan als bestuursorgaan daar wel het nodige van onderzoeken en concluderen en ook toetsen of de litigieuze overeenkomst niet conflicteert met door Nederland geratificeerde verdragen. (In Europa kennen alleen Nederland en Finland zo,n verlammende art 120 grondwet belemmering). Klagers, ondernemers uit de plaats Haaksbergen die pal aan de Nederlands-Duitse grens ligt dragen kennis van het feit dat Duitse ondernemers veel zakelijke activiteiten hebben in het grensgebied van Nederland en derhalve ook de NEN-normen moeten kopen. Idem voor Europese aanbestedingsprojecten vanuit Nederland die door voornoemde Nederlandse constructie op voorhand buitenlandse ondernemers op achterstand zet. Ingevolge voornoemde “constructie” staat vast dat het NNI een economische machtspositie bezit in de E.U.-lidstaat Nederland weshalve sprake is van inbreuk op artikel 24 mededingingswet respectievelijk artikel 102 VWEU . Dat is door Uw Raad miskend althans niet onderkend. Gelet op het hier door reclamanten gestelde is Uw Raad verplicht van haar discretionaire bevoegdheden gebruik te maken en had zij een onderzoek dienen in te stellen om te bezien of in casu sprake is van misbruik. Het beroep van de Nma dat het niet makkelijk is om excessieve prijzen/tarieven vast te stellen kan geen grondslag bieden voor het bestreden besluit. Indien de Nma vasthoudt aan dat standpunt dan houdt zij op te existeren ! Niet valt in te zien waarom de Nma niet kan onderzoeken hoe de tarieven zich verhouden tot de economische waarde van de totstandkoming van en publicatie van die normen. Het het Nma heeft daarvoor middelen tot haar beschikking die uit de Wet zijn ontleend. De opmerking van het Nma dat moeilijk valt te vergelijken hoe de tarieven van concurrerende bedrijven zich verhouden tot het NNI wordt niet nader onderbouwd. Een dergelijke stelling zou nog zijn te rechtvaardigen indien eerst een onderzoek daartoe zou zijn ingesteld en vervolgens dan een conclusie wordt getrokken. Echter een dergelijk onderzoek heeft niet door het Nma plaatsgevonden, waarvan akte! Het argument van andere wet-en regelgeving bij buitenlandse normalisatie-instituten gaat niet op. Europees recht gaat voor nationaal recht en anno 2010 dient ook Europeesrechtelijk te worden getoetst. De verhouding van economische waarde in relatie tot de door de NNI geleverde NEN-normen en het rendement voor het NNI had via Nma- onderzoeken kunnen worden vastgesteld. Een beroep op een uitspraak van het Europees Hof (Nikpay) om dan vervolgens daartoe niet over te gaan is onjuist om dat de genoemde jurisprudentie geen sjabloonwerking kan worden toegekend aan deze Nen-normenzaak. Overigens wordt in het bestreden besluit door de Raad van bestuur van het Nma niet aangegeven hoe groot de investering bij uivoering van een nader onderzoek zal zijn. Het gegeven dat de NEN-normen waaronder ook begrepen de NEN-normen m.b.t. apparatuur die elektromagnetische velden teweeg brengen zoals allerlei vormen van mobiele telefonie-toepassingen er politieke discussie plaatsvinden ook t.a.v. de financieringsstructuur ( o.a. n.a.v. de casus Knooble-Arnhem versus de Staat der Nederlanden) behoort geen afwegingsinstrument te zijn voor het Nma om geen toepassing te geven aan nader onderzoek op korte termijn. In een aangenomen motie in de Tweede Kamer (motie Vietsch) is verzocht de NEN-normen gratis aan te bieden en die motie is bij meerderheid van stemmen d.d. 2 juli 2009 alstoen aangenomen. De verwijzingen naar de uitspraken van de sectoren bestuursrecht van de arrondissementsrechtbanken van Groningen en Den Bosch zijn i.c. rechtens irrelevant. Hoger beroep is mogelijk doch de finale uitspraken worden alsdan gedaan door Afdeling van de Raad van State die echter niet tot de rechterlijke macht behoort. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behoort wel tot de rechterlijke macht en ook om die reden alleen al had Uw Raad van Bestuur daarmee rekening moeten houden. Vasthouden door de Nma aan haar reeds ingenomen standpunt zoals verwoord in het hier aangevallen besluit zou impliceren dat de onderhavige rechtsgang niet kan worden aangemerkt als een effectieve remedie in de zin van art 13 EVRM Er ligt thans wel een vonnis van de Rechtbank Den Haag sector Civiel maar deze is, zoals boven reeds gesteld, nog niet onherroepelijk. Bij brief van 27 januari 2009 heeft de toenmalige minister Van der Laan de Tweede Kamer kort geïnformeerd over het vonnis en medegedeeld dat de Staat in beroep gaat. Op de laatste dag van de drie-maanden beroepstermijn is beroep ingesteld door de landsadvocaat bij het Hof te Den Haag. Intussen worden de gevolgen van de uitspraak in eerste instantie geïnventariseerd. Over de uitkomsten zal de Kamer later worden geïnformeerd, aldus de minister. Nu de procedure in beroep wordt voortgezet bij het gerechtshof en later de Hoge Raad kan het nog 2 à 3 jaar duren voordat er een eindoordeel van de Hoge Raad ligt. In de tussentijd worstelen de gemeentelijke bouw-en woningtoezichten en andere toezicht- en controle-instanties met de bestuurlijke handhaving. Het is niet in het belang van het Nederlandse bedrijfsleven en de handhavingspraktijk dat de onzekerheid die nu is ontstaan nog langer voortduurt mede doordat Uw Raad van Bestuur de Nma gevraagde onderzoeken niet uitvoert.. Nadere memories en producties zullen door reclamanten in geding worden gebracht. Klagers i.c. reclamanten hebben inleidende schrifturen en bij hun besluitaanvragen ook hun eigen economisch belang geduid. Het NNI had in 2009 een omzet van bijna 33 miljoen euro .Daaronder is ook begrepen de verkoop van ISO, IEC en buitenlandse normen. Dat betekent dat het voormelde contract tussen de NNI en de Nederlands Staat van 16 december 2008 niet in stand kan blijven nu niet Europees is aanbesteed. Gelet o.a. op de omzet van de Nederlandse industrie en bouw in 2009 van 407 miljard euro en de toepassing van NEN-normen in alle bedrijfstakken is nader onderzoek des temeer gewenst. De prioriteitsafweging behoort in casu niet in stand te blijven. Niet wordt aangegeven door het Nma welke onderzoeken dan voorrang hebben. Ongemotiveerde stellingen kunnen geen juridisch fundament vormen om een beschikking te dragen. Gelet op het vorenstaande gaat het in de NEN-normenzaak om zeer grote financiële en economische belangen. De opmerkingen over de te verwachten politieke besluitvorming m.b.t. de hier geduide NEN-normenzaak kan geen wettelijk kader bieden om de aan de Nma opgedragen wettelijke taken dan maar niet (meer) uit te voeren. Opgemerkt wordt in dat verband door reclamanten dat de Nederlandse administratiefrechtelijke fase van een bestuursrechtelijke procedure valt onder het bepaalde van art 6 EVRM incluis de redelijke termijn waarin dient te worden beschikt. Uw Raad acht het verzoek van verzoekers wel ontvankelijk en U sluit nader onderzoek in de toekomst niet uit doch wenst thans niet tot een nader onderzoek te besluiten. De beslissing die ten grondslag is gelegd aan de bestreden beschikking van 31 augustus jongstleden om het eventuele onderzoek op de lange baan te schuiven kunnen niet worden gedragen door de daaraan gegeven motiveringen. Uw afwijzende besschikking om terstond nader onderzoek te plegen inzake de door reclamanten/verzoekers ingediende klachten terzake het conflicterend handelen met NEN-normen enz, in casu houdt continuering van het oneigenlijk gebruik in stand. Reclamanten maken dan ook op goede rechtsgronden tegen alle onderdelen van Uw beschikking bezwaar. Nu reclamanten als belanghebbenden in de zin van de Awb kunnen worden aangemerkt en zij tijdig een begin van motivering aan dit bezwaarschriftuur hebben gegeven en het binnen de toepasselijke wettelijke termijn bij Uw Raad hebben doen laten inkomen zijn zij ontvankelijk te achten in hun bezwaren . De klachten van verzoekers, thans reclamanten, waarbij aan Uw Raad is voorgelegd dat inbreuk is gemaakt op regels waarvan U als Nederlandse Mededingingsautoriteit ingevolge de Mw toeziet op de naleving, moet worden aangemerkt als een bestuursrechtelijke aanvraag tot handhaving van deze regels, in het bijzonder om met toepassing van artikel 56 en 62 Mw een boete of last onder dwangsom aan de desbetreffende onderneming(en) op te leggen. U bent gehouden op deze aanvraag te beslissen en gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving zal, in geval van geconstateerde overtreding van een of meer van deze regels, U ook gebruik moeten maken van Uw bevoegdheden zoals neergelegd in de Mw om deze regels te handhaven. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om dit te weigeren. Nu reclamanten stellen in primaire zin dat de handelswijze van het NNI in samenwerking met de Nederlandse Staat getoetst aan het CIF-arrest strijd met de Europese mededingswetgeving oplevert is er geen ruimte meer om af te zien van nader onderzoek door de Nma. Mede daardoor hebben reclamanten om nader onderzoek van het Nma verzocht , waarvan akte. Ongegrond verklaring van dit bezwaarschrift zal alsdan aanleiding vormen om deze zaak bij de Europese Commissie aanhangig te maken. U had, zoals aangegeven in het verzoek tot onderzoek , op grond van Uw toezichthoudende taak een actieve opstelling dienen te betrachten bij een klacht zoals de onderhavige mede gelet op het feit dat het voor reclamanten praktisch zeer moeilijk is om langs een andere weg (rechts-)bescherming te verkrijgen tegen de door voormelde reclamanten gestelde inbreuk op de mededingingsregels Reclamanten zullen een aanvullend bezwaarschrift bij Uw Raad inbrengen en recht van indiening van memories wordt voorbehouden. Weshalve het Uw Raad moge behagen het bezwaarschrift gegrond te verklaren onder vernietiging van het bestreden besluit onder besluit dat het onderzoek tegen de NNI zoals bij rekest is verzocht te doen laten plaatsvinden alles onder toekenning van een vergoeding aan reclamanten ex art 7:15 Awb Hoogachtend, Uw dw. dr., Rechtspraktijk BAWA J.P.E. Baakman
BAWA-NEDERLAND | Geplaatst op: 02-09-2010
Raad van Bestuur Nederlandse Mededingingsautoriteit Postbus 16326 2500 BH DEN HAAG F-0703303377 Haaksbergen 1 september 2010 B E Z W A A R S C H R I F T I N G E V O L G E DE A.W.B. Bestreden besluit: Nma d.d. 31 augustus 2010 zaaknr. 6965 Dhr. W. Leferink, ondernemer, zaakdoende aan de Greune. 7 te Haaksbergen, wonende aan de Roolfs nr. 17 Haaksbergen, alsmede de gevolmachtigde van Rechtspraktijk BAWA C.S. Geukerdijk 33 te Haaksbergen, ten deze reclamanten, hebben bij een formele formulier besluitaanvraag d.d. 18 mei 2010 verzocht en onder de aandacht gebracht dat m.b.t. o.a. het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003, Woningwet, Wetmilieubeheer en Algemene Maatregelen van Bestuur enz. functionele- en milieu-eisen aan bouwwerken, apparaten, programma,s, software en monitoringsystemen enz worden gesteld waaraan per beoordelingsaspect moet worden voldaan. Deze functionele eisen zoals o.a. bijvoorbeeld bouwconstructie en brandveiligheid, emissie enz. worden als verwezen nen-normen geduid in voornoemde wet-en regelgeving. Ondanks dat deze normen deel uitmaken van voormelde wet-en regelgeving enz zijn de aldaar geduide nen-normen niet vrij zijn te verkrijgen en worden slechts door het Nederlandse Normalisatie Instituut welke is gevestigd aan de Vlinderweg no. 6 te Delft tegen eenzijdige vastgestelde prijzen en tarieven monopolistisch door hen beschikbaar gesteld. Verzoeker Leferink, directeur van een BV exploiteert een kunststoffenbedrijf en dient bij aanneming van werk, die veelal vergunningsplichtig is, te voldoen aan verwezen nen-normen en wordt door voornoemde handelswijze rechtstreeks in zijn wettige belangen getroffen. Rechtspraktijk BAWA brengt juridische diensten binnen alle rechtsgebieden op de markt en staat justitiabelen bij in gerechtelijke procedures en dient vanuit dien hoofde te beschikken over de teksten van de toepasselijke wet-en regelgeving waaronder verwezen nen-normen. Zulks klemt i.c. des temeer nu m.b.t. elektromagnetische straling veroorzakende apparatuur een procedure aanhangig is gemaakt bij het Europese Hof te Straatsburg. Nu het NNI via het profijtbeginsel de verstrekking van verwezen nen-normen aan het uitponden is vanuit een monopoliepositie zijn verzoekers gedwongen om het NNI- product in casu de verwezen nen-normen van deze ene aanbieder in casu het NNI te kopen tegen de door NNI eenzijdige bepaalde geldbedragen. De vrijheid om niet te kopen bij het NNI is er niet want eenieder behoort de Wet te kennen en in het bijzonder voornoemde verzoekers. Reclamanten hebben bij voornoemde besluitaanvraag van 18 mei 2010 verzocht aan de Nma om een op rechtsgevolg gerichte beschikking te nemen jegens het NNI onder bepaling dat het verstrekken van verwezen nen-normen zoals hier boven geduid in strijd is met de wet, onder aanzegging dat binnen een door het Nma te bepalen termijn de omstreden verstrekking van verwezen nen-normen dient te worden beëindigd. Bij schriftuur d.d. 31 augustus 2010 nr. 6965 neemt U een zes pagina,s tellende beschikking beschikking waarbij U in de beoordeling op blz. 2 aangeeft dat de Nma niet bevoegd is om te bepalen of de NEN-normen een algemeen verbindend karakter hebben. Reclamanten merken op dat zij Uw Raad ook niet hebben gevraagd om t.a.v. dat punt een uitspraak te doen. Die vraag wordt beantwoord door de daartoe bevoegde rechter(s) in de subjudice zijnde procedure bij het Gerechtshof te Den Haag en nadien op verzoek door de meest gerede partij door de Hoge Raad indien beroep in cassatie wordt ingesteld. Uw Raad geeft wel aan dat U bevoegd bent ingevolge artikel 24 mededingingswet en artikel 102 van het Verdrag Werking Europese Unie om te onderzoeken of het Nederlandse Normalisatie Intstituut (NNI) een economische machtspositie heeft en/of zij deze positie misbruikt door excessieve tarieven te hanteren. Opgemerkt zij dat in het NNI niet een organisatie is zoals U in Uw beschikking stelt doch een rechtspersoon die beweerdelijk zonder winstoogmerk zich bezig houdt met het opstellen van en publiceren van normen en standaarden. In de tweede alinea van blz. 2. van Uw beschikking geeft U een opsomming van de activiteiten van het NNI waarbij duidelijk wordt dat het NNI participeert in Europese en mondiale normalisatieplatforms en daartoe ook toegang biedt. Reclamanten merken in dat verband op dat het derhalve grensoverschrijdende activiteiten betreffen temeer het NNI actief is bij beschikbaarstelling van ISO-en IEC-normen en normen van buitenlandse normalisatie-instituten. In Uw beschikking geeft U nadrukkelijk aan niet uit te sluiten dat ( een deel van) de activiteiten van het NNI zijn te beschouwen als economische activiteiten en dat ingevolge daarvan het NNI kan worden gezien als een onderneming in de zin van de mededingingswetgeving. De primaire conclusie van reclamanten is dan ook dat reeds om deze reden alleen al Uw Raad in beginsel geen toepassing kan geven om af te zien van nader onderzoek t.a.v. de gedragingen/activiteiten van het NNI die mogelijk conflicterend zijn m.b.t. nationaal en Europeesrechtelijke mededingingswetgeving. Zie o.a. de jurisprudentie m.b.t. de juridische status van woningbouwcorporaties en uitspraken Europese Commissie en Europees Hof van Justitie te Luxemburg . In Uw beschikking concludeert U dat het NNI en het daaraan gelieerde Nederlands Elektronisch Comité (NEC) een wettelijk monopolie bezit m.b.t. begeleiding, totstandkoming en publicatie van NEN-normen zulks vanwege de gesloten privaatrechtelijke overeenkomst met de Staat der Nederlanden zoals is vervat in de staatscourant van februari 2009 in relatie met artikel 17 van de statuten van het NNI.. Reclamanten concluderen dat geduide overeenkomst onverbindend is. De tekstuele inhoud van de d.d. 16 december 2008 door Mw. M. van der Hoeven in haar hoedanogheid vam Minister van Economische Zaken namen de Nederlandse Staat Verhoeven getekende overeenkomst Staat – NEC en NEC luidt : Partijen: 1. De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: ‘de Staat’ en 2. De Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, gevestigd te Delft, hierna te noemen: ‘NNI’ en 3. De Stichting Nederlands Elektrotechnisch Comité, gevestigd te Delft, hierna te noemen: ‘NEC’, Overwegende: • a. De tussen partijen op 24 maart 1995 gesloten ‘Overeenkomst informatieprocedure normalisatie’ (Stcrt. 126) is aan actualisering toe en dientengevolge dienen partijen een nieuwe overeenkomst tot stand te brengen. • b. De Minister van Economische Zaken vertegenwoordigt in het kader van deze overeenkomst de Staat in haar hoedanigheid van coördinerend bewindspersoon voor normalisatie en certificatie. • c. Deze overeenkomst is interdepartementaal afgestemd in de Interdepartementale Commissie voor Normalisatie en Certificatie. • d. Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998, zoals gewijzigd door richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en van regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (hierna te noemen: ‘richtlijn 98/34/EG’) beoogt een zo groot mogelijke doorzichtigheid van de nationale initiatieven tot vaststelling van normen, technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. • e. Artikel 1, tiende lid, van richtlijn 98/34/EG bepaalt dat een nationale normalisatie-instelling een in bijlage II van richtlijn 98/34/EG vermelde instelling is. Het NNI en het NEC zijn in bijlage II van richtlijn 98/34/EG als nationale normalisatie-instellingen van Nederland genoemd. • f. Taken op het gebied van normalisatie worden volgens de Europese Commissie1 beschouwd als exploitatie van diensten van algemeen economisch belang. Het NNI en het NEC worden met deze overeenkomst belast met uitvoering van deze taken. • g. Het NNI en het NEC zijn lid van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen en vertegenwoordigen, dan wel doen vertegenwoordigen, als zodanig de belangen van Nederlandse belanghebbenden bij het opstellen van Europese en mondiale normen. • h. Artikel 4, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG schrijft voor dat de lidstaten alle dienstige maatregelen treffen opdat hun normalisatie-instellingen de in artikelen 2 en 3 van richtlijn 98/34/EG bedoelde informatie mededelen, hun ontwerpnormen openbaar maken, zodat ook opmerkingen van de in andere lidstaten gevestigde partijen kunnen worden ingewonnen, aan de in bijlage II van richtlijn 98/34/EG genoemde instellingen het recht toekennen passief of actief (door het zenden van een waarnemer) aan het werk deel te nemen en zich er niet tegen verzetten dat een normalisatieonderwerp van hun werkprogramma op Europees niveau wordt behandeld volgens de voorschriften van de Europese normalisatie-instellingen en geen maatregelen nemen die aan een beslissing ter zake afbreuk kunnen doen. • i. Artikel 7, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG bepaalt dat de lidstaten alle dienstige maatregelen treffen opdat hun normalisatie-instellingen tijdens de uitwerking of na de goedkeuring van een Europese norm als bedoeld in artikel 6, derde lid, van richtlijn 98/34/EG, geen stappen nemen die afbreuk kunnen doen aan de nagestreefde harmonisatie, en met name op het betrokken gebied geen nieuwe of herziene nationale norm publiceren die niet volledig in overeenstemming is met een bestaande Europese norm. • j. Het NNI en het NEC hebben blijkens hun statuten tot doel ‘als centrale instantie in Nederland in het belang van gezondheid, veiligheid en doelmatigheid in het maatschappelijk verkeer normalisatie te bewerkstelligen, normen tot stand te brengen, te onderhouden en de invoering daarvan te bevorderen’ respectievelijk ‘de nationale en internationale normalisatie op elektrotechnisch gebied te bevorderen’. • k. Het NNI en het NEC zijn bereid de verplichtingen die de lidstaten ingevolge richtlijn 98/34/EG moeten opleggen aan de nationale normalisatie-instellingen, door middel van een overeenkomst met de Staat op zich te nemen. • l. Naast de verplichtingen voortvloeiend uit richtlijn 98/34/EG zijn het NNI en het NEC tevens bereid namens de betrokken minister zorg te dragen voor de bekendmaking in de Staatscourant en op de eigen internet-portal van de referenties van de geharmoniseerde normen die gepubliceerd worden in het officiële publicatieblad van de Europese Unie, binnen 6 weken na publicatie. • m. Het NNI en het NEC zijn bereid om de betrokken minister telkens op de hoogte te stellen van het vervallen, respectievelijk het vervangen van normen waar in Nederlandse regelgeving naar wordt verwezen. Dit betreft ook andere normen dan geharmoniseerde normen. • n. Het NNI en het NEC zijn bereid om de belanghebbende Nederlandse marktpartijen passief en actief te informeren over de Europese en mondiale normalisatie-initiatieven, in het bijzonder over totstandbrenging van geharmoniseerde normen. De wijze van informeren dient de marktpartijen in staat te stellen het belang van betrokkenheid bij individuele normalisatie-initiatieven vast te stellen, respectievelijk een overwogen keuze te maken voor de mate en wijze van betrokkenheid. • o. Het NNI en het NEC zijn bereid uitvoering te geven aan verplichtingen op het terrein van de informatievoorziening over normen die voor Nederland voortvloeien uit de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. • p. De Staat wenst voor Nederland aan bovenbedoelde maatregelen invulling te geven door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst met het NNI en het NEC, waarin het NNI en het NEC zich jegens de Staat verplichten tot uitvoering van deze maatregelen en waarin de Staat zich verplicht aan het NNI en het NEC de kosten te vergoeden, die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: Artikel 1 (definities) In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. richtlijn 98/34/EG: richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998, zoals gewijzigd door richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en van regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij; b. Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen: de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) van de Wereld Handelsorganisatie; c. Europese normalisatie-instelling: een in bijlage I van richtlijn 98/34/EG vermelde Europese normalisatie-instelling; d. nationale normalisatie-instelling: een in bijlage II van richtlijn 98/34/EG vermelde nationale normalisatie-instelling in een lidstaat van de Europese Unie; e. norm: een technische specificatie die door een erkende instelling met normatieve activiteiten voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort: • – een internationale norm, zijnde een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld; • – een Europese norm, zijnde een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld; • – een nationale norm, zijnde een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld; f. normalisatieprogramma: een door een erkende instelling met normatieve activiteiten vastgesteld werkprogramma dat de lijst bevat van de onderwerpen die het voorwerp van normalisatiewerkzaamheden zijn; g. geharmoniseerde norm: een Europese norm die tot stand wordt gebracht door een Europese normalisatie-instelling, op grond van een mandaat van de Europese Commissie, na consultatie van de lidstaten. De referentie van een geharmoniseerde norm wordt gepubliceerd in het officiële publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 2 (voorwerp van de overeenkomst) • 1. Deze overeenkomst heeft betrekking op uitvoering door het NNI en het NEC van de verplichtingen met betrekking tot notificatie van normen, welke door richtlijn 98/34 aan de Staat zijn opgelegd. Tevens heeft deze overeenkomst betrekking op het informeren door het NNI en het NEC van de Staat van het vervallen, dan wel wijzigen, van normen waarnaar in regelgeving wordt verwezen. Tenslotte heeft deze overeenkomst betrekking op het informeren door het NNI en het NEN van Nederlandse marktpartijen over de normalisatie-initiatieven welke door de Europese en mondiale normalisatie-instituten worden genomen. • 2. De Staat verleent aan het NNI en het NEC gedurende de looptijd van deze overeenkomst de status van nationaal normalisatie-instituut, zoals bedoeld in artikel 1, tiende lid, van richtlijn 98/34/EG. Als zodanig vertegenwoordigen het NNI en het NEC, dan wel doen zij vertegenwoordigen, de nationale belanghebbenden, respectievelijk belangen, binnen Europese en mondiale normalisatie-instellingen en zijn zij lid van deze instellingen. • 3. Het NNI en het NEC verrichten normalisatie-activiteiten, waaronder verstaan de vertegenwoordiging van nationale belanghebbenden, respectievelijk belangen, zoals bedoeld in het tweede lid, met inachtneming van publieke belangen. Artikel 3 (verplichtingen ten behoeve van andere normalisatie-instellingen, artikel 4, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG) • 1. Het NNI en het NEC stellen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, eerste streepje, jo. artikel 2, eerste en tweede lid, van richtlijn 98/34/EG de Europese Commissie en de Europese en nationale normalisatie-instellingen op de hoogte van nieuwe onderwerpen waarvoor zij, door middel van opname in hun normalisatieprogramma hebben besloten een norm vast te stellen of te wijzigen, behalve wanneer het een gelijke of gelijkwaardige omzetting van een internationale of Europese norm betreft. • 2. Het NNI en het NEC delen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, eerste streepje jo. artikel 2, derde lid, van richtlijn 98/34/EG, desgevraagd aan de Europese Commissie geheel of gedeeltelijk hun normalisatieprogramma’s mede. • 3. Het NNI en het NEC verschaffen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, eerste streepje, jo. artikel 3, van richtlijn 98/34/EG, desgevraagd aan de Europese Commissie alsmede aan een Europese of nationale normalisatie-instelling elke ontwerpnorm en houden de Europese Commissie alsmede de Europese of nationale normalisatie-instelling op de hoogte van het gevolg dat het NNI en het NEC hebben gegeven aan een eventueel commentaar dat de Europese Commissie alsmede de Europese of nationale normalisatie-instelling heeft gemaakt. • 4. Het NNI en het NEC maken overeenkomstig artikel 4, eerste lid, tweede streepje, van richtlijn 98/34/EG hun ontwerpnormen openbaar zodat ook opmerkingen van de in andere lidstaten gevestigde partijen, anders dan normalisatie-instellingen, kunnen worden ingewonnen. • 5. Het NNI en het NEC kennen overeenkomstig artikel 4, eerste lid, derde streepje, van richtlijn 98/34/EG aan de nationale normalisatie-instellingen het recht toe passief of actief (door het zenden van een waarnemer) aan het werk deel te nemen. • 6. Het NNI en het NEC verzetten zich overeenkomstig artikel 4, eerste lid, vierde streepje, van richtlijn 98/34/EG er niet tegen dat een normalisatieonderwerp van hun werkprogramma op Europees niveau wordt behandeld volgens de voorschriften van de Europese normalisatie-instellingen en nemen geen maatregelen die aan een beslissing ter zake afbreuk kunnen doen. Artikel 4 (geen afbreuk aan Europese harmonisatie, artikel 7 richtlijn 98/34/EG) • 1. Het NNI en het NEC nemen overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van richtlijn 98/34/EG tijdens de uitwerking van of na goedkeuring van een Europese norm als bedoeld in artikel 6, derde lid, eerste streepje, van richtlijn 98/34/EG, geen stappen die afbreuk kunnen doen aan de nagestreefde harmonisatie, en met name publiceren zij op het betrokken gebied geen nieuwe of herziene nationale norm die niet volledig in overeenstemming is met een bestaande Europese norm. • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de werkzaamheden van het NEN en het NEC die worden ondernomen op verzoek van de betrokken minister, ten einde voor bepaalde producten technische specificaties of een norm op te stellen met het oog op de vaststelling van een technisch voorschrift voor deze producten. Artikel 5 (bekendmaking geharmoniseerde normen) • 1. Het NNI en NEC maken, namens de betrokken minister, de referenties van de geharmoniseerde normen in de Staatscourant en op het NEN-portal bekend binnen 6 weken na publicatie in het officiële publicatieblad van de Europese Unie. • 2. In het kader van de bekendmaking als bedoeld in het eerste lid, verzamelen het NNI en het NEC naast de normreferentie de volgende gegevens, welke bij de bekendmaking worden vermeld: o a. de aanduiding van de betreffende EG-richtlijn; o b. de aanduiding van de betreffende implementatieregeling; o c. de minister namens wie de bekendmaking wordt uitgeoefend. Artikel 6 (kennisgeven vervallen normen) Het NNI en het NEC controleren eenmaal per kwartaal de status van normen waarnaar in regelgeving wordt verwezen en stellen de betrokken minister zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 4 weken, in kennis van het vervallen, dan wel het vervangen van zulke normen. Artikel 7 (uitvoering Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen) • 1. Het NNI en het NEC geven uitvoering aan de informatievoorziening als bedoeld in artikel 10.3.1 van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, met betrekking tot de eigen normen, de normen van andere nationale normalisatie-instellingen en de normen van de Europese en van de mondiale normalisatie-instellingen. • 2. Het NNI en het NEC handelen overeenkomstig de Code of Good Practice als bedoeld in bijlage 3 van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. Artikel 8 (informeren van Nederlandse marktpartijen) Het NNI en het NEC informeren Nederlandse marktpartijen passief en actief over de Europese en mondiale normalisatie-initiatieven, in het bijzonder over totstandbrenging van geharmoniseerde normen, op zodanig wijze dat deze partijen kunnen beoordelen of betrokkenheid bij het opstellen van de betreffende normen in hun belang is. Artikel 9 (verantwoording) • 1. Het NNI en het NEC leggen aan de Minister van Economische Zaken verantwoording af over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan de artikelen 3, 4, 6, 7 en 8 van deze overeenkomst. • 2. Aan de betrokken minister leggen zij desgevraagd verantwoording af over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan artikel 5. Artikel 10 (vergoeding van de door het NNI en het NEC gemaakte kosten) • 1. De Minister van Economische zaken vergoedt jaarlijks aan het NNI en het NEC de kosten van een doelmatige inzet van middelen voor uitvoering van de verplichtingen als bedoeld in artikelen 3, 5, 6, 7 en 8 van deze overeenkomst, voor zover het NNI en het NEC niet reeds uit andere hoofde zijn gehouden dergelijke verplichtingen na te leven. Tevens draagt de Minister van Economische Zaken bij aan de contributies welke het NNI en het NEC uit hoofde van hun lidmaatschap van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen aan deze instellingen verschuldigd is, tot een maximum van 30%. • 2. De vergoeding vindt plaats op basis van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde begroting van het NNI en het NEC van de in een kalenderjaar te maken kosten. Uiterlijk 1 november van het voorgaande jaar leggen het NNI en het NEC de begroting aan de Minister van Economische Zaken ter goedkeuring voor. De Minister van Economische Zaken beslist uiterlijk voor 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten gemaakt worden omtrent goedkeuring. Artikel 11 (hoofdelijke aansprakelijkheid van het NNI en het NEC) Het NNI en het NEC zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de Staat voor het nakomen van deze overeenkomst door het NNI en het NEC. Artikel 12 (overdracht) Het NNI en het NEC zijn niet gerechtigd de uit deze overeenkomst voorvloeiende rechten en verplichting over te dragen aan een derde tenzij de Staat hiervoor schriftelijke toestemming heeft gegeven. De Staat kan aan haar toestemming voorwaarden verbinden. Artikel 13 (geschilbeslechting) Alle geschillen zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Den Haag. Artikel 14 (duur en inwerkingtreding) Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van 1 januari 2009 en geldt voor onbepaalde tijd. Artikel 15 (vervallen oude overeenkomst) De tussen partijen op 24 maart 1995 gesloten Overeenkomst informatieprocedure normalisatie vervalt met ingang van 1 januari 2009. Artikel 16 (toepasselijk recht) Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Artikel 17 (afwijking en wijziging van de overeenkomst) • 1. Afwijkingen van deze overeenkomst zijn slechts bindend voor zover zij uitdrukkelijk tussen partijen schriftelijk zijn overeengekomen. • 2. Bij wijzigingen van richtlijn 98/34/EG of de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen dan wel bij rechterlijke uitspraken die tot wijziging van deze overeenkomst leiden treden partijen zo spoedig mogen in overleg over de wijziging van de overeenkomst. Artikel 18 (opzegging) Elke partij mag deze overeenkomst met inachtneming van een termijn van ten minste 18 maanden opzeggen. Artikel 19 (bekendmaking) De Staat draagt zorg voor plaatsing van deze overeenkomst in de Staatscourant en brengt de overeenkomst ter kennis van de Europese Commissie. Tot zover de overeenkomst. Het ligt op de weg van Uw Raad ( Nma) om voornoemde overeenkomst nader tegen het mededingingsrechtelijk licht te houden. In het kader van de heroverwegingsbeschikking op bezwaar (ex nunc) dient U alle relevante feiten te betrekken en informatie te vergaren in het kader van het zorgvuldigheidsvereiste zoals bedoeld in artikel 2:3 Awb . De NEN-Normen, waaronder ook begrepen de NEN-normen van het bouwbesluit 2003 en de regeling bouwbesluit zijn opgesteld door vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en daarna gepubliceerd door het NNI.Het ligt op de weg van Uw Raad ( Nma) om voornoemde overeenkomst nader tegen het mededingingsrechtelijk licht te houden. Uit voornoemde overeenkomst blijkt dat het NNI onder het bevelstructuur en controlemechanisme staat vanuit het ministerie van Economische zaken.. De auteursrechtelijke bescherming is de vervanger van het begrip winst. In casu kan worden gesproken van een “oneigenlijke constructie” die de “warme aandacht” dient te genieten van het Nma. Gelet op de doelstelling van de Nma had U dit niet mogen passeren met een discretionair beroep op toepassing van prioriteringscriteria. Artikel 120 grondwet laat niet toe dat een Nederlandse rechter de rechtmatigheid van een wet toetst ( de rechter kan slechts recht spreken binnen de wet ook al is de wet nog zo krom is) doch Uw Raad kan als bestuursorgaan daar wel het nodige van onderzoeken en concluderen en ook toetsen of de litigieuze overeenkomst niet conflicteert met door Nederland geratificeerde verdragen. (In Europa kennen alleen Nederland en Finland zo,n verlammende art 120 grondwet belemmering). Klagers, ondernemers uit de plaats Haaksbergen die pal aan de Nederlands-Duitse grens ligt dragen kennis van het feit dat Duitse ondernemers veel zakelijke activiteiten hebben in het grensgebied van Nederland en derhalve ook de NEN-normen moeten kopen. Idem voor Europese aanbestedingsprojecten vanuit Nederland die door voornoemde Nederlandse constructie op voorhand buitenlandse ondernemers op achterstand zet. Ingevolge voornoemde “constructie” staat vast dat het NNI een economische machtspositie bezit in de E.U.-lidstaat Nederland weshalve sprake is van inbreuk op artikel 24 mededingingswet respectievelijk artikel 102 VWEU . Dat is door Uw Raad miskend althans niet onderkend. Gelet op het hier door reclamanten gestelde is Uw Raad verplicht van haar discretionaire bevoegdheden gebruik te maken en had zij een onderzoek dienen in te stellen om te bezien of in casu sprake is van misbruik. Het beroep van de Nma dat het niet makkelijk is om excessieve prijzen/tarieven vast te stellen kan geen grondslag bieden voor het bestreden besluit. Indien de Nma vasthoudt aan dat standpunt dan houdt zij op te existeren ! Niet valt in te zien waarop de Nma niet kan onderzoeken hoe de tarieven zich verhouden tot de economische waarde van de totstandkoming van en publicatie van die normen. Het het Nma heeft daarvoor middelen tot haar beschikking die uit de Wet zijn ontleend. De opmerking van het Nma dat moeilijk valt te vergelijken hoe de tarieven van concurrerende bedrijven zich verhouden tot het NNI wordt niet nader onderbouwd. Een dergelijke stelling zou nog zijn te rechtvaardigen indien eerst een onderzoek daartoe zou zijn ingesteld en vervolgens dan een conclusie wordt getrokken. Echter een dergelijk onderzoek heeft niet door het Nma plaatsgevonden, waarvan akte! Het argument van andere wet-en regelgeving bij buitenlandse normalisatie-instituten gaat niet op. Europees recht gaat voor nationaal recht en anno 2010 dient ook Europeesrechtelijk te worden getoetst. De verhouding van economische waarde in relatie tot de door de NNI geleverde NEN-normen en het rendement voor het NNI had via Nma- onderzoeken kunnen worden vastgesteld. Een beroep op een uitspraak van het Europees Hof (Nikpay) om dan vervolgens daartoe niet over te gaan is onjuist om dat de genoemde jurisprudentie geen sjabloonwerking kan worden toegekend aan deze Nen-normenzaak. Overigens wordt in het bestreden besluit door de Raad van bestuur van het Nma niet aangegeven hoe groot de investering bij uivoering van een nader onderzoek zal zijn. Het gegeven dat de NEN-normen waaronder ook begrepen de NEN-normen m.b.t. apparatuur die elektromagnetische velden teweeg brengen zoals allerlei vormen van mobiele telefonie-toepassingen er politieke discussie plaatsvinden ook t.a.v. de financieringsstructuur ( o.a. n.a.v. de casus Knooble-Arnhem versus de Staat der Nederlanden) behoort geen afwegingsinstrument te zijn voor het Nma om geen toepassing te geven aan nader onderzoek op korte termijn. In een aangenomen motie in de Tweede Kamer (motie Vietsch) is verzocht de NEN-normen gratis aan te bieden en die motie is bij meerderheid van stemmen d.d. 2 juli 2009 alstoen aangenomen. De verwijzingen naar de uitspraken van de sectoren bestuursrecht van de arrondissementsrechtbanken van Groningen en Den Bosch zijn i.c. rechtens irrelevant. Hoger beroep is mogelijk doch de finale uitspraken worden alsdan gedaan door Afdeling van de Raad van State die echter niet tot de rechterlijke macht behoort. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behoort wel tot de rechterlijke macht en ook om die reden alleen al had Uw Raad van Bestuur daarmee rekening moeten houden. Vasthouden door de Nma aan haar reeds ingenomen standpunt zoals verwoord in het hier aangevallen besluit zou impliceren dat de onderhavige rechtsgang niet kan worden aangemerkt als een effectieve remedie in de zin van art 13 EVRM Er ligt thans wel een vonnis van de Rechtbank Den Haag sector Civiel maar deze is, zoals boven reeds gesteld, nog niet onherroepelijk. Bij brief van 27 januari 2009 heeft de toenmalige minister Van der Laan de Tweede Kamer kort geïnformeerd over het vonnis en medegedeeld dat de Staat in beroep gaat. O de laatste dag van de drie-maanden beroepstermijn is beroep ingesteld door de landsadvocaat bij het Hof te Den Haag. Intussen worden de gevolgen van de uitspraak in eeste instantie geïnventariseerd. Over de uitkomsten zal de Kamer later worden geïnformeerd, aldus de minister. Nu de procedure in beroep wordt voortgezet bij het gerechtshof en later de Hoge Raad kan het nog 2 à 3 jaar duren voordat er een eindoordeel van de Hoge Raad ligt. In de tussentijd worstelen de gemeentelijke bouw-en woningtoezichten en andere toezicht- en controle-instanties met de bestuurlijke handhaving. Het is niet in het belang van het Nederlandse bedrijfsleven en de handhavingspraktijk dat de onzekerheid die nu is ontstaan nog langer voortduurt mede doordat Uw Raad van Bestuur de Nma gevraagde onderzoeken niet uitvoert.. Nadere memorie zal worden ingediend. Klagers i.c. reclamanten hebben inleidende schrifturen en bij hun besluitaanvragen ook hun eigen economisch belang geduid. Het NNI had in 2009 een omzet van bijna 33 miljoen euro .Daaronder is ook begrepen de verkoop van ISO, IEC en buitenlandse normen. Dat betekent dat het voormelde contract tussen de NNI en de Nederlands Staat van 16 december 2008 niet in stand kan blijven nu niet Europees is aanbesteed. Gelet o.a. op de omzet van de Nederlandse industrie en bouw in 2009 van 407 miljard euro en de toepassing van NEN-normen in alle bedrijfstakken is nader onderzoek des temeer gewenst. De prioriteitsafweging behoort in casu niet in stand te blijven. Niet wordt aangegeven door het Nma welke onderzoeken dan voorrang hebben. Ongemotiveerde stellingen kunnen geen juridisch fundament vormen om een beschikking te dragen. Gelet op het vorenstaande gaat het in de NEN-normenzaak om zeer grote financiële en economische belangen. De opmerkingen over de te verwachten politieke besluitvorming m.b.t. de hier geduide NEN-normenzaak kan geen wettelijk kader bieden om de aan de Nma opgedragen wettelijke taken dan maar niet (meer) uit te voeren. Uw Raad acht het verzoek van verzoekers wel ontvankelijk en U sluit nader onderzoek in de toekomst niet uit doch wenst thans niet tot een nader onderzoek te besluiten. De beslissing die ten grondslag is gelegd aan de bestreden beschikking van 31 augustus jongstleden om het eventuele onderzoek op de lange baan te schuiven kunnen niet worden gedragen door de daaraan gegeven motiveringen. Uw afwijzende besschikking om terstond nader onderzoek te plegen inzake de door reclamanten/verzoekers ingediende klachten terzake het conflicterend handelen met NEN-normen enz, in casu houdt continuering van het oneigenlijk gebruik in stand. Reclamanten maken dan ook op goede rechtsgronden tegen alle onderdelen van Uw beschikking bezwaar. Nu reclamanten als belanghebbenden in de zin van de Awb kunnen worden aangemerkt en zij tijdig een begin van motivering aan dit bezwaarschriftuur hebben gegeven en het binnen de toepasselijke wettelijke termijn bij Uw Raad hebben doen laten inkomen zijn zij ontvankelijk te achten in hun bezwaren . De klachten van verzoekers, thans reclamanten, waarbij aan Uw Raad is voorgelegd dat inbreuk is gemaakt op regels waarvan U als Nederlandse Mededingingsautoriteit ingevolge de Mw toeziet op de naleving, moet worden aangemerkt als een bestuursrechtelijke aanvraag tot handhaving van deze regels, in het bijzonder om met toepassing van artikel 56 en 62 Mw een boete of last onder dwangsom aan de desbetreffende onderneming(en) op te leggen. U bent gehouden op deze aanvraag te beslissen en gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving zal, in geval van geconstateerde overtreding van een of meer van deze regels, U ook gebruik moeten maken van Uw bevoegdheden zoals neergelegd in de Mw om deze regels te handhaven. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om dit te weigeren. Nu reclamanten stellen in primaire zin dat de handelswijze van het NNI in samenwerking met de Nederlandse Staat getoetst aan het CIF-arrest strijd met de Europese mededingswetgeving oplevert is er geen ruimte meer om af te zien van nader onderzoek door de Nma. Zoals verzocht door reclamanten., waarvan akte. Ongegrond verklaring van dit bezwaarschrift zal alsdan aanleiding vormen om deze zaak bij de Europese Commissie aanhangig te maken. U had, zoals aangegeven in het verzoek tot onderzoek , op grond van Uw toezichthoudende taak een actieve opstelling dienen te betrachten bij een klacht zoals de onderhavige mede gelet op het feit dat het voor reclamanten praktisch zeer moeilijk is om langs een andere weg (rechts-)bescherming te verkrijgen tegen de door voormelde reclamanten gestelde inbreuk op de mededingingsregels Reclamanten zullen een aanvullend bezwaarschrift bij Uw Raad inbrengen en recht van indiening van memories wordt voorbehouden. Weshalve het Uw Raad moge behagen het bezwaarschrift gegrond te verklaren onder vernietiging van het bestreden besluit onder besluit dat het onderzoek tegen de NNI zoals bij rekest is verzocht te doen laten plaatsvinden alles onder toekenning van een vergoeding aan reclamanten ex art 7:15 Awb Hoogachtend, Uw dw. dr., Rechtspraktijk BAWA J.P.E. Baakman
JOKE | Geplaatst op: 26-07-2010
Nationaal landschap Winterswijk, WABO en elektromagnetische straling WINTERSWIJK/HAAKSBERGEN - Bij Rechtspraktijk BAWA te Haaksbergen is een verzoek binnengekomen van een actiegroep uit Winterswijk om merites aan te geven t.b.v. procedures tegen de telecomprovider en tegen de gemeente Winterswijk n.a.v. een verzoek het bestemmingsplan te wijzigen t.b.v. het opstellen van een umts-mast . In de Nota Ruimte van het Ministerie VROM is de volledige Gemeente Winterswijk en de aangrenzende gebieden in de Gemeente Aalten, Dinxperlo, de Gemeente Oost-Gelre en een klein stukje Berkelland aangewezen als Nationaal Landschap Winterswijk. De totale grootte bedraagt ruim 22000 hectare. De Provincie heeft in 2008 in overleg de begrenzing vastgesteld.. De Nota Ruimte stelt; Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van nationale landschappen moeten behouden blijven, duurzaam beheerd en waar mogelijk worden versterkt.. Per 1 oktober 2010 treedt de WABO in werking. Het lastige van de Flora- en faunawet is dat het niet altijd meteen duidelijk is of er toestemming gevraagd moet worden voor de activiteiten. Dit is afhankelijk van het antwoord op de vraag of op de locatie beschermde planten en dieren aanwezig zijn en vervolgens of deze planten en dieren een schadelijk effect oplopen van de activiteiten. Dit zal de aanvrager zelf moeten uitzoeken. Winterswijk kent talloze bijzondere planten en het grondgebied wordt bevolkt door vele vleermuizen. Rechtspraktijk BAWA zal zowel de gemeente Winterswijk alsde aanvragende provider (KPN) in procedurele zin hier op wijzen, maar ook op de huidige in alle hevigheid woedende discussie t.a.v.. nen-normen-kwestie m.b.t. o.a. de stralingsbelasting, brandveiligheid en constructie-eisen. Bij onverbindendheid van nen-normen omdat deze geen onderdeel uitmaken van de wet ( zie o.a. Knooble versus de Staat der Nederlanden) en geen reparatie van wetgeving, lopen zowel mens als dier grote risico,s. De minister van justitie dient terstond maatregelen te treffen. Volgens een zeer recente uitspraak (rolno.: 09/2192) van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Bosch d.d. 22 juli mogen gemeenten zich aan het Bouwbesluit 2003 houden omdat de overheid heeft verzuimd het Bouwbesluit van 2003 aan te passen aan de nieuwe Woningwet en de VROM-richtlijn Beheersbaarheid van Brand 2007. Het voornoemde bouwbesluit-2003 en de nota van toelichting gaat niet uit van een bescherming van de veiligheid, gezondheid van dieren. Het bouwbesluit-2003 vertoont een lacune en de richtlijn Beheersbaarheid van Brand (BvB-2007) is slechts een leidraad en geen wettelijke bepaling. Op de rolzitting van 18 mei 2010 heeft het gerechtshof te Den Haag de datum voor het wijzen van arrest in de nen-normen zaak bepaald op 16 november 2010. De onderhavige zaken lijken niet te zijn verdisconteerd in de WABO. Terug bij af ! Dat neemt niet weg dat de minister van justitie, ook al is hij demissionair minister van justitie, primair verantwoordelijk is t.a.v. lacunes in de wetgeving en de gevolgen die daaruit voortvloeien. Per de dato heden is de minister van justitie Prof.dr. Ernst Maurits Henricus Hirsch Ballin per daartoe strekkend rekest verzocht het nodige in bestuurlijke en juridische zin te verrichten. Bron: JOKE
B. Jansen | Geplaatst op: 23-07-2010
Mogelijk 1 augustus gratis. http://www.omgevingsvergunning.com/newspad/newsletter.asp?article=2469
Loes | Geplaatst op: 19-06-2010
Nieuwe norm elektromagnetische straling. BRUSSEL/UTRECHT/HAARLEM/HAAKSBERGEN - Het verschil in rechtspraak binnen de EU-lidstaten Frankrijk, Oostenrijk, België en Nederland is groot. Debet daaraan is artikel 120 van de Nederlandse Grondwet die bepaalt dat een Nederlandse rechter de rechtmatigheid van een Nederlandse wet niet mag toetsen. Alleen Finland en Nederland kennen een dergelijke rechtsbepalingsysteem. Dit blijkt o.a. uit een in de Engelse taal inleidend rekest van de Haaksbergse Rechtspraktijk BAWA zoals onlangs ter griffie van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EVRM) te Straatsburg is ingediend en welke integraal is te lezen op de Nederlandse website stopumts.nl. In België is de onvrijwillige blootstelling aan elektromagnetische straling reeds lange tijd het gesprek van de dag. Zowel op straat als in het Belgische parlement. Zie daartoe een discussie die is te volgen op het navolgende videobestand : http://www.vimeo.com/12676573 BRON : LOES
Saskia | Geplaatst op: 28-05-2010
WABO ook niet toe passen bij bouw van elektromagnetische straling veroorzakende zendinstallaties ! De Nen-norm 2082 van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) kan niet als een samenklontering van eisen en normen gezien worden om het beheer van digitale archiefbescheiden te doen laten toetsen aan de Nederlandse eisen voor archiefzorg en archiefbeheer. Niet is gebleken dat deze norm bij wet in werking is getreden. Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico?s van activiteiten voor de omgeving (mens en milieu). Daarbij gaat het niet alleen de stijfheid van constructies bij bouwwerken (bouwbesluit 2003) doch ook om de veiligheidsrisico?s die verbonden zijn aan de plaatsing en in werking hebben van elektromagnetische straling/velden veroorzakende apparatuur op Nederlands grondgebied Nu de nen-norm 2082 niet via de bekendmakingswet is afgekondigd ligt invoering respectievelijk in werking treding van de WABO niet voor de hand en ligt aanhouding in de rede omdat de nen-normen zaak onder de rechter bij het gerechtshof te Den Haag.
EMLS | Geplaatst op: 03-05-2010
Wederom uitstel openbaarheid nen-normen elektromagnetische straling veroorzakende zenders UTRECHT - Nadat een aantal Haaksbergse ondernemers via de Haaksbergse Rechtspraktijk BAWA op 8 maart om openbaarheid van de nen-normen gevraagd had aan de minister van VROM o.a. i.v.m. UMTS-zender plaatsingen in een GSM-antennemast verdaagde de minister de beslissing tot 3 mei 2010. VERDERE VERDAGING Bij mededeling van 29 april deelt de minister mede dat het verzoek om afschriften van alle in de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit 2003 en Regeling Bouwbesluit2003 verwezen NEN-normen, waaronder de regelgeving die te maken heeft met niet-ioniserende straling/velden, blootstellingslimieten en software etc., waaronder GSM, UMTS, WIFI, WIMA, HSDAP, LTE, C-2000 en dectelefonie wederom werd verdaagd (3 weken)omdat het interdepartementaal overleg in deze zaak meer tijd zou vergen. DWANGSOM Heden deelde Rechtspraktijk BAWA de minister mede niet in te stemmen met de verlenging van de bslistermijn en dat de datum om te beslissen per d.d. heden was verstreken en dat deze mededeling dient te worden aangemerkt als een ingebrekestelling en dat bij niet alsnog beschikken binnen twee weken een dwangsom is verschuldigd zoals geregeld bij de nieuwe Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen
Joke | Geplaatst op: 16-04-2010
NEN-NORMEN VERDER ONDER VUUR ! ______________________________ http://www.stopumts.nl/doc.php/Juridische%20Informatie/4681/nen-normen_elektromagnetische_straling_veroorzakende_apparatuur_onder_vuur. BRON : JOKE
Rechtspraktijk BAWA C.S. | Geplaatst op: 15-03-2010
Geachte heer Plass, Uw stelling is niet juist! De voorliggende procedure kan niet los worden gezien van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) weshalve ons kantoor bij gelijke datum eveneens een rekest o.g.v. van voornoemde wet bij de demissionaire minister Middelkoop van VROM hebben ingediend om afschriften te verstrekken van alle verwezen nen-normen. Naar het gevoelen van onze clienten kan de minister zich in casu niet beroepen op de uitzonderingsbepalingen van de WOB en ook niet op voormelde bepalingen van de Eurowob, waarvan akte. Het introduceren van onrechtmatige cq onverbindende wet-enregelgeving is onrechtmatig in de zin van boek 6 BW. De eerste de beste onverhoopte bouwcalamiteit zou derhalve een claim rechtvaardigen jegens de overheid wegens civielrechtelijke aansprakelijkheid wegens publiekrechtelijke nalatigheid/onzorgvuldigheid. Succes met de rechtsgang. Vriendelijke groet, Paul Baakman
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 15-03-2010
De essentie van deze claim, voor wat betreft de beschikbaarstelling van verwezen NEN-normen, is gebaseerd op de stelling dat NNI door toedoen van de Staat een economische machtspositie heeft. In beginsel is het hebben van een economische machtspositie niet verboden. Om met deze zaak verder te komen moet worden aangetoond dat er sprake is van misbruik. De kernvraag is dan “Misbruikt NNI haar positie?” De gevraagde tarieven voor gebruik van NEN-normen (in het algemeen) in het economische verkeer (commerciële dienstverlening) zijn, in onze ogen, niet excessief. In het licht van de staatsrechtelijke beginselen, gebaseerd op onbelemmerde verspreiding en toegankelijkheid van wetgeving, is ieder tarief, ongeacht de hoogte, wel een belemmering en daarmee ongepast. De NMA toetst echter niet op staatsrechtelijke beginselen.
European Multilateral Lawservice | Geplaatst op: 11-03-2010
E.M.-straling, Nen-normen en mededinging HAAKSBERGEN/DEN HAAG - Met naam geduide Haaksbergse ondernemers, alsmede de gevolmachtigde van Rechtspraktijk BAWA C.S. Geukerdijk 33 te Haaksbergen hebben bij de Nederlandse Mededingsautoritiet (Nma)onder Ude aandacht gebracht dat m.b.t. o.a. het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003, Woningwet, Wetmilieubeheer en Algemene Maatregelen van Bestuur enz. functionele-en milieu-eisen aan bouwwerken, apparaten, programma,s, software en monitoringsystemen enz worden gesteld waaraan per beoordelingsaspect moet worden voldaan. Deze functionele eisen zoals o.a. bijvoorbeeld bouwconstructie en brandveiligheid, emissie, straling enz. worden als verwezen nen-normen geduid in voornoemde wet-en regelgeving. Ondanks dat deze normen deel uitmaken van voormelde wet-en regelgeving enz zijn de aldaar geduide nen-normen niet vrij zijn te verkrijgen en worden slechts door het Nederlandse Normalisatie Instituut welke is gevestigd aan de Vlinderweg no. 6 te Delft tegen eenzijdige vastgestelde prijzen en tarieven monopolistisch door hen beschikbaar gesteld. Een van de Haaksbergse ondernemers exploiteert een kunststoffenbedrijf en dient bij aanneming van werk, die veelal vergunningsplichtig is, te voldoen aan verwezen nen-normen en wordt door voornoemde handelswijze rechtstreeks in zijn wettige belangen getroffen. De ondernemer Rechtspraktijk BAWA brengt juridische diensten binnen alle rechtsgebieden op de markt en staat justitiabelen bij in gerechtelijke procedures en dient vanuit dien hoofde te beschikken over de teksten van de toepasselijke wet-en regelgeving waaronder verwezen nen-normen. Zulks klemt i.c. destemeer nu m.b.t. elektromagnetische straling veroorzakende apparatuur een procedure aanhangig is gemaakt bij het Europese Hof te Straatsburg door voornoemde rechtspraktijk. Nu het NNI via het profijtbeginsel de verstrekking van verwezen nen-normen via het profijtbeginsel aan het uitponden is vanuit een monopoliepositie zijn verzoekers gedwongen om het NNI- product in casu de verwezen nen-normen van deze ene aanbieder in casu het NNI te kopen tegen de door NNI eenzijdige bepaalde geldbedragen. De vrijheid om niet te kopen bij het NNI is er niet want eenieder behoort de Wet te kennen en in het bijzonder voornoemde verzoekers. In verband daarmee is het Nma verzocht een op rechtsgevolg gerichte beschikking te nemen jegens het NNI onder bepaling dat het verstrekken van verwezen nen-normen zoals hier boven geduid in strijd is met de wet, onder aanzegging dat binnen een door het Nma te bepalen termijn de omstreden verstrekking tegen betaling van verwezen nen-normen dient te worden beëindigd. Verwezen nen-normen maken onderdeel uit van wetgeving en behoren voor een ieder openbaar te zijn.
Arnoud | Geplaatst op: 19-02-2010
Ik als student hoop op een goede positieve uitkomst van de rechtszaak. 2 maanden geleden kreeg ik wel een NEN norm in mijn e-mail inbox die vrij toegankelijk is voor iedereen. https://docs.google.com/fileview?id=0B_69mx7hHV1-NmExZWM0NGYtZDk2My00MTlmLWFkOTItNmNlOTQxODhiYzM1&hl=en De normalisering gaat wel ver als je deze uitgave goed bestudeerd.
Rechtspraktijk BAWA-HAAKSBERGEN | Geplaatst op: 18-02-2010
Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van activiteiten voor de omgeving (mens en milieu). Daarbij gaat het niet alleen de stijfheid van constructies bij bouwwerken doch ook om de veiligheidsrisico’s die verbonden zijn aan de plaatsing en in werking hebben van elektromagnetische straling/velden veroorzakende apparatuur op Nederlands grondgebied in casu binnen het plangebied van de gemeente Den Haag. Onze clientèle uit Den Haag wenst niet onvrijwillig te worden blootsgesteld aan voornoemde e.m.-velden. Zij vinden dat het externe Nederlandse veiligheidsbeleid onvoldoende in evenwicht is met de uitsluiting gezondheidsrisico, terzake de langdurige e.m.-blootstellinggevolgen van de bevolking aan gepulste en ongepulste niet-ioniserende straling (elektromagnetische straling/velden) . Daarnaast bieden de toepasselijke Nederlandse rechtsgangen (bestuursrechtelijk) onvoldoende soelaas om grondwettelijke toetsing te vragen (art 120 grondwet werkt belemmerend)en kunnen gezondheidsaspecten niet worden ingebracht in bouwvergunningprocedures. De Arr-rechtbank Den Haag, sector civiel, heeft 31 december 2008 vonnis gewezen in de door Knooble aangespannen Nen-normen zaak. Tegen dat vonnis is hogerberoep ingesteld bij het gerechtshof. Na vonnis kan de meest gerede parij beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad te Den Haag. De Arr-rechtbank Den Bosch, sector bestuursrecht heeft d.d. 5 februari 2010 uitspraak gedaan m.b.t. de verbindendheid van nen-normen. Zie bijgaande vindplaats. http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BL3758 De meest gerede partij kan tegen die uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad State. Alleen Nederland en Finland kennen binnen hun rechtsysteem een art. 120 grondwetbepaling waar een rechter de wet niet mag toetsen aan de grondwet. Welke einduitspraak wordt doorslaggevend ? De uitspraak van de Hoge Raad of de uitspraak van de Afd. Bestuursrecht van de Raad van de State? Die discussie woedt deels ook in het door ons kantoor aanhangig gemaakte rechtszaak bij het Europees Hof te Straatsburg. Zie bijgaande vindplaatsen. http://www.next-up.org/pdf/EMF_Preliminary_application_filed_at_the_European_Court_of_Human_Rights_at_Strasbourg.pdf http://www.next-up.org/Newsoftheworld/ECHR_CEDH.php http://www.next-up.org/Newsoftheworld/ECHR_CEDH.php Een niet te verwaarlozen element in de discussie is dat de Afdeling van de Raad van State niet tot de rechterlijke macht behoort en/of na het van Benthem arrest en de Procola-zaak van het Hof Straatsburg (EVRM) er afdoende juridische reparatiewerk is uitgevoerd. Het wordt tijd dat tegen uitspraken in Hoger Beroep van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die recht spreekt in haar eigen beadviseerde wetgeving, beroep in cassatie kan worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Henk | Geplaatst op: 01-02-2010
Een leuk artikel is hier nog te lezen over de NEN normen: http://www.omgevingsvergunning.com/newspad/newsletter.asp?article=1629
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 22-12-2009
De NEN-zaak gaat niet over hoe normalisatie werkt, niet over de voor- en nadelen hiervan, niet over het bestaansrecht van Knooble, niet over het nut en de noodzaak van normalisatie, het is veel ‘niet’. Het principiële aspect van de zaak is dat wij van mening zijn dat de overheid incorrect handelt met het systeem van wettelijk verwezen normen. Waarom precies … kan helaas niet in 1 zin worden aangegeven. Dit aspect is zorgvuldig beschreven in de diverse processtukken. Wij vinden het uit principiële overwegingen alleen al meer dan noodzakelijk om via de hiervoor aangewezen weg helderheid over deze kwestie te krijgen. Los van de meningen van eenieder is het aan het rechtssysteem om voor opheldering te zorgen. Daar stopt het echter niet. Wat de helderheid op kan leveren is waar het feitelijk om gaat. Dit is het vrij beschikbaar maken van verwezen normen. We hebben het dan niet over een vanzelfsprekende uitkomst. Waarom dit juridisch, in onze ogen, de enig juiste oplossing is kan wederom niet in 1 zin worden verwoord. Het mag duidelijk zijn dat ook dit deel zeer uitvoerig juridisch is beargumenteerd in de diverse stukken. Wij zien de voordelen van vrije beschikbaarheid. In de kern kunnen denkbare nadelen worden samengevat in geld: “iemand moet de rekening betalen en als dit uiteindelijk voor rekening van de overheid komt dan betalen we het met ons allen.” Voor iedere andere wettelijke verplichting wordt de kostprijs van het opstellen en onderhouden van de wettelijke regels, of je er nu wel of niet mee te maken hebt!, niet ter discussie gesteld. Wordt bepaald dat eenieder gehouden is tot naleving van verwezen normen (wettelijk verbindend) dan hebben we het over een wettelijke verplichting. Alsdan vallen alle argumenten voor een gebruikerspecifieke bekostiging weg: voor alles wat onder wettelijke regels valt betaalt iedere Nederlander. De voordelen van vrije beschikbaarheid zijn ook in geld uit te drukken. Hiervoor zijn diverse rekenmodellen denkbaar. Per saldo zijn wij van mening dat het voordeel vele malen groter zal zijn dan de benadering “Straks komt het voor rekening van de belastingbetaler.” De onderstaande conclusie dat “Knooble een rechtszaak aanspant tegen het eigen bestaansrecht” is opmerkelijk te noemen. Voor Knooble is het naar wij menen toch echt anders. Knooble heeft een zakelijk belang (anders kan er überhaupt geen rechtszaak worden gevoerd), denkt hier iets goed mee te doen en uiteindelijk verder mee te komen. Wellicht hebben we het niet bij het juiste eind. Het feit is dat we het kunnen en doen. Met vertrouwen in het rechtssysteem en niet in de laatste plaats het vertrouwen in de kans op positieve resultaten zetten we ons in voor deze zaak. Dat vertrouwen wordt op de proef gesteld. Politiek gezien zit er immers vooralsnog geen schot in de kwestie. Al vaker is een kabinetsstandpunt toegezegd. Dit wordt keer op keer vooruitgeschoven. Vanuit de Kamer wordt er op momenten wel kritisch naar de kwestie gekeken maar er is geen resultaatverplichting om de kwestie ook binnen een redelijke termijn helder te stellen. Het zou uiteraard politiek chique zijn als er na inmiddels 12 jaar nu eindelijk iemand eens een ei over zou leggen. Los daarvan is het gepast de lange juridische weg ook volledig af te lopen.
Veldhuizen | Geplaatst op: 22-12-2009
De alles overstijgende vraag is nu wat Knooble met deze zaak beoogt? Normalisatie is een instrument waarbij betrokkenen hun kennis en kunde inbrengen om te komen tot consensus te komen over een bepaald onderwerp. Dit wordt vastgelegd in een document (norm) die de werking van markten verbeterd of vereenvoudigd. Mijn conclusie is dus dat Knooble een rechtzaak aanspant tegen het eigen bestaansrecht. Je kunt je nl. pas adviseren over iets als er iets is. De conclusie dat er maar 25 van de 18.000 bouwvergunningen op basis van gelijkwaardigheid waren vergund geeft de waarschijnlijk het bestaansrecht van Knooble weer.
Rechtspraktijk BAWA-Haaksbergen | Geplaatst op: 14-10-2009
Het introduceren van onverbindende wet-en regelgeving is onrechtmatig. Wet milieubeheer (eveneens) op de tocht. Wetgeving met verwezen nen-normen juncto art 13 evrm
Gerrit Jan | Geplaatst op: 14-06-2009
[quote] VROM: In zo'n geval wijst het Bouwbesluit naar een NEN-norm. Daarin staan één of meerdere methoden om aan het betreffende voorschrift te voldoen. Als u gebruik maakt van de NEN-norm weet u dus zeker dat op dat onderdeel aan het Bouwbesluit zal worden voldaan. Het gebruik van NEN-normen is echter niet verplicht[/quote] En dat staat er al jaren!
Gerrit Jan | Geplaatst op: 14-06-2009
Dat was een zinloze uitspraak: "Uit het vonnis blijkt dat de Haagse rechtbank met Knooble van mening is dat NEN-normen waarnaar verwezen wordt in het Bouwbesluit niet verbindend zijn omdat ze niet volgens de Bekendmakingswet zijn bekend gemaakt." Het ministerie van VROM geeft namelijk allang expliciet aan dat de NEN1010 niet een verplicht nummer is. Kortom, nutteloos. Hij had beter anders kunnen oordelen, nl dat die norm wel verplichte kost is, dan had ie tenminste iets nieuws gebracht en een reden om die norm gratis ter beschikking te stellen. Een pyrrusoverwinning, verloren energie.
Mvan V | Geplaatst op: 09-06-2009
In het stuk Consequenties handhaving adviseert meneer Baneke gemeentes om eisen in de vergunning te zetten mocht het bouwbesluit buiten werking komen. Volgens mij gaat hij er dan aan voorbij dat op grond van de woningwet een gemeente geen technische eisen kan stellen anders dan die uit het bouwbesluit, op een paar uitzonderingen na zoals expirimenten met milieuvriendelijke nieuwbouw.
simone | Geplaatst op: 27-05-2009
vraagje, kunnen jullie al digitale nen-normen doorsturen? Ik ben nl. op zoek naar de ntr 3216:2008. Ik weet dat die ook in digitaal formaat aanwezig is. Het zou handig zijn als iemand mij die zou willen doormailen. Alvast bedankt!
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 28-04-2009
Enerzijds wordt gesteld dat je je niet aan de normen hoeft te houden en je ook op een andere manier aan de prestatie-eisen kunt voldoen. Dit is ondervangen in met de zogenaamde gelijkwaardigheidsbepaling. De praktijk geeft echter een heel ander beeld. Bij aanvang van deze procedure (zo’n 2 jaar terug) waren er 25 gedocumenteerde gevallen van gelijkwaardigheid. Dit is een totaal van 25. Zet dit af tegen zo’n 19.000 bouwvergunningen per jaar! Voor de handhaving op bestaande voorraad hebben we het over nog meer gevallen waarbij er in de toetsingen en handhaving normen voorbij komen. Voeg daar aan toe dat je voor gelijkwaardigheid per definitie altijd nog de betreffende norm er bij moet pakken. Voor de bouw hebben we zo’n 80 eerstelijnsnormen. Daar komen nog meer dan 400 2e, 3e en 4e-lijnsnormen bij. Nu is de bouw wel koploper als het om normen gaat maar een vergelijkbaar verhaal gaat op voor andere sectoren. Recent heeft Hirsch Ballin een eerste opening gegeven voor wat ik maar “reparatie” noem. Er wordt nu gekeken naar afkoop van het auteursrecht en het anders (gratis) beschikbaar stellen van de normen. Dit is natuurlijk positief maar … er is altijd een maar … hiermee is de juridische status van verwezen normen en de rol van de overheid, en dan moeten we toch ook (nog) over het verleden hebben, vooralsnog niet helder! Ook niet onbelangrijk: de verantwoordelijke ministers laten deze onduidelijkheid nu al meer dan 10 jaar voortduren. Terug naar de specifieke vraag … Het NEN-vonnis is duidelijk in dat verwezen normen nog niet in werking zijn getreden omdat ze nog niet volgens de regels zijn gepubliceerd. Hiermee is handhaving gebaseerd op deze normen feitelijk onrechtmatig. MAAR … dit is NOG niet van toepassing. Het vonnis overstijgt wat dat betreft de relatie Staat vs Knooble NOG niet. Anders gezegd: “U kunt hier NOG niets mee.” Ondanks dit NOG is er nu wel een opening voor de handhaving. Bij toetsing / handhaving gebaseerd op verwezen normen kan eenieder bezwaar instellen. Hiermee krijgt een beschikking geen formele rechtskracht. Blijft het NEN-vonnis in de verdere procedure overeind dan is het toetsen / handhaven gebaseerd op verwezen normen in die situaties (waarbij er bezwaar is gemaakt) onrechtmatig.
Leest | Geplaatst op: 27-04-2009
Ik lees in de brief aan de Kamer onder andere dat normalisatie als zodanig niet-verplichtend is. Dat bedrijven vrij zijn de normen al dan niet toe te passen. Hoe verhoudt deze zaak zich dan met de opname van accreditatie/certificatie-eisen op basis van NEN-normen in wet- en regelgeving? Zo dient een inspectiebedrijf van vloeistofdichte voorzieningen conform Kwalibo geaccrediteerd te zijn tegen de NEN-EN-ISO 17020. Deze eis lijkt mij niet erg vrijblijvend te zijn.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 22-04-2009
Op donderdag 23 april 2009 wordt het NEN-vonnis in de Tweede Kamer (commissievergadering) behandeld. Het is agendapunt 11, het laatste punt. De vergadering is van 14:30 tot 17:30 uur. We nemen dan ook aan dat de behandeling van het NEN-vonnis pas laat in de middag voorbij komt. De vergadering is openbaar en het debat is live als videostream te volgen. Zie de Commissievergadering in de Groen van Prinstererzaal op www.tweedekamer.nl.
Jacco van Gelderen | Geplaatst op: 13-04-2009
Laatste berichtgeving standpunt kabinet: http://www.vrom.nl/pagina.html?id=39381
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 08-04-2009
Informatie over de procedures in hoger beroep (met name data) staat beschreven in de blog. Selecteer hiervoor het tabje ‘Knooble’ in de menubalk en vervolgens ‘blog’ in het submenu. Het betreft de blogpagina van 7 april 2009.
Herman Kalse | Geplaatst op: 26-02-2009
Ik ben blij met het vonnis. Ik zou graag als particulier bouwer inderdaad online inzicht hebben in alle NEN-normen die van toepassing zijn op mijn te bouwen woning. Door de "niet-openbaarheid" moet ik voldoen aan onbekende regels. Dit leidt tot ergernis en veel extra kosten. De NEN-normen opgenomen in het bouwbesluit liefst moregen openbaar en liefst nog met wat uitleg! In feite zal de staat moeten zorgen dat het auteursrecht bij de staat ligt en dat burgers kostenloos NEN-normen kunnen inzien.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 20-02-2009
@ Monique, … over het stuk van Wieringa Advocaten … Ik denk dat het juist is. De enig juiste juridische afweging is die waarbij de vereisten conform de Grondwet en Publicatiewet worden aangelegd. Hier is geen plaats voor een “Ja maar.”
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 20-02-2009
@ Monique, respect voor je research! Je zit weer helemaal goed. In de zaak van 12 januari 2005, nr. 200403114/1 is inderdaad bepaald dat er in beginsel in vergunningen naar NEN-normen kan worden verwezen. De relevante passage: “2.4.1 De Afdeling overweegt dat het niet ongebruikelijk is naar algemeen geldende normen en richtlijnen te verwijzen. Deze normen en richtlijnen zijn algemeen verkrijgbaar en dus voldoende kenbaar. Het verwijzen naar dergelijke normen en richtlijnen is dan ook niet in strijd met het beginsel van de rechtszekerheid. Deze beroepsgrond treft derhalve geen doel ...” Waar het echter om gaat is de omvang / de hoeveelheid NEN-normen. We hebben het over goed 80 eerstelijns en nog eens meer dan 400 tweede- derde- en vierdelijns verwezen NEN-normen. Voldoet een vergunning nog wel aan de eisen van rechtszekerheid als je op de hoogte moet zijn met een dergelijk omvang aan externe documenten? Waar ligt de grens? Bij 5, 10, 40 of 100 externe documenten? De betreffende zaak uit 2005 geeft hier geen uitsluitsel over. Juristen zetten dan ook meerdere vraagtekens bij een dergelijke handelwijze. Ik denk niet dat het werkbaar en wenselijk is voor een gemeente om per aanvraag een reeks specifieke NEN-normen te selecteren. Je komt dan al snel op alles of niets. De discussie of en hoe je hiermee het probleem kunt omzeilen is niet meer dan dat. Het is aardig om hier een boompje over op te zetten maar het is niet de juiste oplossing en levert weer nieuwe problemen op.
Monique, studente Nederlands Recht | Geplaatst op: 19-02-2009
@ Pieter Plass, Er is wel jurisprudentie omtrent NEN-normen in vergunningsvoorschriften. De Afdeling Bestuursrechtspraak heeft in 2005 een uitspraak hieromtrent gedaan (ABRvS 12 januari 2005, nr. 200403114/1) en bepaalt dat het feit dat de inhoud van NEN-normen niet uit de vergunning blijkt, niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat 'het niet ongebruikelijk is naar algemeen geldende normen en richtijnen te verwijzen. De normen zijn algemeen verkrijgbaar en dus voldoende kenbaar. Het verwijzen naar dergelijke buitenwettelijke normen en richtlijnen is dan ook niet in strijd met het beginsel van rechtszekerheid.' Groetjes, Monique
David Moed | Geplaatst op: 12-02-2009
Wie heeft nu eigenlijk welke verantwoordelijkheid? Het is nu immers duidelijk dat de Normen mogenlijk niet langer rechtgeldig zijn . . . indien een gemeente nu toetst op basis van een norm welke niet is gepubliceerd, is dan de vergunning verlenende instantie verantwoordelijk op het moment dat het fout gaat? Er zijn trouwens nog veel meer documenten die worden geeist, maar welke nooit zijn gepubliceerd, kijk bijvoorbeeld naar het 'Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning' (Staatsblad 409, 13 juli 2002).
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 11-02-2009
(reactie op Monique) Verwijzingen in andere wetten … Klopt! Als het NEN-vonnis overeind blijft dan is het duidelijk dat verwijzingen in wetten naar externe documenten geen verbindend karakter hebben. Anders gezegd “Niet volgens de Publicatiewet gepubliceerd betekent niet verbindend.” De basis hiervoor is artikel 89 Grondwet (publicatievereiste van verbindende voorschriften) en de Bekendmakingswet (wijze van publicatie). Op je andere vraag kom ik nog terug … (het is even extra druk i.v.m. de Bouwbeurs) …
Monique, studente Nederlands Recht | Geplaatst op: 11-02-2009
In hoeverre acht u deze beredenering dan juist? "De NEN-normen waarnaar in het Bouwbesluit wordt verwezen, zijn nog niet in werking getreden. In artikel 44 Woningwet is het Bouwbesluit genoemd als één van de limitatief imperatieve toetsingsgronden: de bouwvergunning moet worden verleend als is voldaan aan deze toetsingsgronden en de bouwvergunning moet worden geweigerd als niet is voldaan aan deze toetsingsgronden. Doordat de NEN-normen als onverbindend moeten worden beschouwd, wegens onjuiste bekendmaking, is het Bouwbesluit nogal uitgehold. Een aanvraag voor een bouwvergunning mag dus niet worden geweigerd wegens strijd met de NEN-normen die hierop betrekking hebben. Het dwingende systeem van artikel 44 Woningwet geeft het bevoegd gezag niet de ruimte om in het kader van een belangenafweging alsnog te toetsen aan NEN-normen. Dit zou dus de uitgelezen mogelijkheid zijn om bouwvergunningen aan te vragen, zonder rekening te houden met NEN-normen. Echter kan men er wel van uit gaan dat ook al zijn de normen op dit moment nog niet verbindend, ze wel een maatstaf zijn om te bepalen of een bouwwerk deugdelijk is." (Wieringa Advocaten, “NEN-normen onverbindend: waaraan wordt bouwvergunning nu getoetst?”, )
Monique, studente Nederlands Recht | Geplaatst op: 11-02-2009
Hartelijk dank voor uw snelle reactie! Als ik het goed begrijp is dus verwijzen in een vergunning praktisch niet echt een oplossing. Kan ik dan concluderen dat het geen verschil maakt of men in het Bouwbesluit of in de warenwetgeving of milieuwetgeving verwijst naar NEN-normen? Dezelfde problematiek is dan toch aan de orde?
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 10-02-2009
(reactie op Monique) Zo … dat is een hele scherpe vraag! Profs let op … dit kan wel eens de beste leerling van de klas zijn. Door in bouwvergunningen een verwijzing naar NEN-normen op te nemen wordt het probleem met de verwijzingen in het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit ‘opgelost’. Een vergunning is geen algemeen verbindend voorschrift. Er mag in een vergunning dan ook naar externe documenten worden verwezen. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat die documenten, uit het oogpunt van rechtszekerheid, voor de vergunninghouder kenbaar moeten zijn. En hier komen we dan ook op glad ijs. In het Bouwbesluit wordt naar circa 80 verschillende (eerstelijns) NEN-normen verwezen. Aan deze 80 zijn nog eens goed 400 tweede- derde- en vierdelijns-verwijzingen gekoppeld. Voldoet een vergunning nog wel aan de eisen van rechtszekerheid als je het over een dergelijke hoeveelheid documenten hebt? Op dit gebied is geen jurisprudentie voor zover ik weet. Of een dergelijke handelwijze dan ook ‘werkt’ is maar de vraag. Stel dat gemeenten er voor kiezen deze vooralsnog onzekere weg te bewandelen dan is het duidelijk dat de wettelijke standaardisatie van technische voorschriften, nu het uitgangspunt van de wetgever, het afvoerputje in gaat. We zijn dan weer terug in de tijd, de tijd van voor 1992, de periode waarbij technische bouwvoorschriften in de gemeentelijke bouwverordeningen waren opgenomen met alle problemen van dien. Er ligt een juridische analyse van de gevolgen van het NEN-vonnis klaar voor publicatie. Dit is geschreven door een specialist op het gebied van de bestuurspraktijk. In deze analyse komt dit punt uitgebreid aan bod. Na 24 februari a.s. kunnen wij dit advies ook op Knooble publiceren. Dus … zet het in de agenda en kijk dan even!
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 10-02-2009
(reactie op Arjan) Inzake verwijzingen naar andere documenten, documenten anders dan NEN-normen ... Je hebt gelijk, iedere verwijzing in een algemeen verbindend voorschrift naar externe documenten, documenten die niet volgens de Publicatiewet zijn gepubliceerd kun je hier in principe onder scharen.
Monique, studente Nederlands Recht | Geplaatst op: 10-02-2009
In hoeverre heeft het vonnis gevolgen voor andere regelingen dan het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit waarin naar NEN-normen wordt verwezen? Wat zijn de gevolgen van dit vonnis voor vergunningen waarin naar NEN-normen wordt verwezen?
Arjan van Ommen (lifttechnisch adviseur) | Geplaatst op: 09-02-2009
Misschien een open deur, maar toch: Er wordt steeds gesproken over verwijzingen naar NEN normen, maar in het Bouwbesluit wordt ook verwezen naar ISO normen (minstens 1 keer. Heeft de rechtszaak daar ook betrekking op?
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 08-02-2009
Je raakt heel veel goede punten. Met de gelijkwaardigheidsbepaling kun je in de praktijk niet veel en dit is niet alleen omdat je voor gelijkwaardigheid toch altijd nog de NEN-norm erbij moet hebben om gelijkwaardigheid aan te kunnen tonen. De verplichte winkelnering is ook zo’n punt. Het NNI haalt naar zeggen circa 30% van haar omzet uit verwezen normen. Ook de overige omzet is voor een belangrijke deel het gevolg van de waarde die NNI heeft “gekregen” door het systeem van wettelijke verwijzingen. De waarde van NEN is hiermee in hoofdzaak door de Staat gecreëerd. Een situatie waarbij de Staat zich nu geconfronteerd ziet met de rekening. Daar kun je hele discussies over voeren en wellicht is het ook interessant om dit eens onder de loep te nemen. Dit is echter niet waar het ons nu om te doen is. In onze zaak gaat het naar het meest elementaire punt als je het over wetten hebt: Waar heb je je aan te houden? Dit moet gewoon duidelijk zijn. Voor 10 jaar terug was de “wettelijke” basis: NEN-normen zijn niet verbindend maar ze binden je wel … plus de NEN-normen zijn de basis voor handhaving. Je kunt een lang ingewikkeld verhaal over deze tegenstrijdigheid houden maar zet dat opzij en iedereen snapt dat het enkel en alleen om het geld gaat. OK, dat was 10 jaar geleden. Wat is er in de afgelopen 10 jaar gebeurd? Er zijn commissies in het leven groepen, onderzoeken gedaan, adviezen uitgebracht en per saldo zijn we … net zover. Nee, sorry, we hebben nu wel leuke spotjes op de radio over regeldruk: we maken het eenvoudiger. Ook nu, nu het NEN-vonnis er ligt, gaat de overheid op dezelfde manier verder. Lees de brief van 27 januari jl. van de minister aan de Kamer onder het tabje blog maar eens. Hierin staat “We gaan de consequenties van het vonnis bestuderen en in hoger beroep”. Na 10 jaar bestuderen kun je opnieuw bestuderen niet anders uitleggen dan “We willen er gewoon niets mee en zo Kamer met bestudeertoezeggingen en hoger geroep zijn we er voor nu weer even klaar mee, toch?” Of dit echt de mening van de minister is vraag ik me af. Het is goed deze zaak correct en zorgvuldig door te zetten en niet af te dwalen. Wellicht kan het op enig moment ook goed zijn om ook andere juridische aspecten eens op een rijtje te zetten en hier wat mee te doen. Met vertrouwen in ons rechtssysteem zal het uiteindelijk best goed komen. Dit kost alleen tijd, veel tijd. Er is een kans hier iets goeds mee te doen, los het op en maak het duidelijk. Het is helemaal niet ingewikkeld en het verbeteren van de toegankelijkheid van NEN-normen is winst voor iedereen.
david moed | Geplaatst op: 07-02-2009
Pieter, misschien is het tijd voor een volgende stap; eis bij de rechter dat de normen worden gepubliceerd. Je hoeft niet te praten over kosten, auteursrecht etc. dat is immers een zaak tussen de overheid en het NNI. Nee, gewoon eisen dat de normen snel worden gepubliceerd in het staatblad zodat je verder kunt gaan met je werk . . . als je het einddoel van de wetgeving moet halen, moet dat volgens de normen en die hebben nu onvoldoende wettelijke rechtsgeldigheid. Indien de rechter een andere mening is toegedaan, dan kun je naar het europese hof om het principe van betalen voor een prestatie eis aan te vechten. De vraag is ook of het wettelijk is toegestaan om iets te hernoemen als 'prestatie eis' i.p.v. wettelijke eis, en het dan vervolgens uit de wet te halen en niet te publiceren. Verder kun je aanvechten dat het NNI bevoorrecht wordt in het bouwbesluit. VROM zegt wel in een toelichting op hun website dat ieder gecertificeerd instituut gelijkwaardige prestatie eisen mag aandragen, maar dat staat niet zo in het bouwbesluit. Dit wordt zogenaamd ondervangen door het gelijkwaardigheidsbeginsel, maar dit is ten eerste niet overal van toepassing. Ten tweede wordt door het consequent verwijzen naar normen van de NNI en niet naar 'Normen van een gecertificeerde instelling' de relatie tussen de wetgever en een bepaalde gecertificeerde instelling en een bepaalde door die gecertificeerde instelling gemaakte norm duidelijk. De overheid waarborgt onvoldoende de onafhankelijkheid van de aanvrager voor het aandragen van gelijkwaardige oplossingen door het eenduidig benoemen van het NNI in geval van prestatie eisen. Het NNI is de facto een overheidsinstelling die betaald wordt door het verkopen van een produkt dat wettelijk is maar niet als zodanig wordt benoemd. De overheid heeft een situatie gecreerd waarbij de Europese wetgeving op nationaal niveau deelsgewijs door de overheid zelf wordt gepubliceerd en deelsgewijs wordt uitbesteed aan private bedrijven, waarbij de term 'wetgevend' wordt vermeden. HAd de overheid concurentie willen hebben dan hadden ze nooit de NEN normen specifiek mogen noemen. Dit had in een bijlage moeten gebeuren met een overzicht van de verschillende normen voor elke fuctionele eis.
Lex van Essen | Geplaatst op: 04-02-2009
Dit is een structurele beleidsfout van de Staat der Nederlanden. De aafgelopen jaren was er een sterke structurele tendens om allerlei ambtelijke organisaties te verzelfstandigen en deze zich te laten bedruipen uit de inkomsten van, laten we in dit specifieke geval zeggen, o.a. normbladen. Een heleboel aan de bouw gerelateerde instanties en stichtingen zijn voortgekomen uit het ambtelijk apparaat, neem bijvoorbeeld de Stichting Bouw Kwaliteit, SBK. Wat is de toegevoegde rol van dit soort instanties?
GevelVisie | Geplaatst op: 19-01-2009
Ieder wordt geacht de wet te kennen, niet te kopen. Ik waardeer de actie van knooble zeer. Chapeau! Jullie hebben gelijk. De actie van VROM is slechts uitstel van executie.
GC | Geplaatst op: 19-01-2009
VROM: "Nu hoger beroep wordt ingesteld, wordt het vonnis niet definitief maar moet worden gewacht op de uitspraak in hoger beroep." Het vonnis geldt (tijdelijk) totdat er een uitspraak komt van het hoger beroep, er is dus geen sprake van schorsing
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 16-01-2009
In zorgvuldige bewoordingen wordt door VROM aangegeven dat de "functionele eisen" niet zijn aangetast. Dit betreft de eisen die in de teksten van het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003 zijn opgenomen. De prestatie-eisen, bepaald in de verwezen NEN-normen, de bepalingsmethoden, kunnen als gevolg van het vonnis in de handhaving niet meer worden aangelegd. Het feit dat het vonnis nog niet definitief is neemt het risico voor de overheid bij handhaving gebaseerd op de normen, in onze ogen, niet weg. Het is correct dat het vonnis nog niet definitief is. Dit wil niet zeggen dat alles vooralsnog nog bij het oude blijft en dat eenieder "nog" moet aannemen dat verwezen normen verbindend zijn. Wat is het dan wel? Hier kan niemand 100% helder op antwoorden omdat jurisprudentie ontbreekt. Bij een eventueel proefproces is het aannemelijk dat de motivering van de rechter in het Knooble-vonnis zal worden gevolgd. Helaas kan het niet duidelijker worden gesteld en zullen we het met meningen moeten doen. We verkeren momenteel dan ook in een soort vacuüm.
peter leenders | Geplaatst op: 16-01-2009
in het persbericht van VROM 16.01.2009 staat dat besloten is om in hoger beroep te gaan: dat is duidelijk ! in datzelfde persbericht staat dat het vonnis niet definitief wordt door het instellen van hoger beroep, maar dat de uitspraak in hoger beroep moet worden afgewacht; vraag: klopt het wel dat door het instellen van hoger beroep de uitspraak wordt geschorst ?
David Moed | Geplaatst op: 16-01-2009
Van harte gefeliciteerd! Bij het bouwbesluit tweede fase heb ik de overheid geadviseerd en mijn conclusie was tweeledig; gebruik duidelijke taal en er mogen geen kosten zijn t.a.v. de eisen. De uitspraak is duidelijk; de overheid moet met de NNI het auteursrecht (en de eventuele kosten) regelen, of het moet accepteren dat normen niet langer rechtsgeldigheid hebben. De overheid is de facto risico drager geworden bij bouwfouten welke door regelingen in de NEN normen voorkomen hadden kunnen worden. Een veroordeling kan nu alleen nog plaatsvinden op fuctionele eisen welke zijn gepubliceerd. Een interessante vraag; hoe zit het nu met de EPN? bij de bouwaanvraag moet een digitale berekening worden meegeleverd, maar hoe publiceer je nu zo'n norm? Wordt straks de berekenings methode gepubliceerd en kunnen derden dan ook een programma maken waarmee de EPC waarde kan worden berekend? Hoe moet je nu een bouwvergunning indienen? Volgens de rechter hebben de normen geen rechtsgeldigheid, maar volgens VROM heeft de uitspraak pas rechtsgeldigheid na 31 maart. Indien er hoger beroep wordt aangetekend verschuift dit naar latere datum. Ongeacht of het vonnis in werking treed of niet, de rechter heeft geoordeeld dat de normen nooit zijn gepubliceerd. Ondertussen wordt er nog steeds getoetst aan de hand van de normen. Elke rechter zal een bezwaar tegen deze toetsing gegrond moeten verklaren omdat de normen niet langer een wettelijk toestingskader zijn. Ik hoop dat nu eindelijk een dag komt dat de belofte van het bouwbesluit uitkomt; het wordt eenvoudiger :) David Moed, dsign ed apollo - lv
E. van der Meulen (bouwtoezicht) | Geplaatst op: 14-01-2009
Misschien wordt het nu tijd dat VROM het Bouwbesluit ombouwt zodat het ook voor de man op de steiger is te begrijpen. Geen wetenschappelijk tot in de kleinste details uitgewerkte bepalingsmethode die alleen voor een hoogleraar nog is te volgen maar duidelijke (zonodig conservatieve) grenswaarden met de meest eenvoudige bepalingsmethode in de wet. De wetenschappers kunnen dan als ze dat willen met de gelijkwaardigheidsbepalingen volgens een NEN of een ander model de laatste milimeter uit het bouwplan halen. Voor de meeste bouwers is een eenvoudige vuistregel meer dan genoeg. In de praktijk blijkt dat de aannemer de zorgvuldig berekende onderdelen zonder meer vervangt door een alternatief omdat die iets goedkoper is. Hij gebruikt dan zonodig een 'zwaarder' onderdeel zodat het altijd voldoet. De oorspronkelijke ontwerper weet vaak niet eens dat zijn Volgens de NEN gemaakte ontwerp anders wordt uitgevoerd. Zolang de aannemer kan werken met voor hem en zijn bouwvakkers te begrijpen regels hoeft dit geen problemen te geven. Nu de NEN regels te wetenschappelijk en voor de kleine aannemer niet te betalen zijn ontstaan er ongelukken.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 13-01-2009
In reactie op de vraag van H. Vollinga (van 13-01-2009): Dit vonnis heeft weldegelijk consequenties voor eenieder. Voor iedere bedrijfstak is er wel een wet met een verwezen norm. De bouw is koploper met 81 eerstelijns-normen. Tel je de doorverwijzingen er bij op (t/m de vierdelijns) kom je op circa 516 normen. Andere sectoren hebben met wat minder verwezen normen te maken maar het gaat over forse aantallen. Het vonnis raakt alle wetten met verwezen normen. Hiervoor is hetzelfde van toepassing! Dank voor de felicitaties!
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 13-01-2009
In reactie op de vraag van Jaap Remerie (van 12-01-2009): Nee dat betekent het niet. De functionele eisen uit het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit blijven van toepassing. De prestatie-eisen zijn concreet gemaakt in de diverse NEN-normen waaronder de NEN1010. De overheid mag dus niet meer handhaven gebaseerd op deze normen. Waar wel op kan worden getoetst is vooralsnog onduidelijk. Voor zover er geen harde eisen zijn gesteld in het Bouwbesluit of de Regeling Bouwbesluit, dus niet in de verwezen NEN-normen!, zul je het moeten doen met de algemene teksten en de catch-all tekst over de veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Je kunt hier op verschillende manieren mee omgaan. De overheid heeft nu feitelijk geen harde norm meer om te handhaven. Dit impliceert dat het eenvoudiger is om af te wijken van hetgeen in de verwezen NEN-normen, dus ook de NEN1010, is bepaald. Of je hier ook goed aan doet is maar de vraag. Het is geen helder antwoord maar dit is het gevolg van de impasse: de verwezen NEN-normen zijn niet verbindend en buiten werking gesteld. Dank voor de felicitaties!
H. Vollinga | Geplaatst op: 13-01-2009
Gefeliciteerd. Maar gaat het nu alleen om de in het bouwbesluit genoemde normen of om alle normen waarnaar door wetgeving verwezen wordt?
Jaap Remerie | Geplaatst op: 12-01-2009
Allereerst mijn felicitaties. Als ik het nu goed begrijp zijn de in het bouwbesluit genoemde normen niet verbindend. Zou dat als uiterste consequentie betekenen dat bijvoorbeeld de NEN 1010 dus niet meer toegepast behoeft te worden, en er derhalve een woning zonder(!) elektrische installatie kan worden opgeleverd?
Leo van Oorsouw | Geplaatst op: 09-01-2009
Knooble (Pieter) gefeliciteerd met de lang verwachte uitspraak. De vraag is echter wel of wij bouwers nu direct blij moeten zijn met het (deels) niet bindend verklaren van de (kostbare) NEN-normen middels de uitspraak ?.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 07-01-2009
De uitspraak heeft (alleen) betrekking op verwezen NEN-normen, de normen die in wetten voorkomen. Hiermee vormen de prestatie-eisen uit het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit het (enige) toetsingkader voor de overheid. Dit is uiteraard heel globaal en biedt zonder normen met specifieke bepalingsmethoden weinig houvast. Het cruciale punt is dat de overheid de verwezen NEN-normen niet langer kan aanleggen in het toetsen, handhaven en beboeten. Ook als de Eurocodes volledig in werking zijn getreden is dit aan de orde! Ook hier kan alsdan door de overheid niet op worden getoetst enz. Je kunt privaatrechtelijk afspreken wat je maar wilt als het maar binnen de wettelijke kaders is en blijft. Het is uiteraard verstandig om heldere afspraken te maken over de verwachtingen over en weer. Zorg dan ook altijd voor goede contractstukken … Ook uiteraard onze dank voor de felicitaties!
P.A.H.Busing | Geplaatst op: 07-01-2009
Knooble gefeliciteerd, Betekent de uitspraak ook dat de Eurocodes in 2010 niet verplicht kunnen worden gesteld door de handhavers van de regelgeving, indien private partijen een bouwwerk realiseren en andere afspraken maken ?
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 07-01-2009
Bedankt voor de felicitaties! Wij zijn blij met de steun en de positieve woorden. Ons doel, de verwezen NEN-normen vrij beschikbaar maken, is nog niet bereikt maar het vonnis brengt ons een grote stap vooruit.
Arnoud Engelfriet | Geplaatst op: 06-01-2009
Gefeliciteerd met de positieve uitspraak!
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 03-12-2008
Op 13 oktober 2008 is er in de Tweede Kamer over de beschikbaarheid van NEN-normen gesproken. De relevante passages zijn in de Blog (kies Knooble home en dan Blog) opgenomen. Interessant ... maar ook weer niet.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 23-11-2008
Er is helaas geen wettelijke termijn waarbinnen een rechter vonnis moet wijzen. Zie ook de forumnotitie van 24 oktober 2008. Het is correct dat een uitspraak, positief of negatief, consequenties zal hebben die verder gaan dan alleen de bouw en Nederland. Het is juridisch complex plus er zal toch met een oogje (of meerdere ogen) naar de consequenties worden gekeken. Hiermee zal de rechter in de motivering van een vonnis zeer zorgvuldig tewerk gaan. Alleen als er vanuit de politiek aandacht voor deze zaak komt kan er, zonder tussenkomst van de rechter, binnen een redelijke termijn iets aan worden gedaan. Wij hebben niet het idee dat er op dit moment een minister is die deze kwestie gaat oppakken. Het valt nu eenmaal niet in de categorie van populaire thema’s waar je snel op kunt scoren. Dit is meer een struikel-thema. De afgelopen jaren zijn er veel onderzoeken naar wet- en regelgeving gedaan, of mensen hier mee kunnen werken, het snappen en het ook voldoende toegankelijk is. Iedereen is het er over eens dat het beter kan en ook beter moet. Dan kom je vervolgens op het punt van het DOEN en dan haken mensen af. Het tekenen van deze petitie helpt. De petitie kan aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Onder de magische grens van 10.000 mensen die ons steunen is het maar de vraag of we er verder mee komen dan de postkamer. Bij 10.000 ligt dit anders. Wij hebben zelf het idee dat de politiek en brancheorganisatie weldegelijk met interesse de NEN-zaak volgen maar tegelijkertijd wordt er een afwachtende houding aangenomen: niemand wil de vingers er aan branden.
H. Vollinga | Geplaatst op: 22-11-2008
Is er een wettelijke grens aan het aantal keren uitstel? Het bewijst wel dat de rechtbank het een ingewikkeld probleem vindt. Het gaat namelijk niet alleen om Nederlandse wetten, ook internationaal zal de uitspraak veel invloed hebben. Wat gaan we eigenlijk doen als de betaling van normen zo blijft? Elektrische installaties met oranje, geel en groen draad uitvoeren?
Knooble Admin | Geplaatst op: 21-11-2008
De uitspraak staat erop: helaas weer een uitstel. De reden waarom wij de 'uitslag' niet direct op de dag van het vonnis op Knooble kunnen zetten, is omdat wij het zelf pas 1 of 2 dagen later van de rechtbank te horen krijgen. Dus vandaar dat we altijd even geduld moeten hebben...
Tom | Geplaatst op: 20-11-2008
Zie de uitspraak graag tegemoet.
Rick | Geplaatst op: 19-11-2008
Hoe wordt de uitspraak gecommuniceerd?
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 24-10-2008
In onze zaak gaat het in eerste instantie om de Nederlandse NEN-normen. Indien hier op enig moment helderheid over komt dan zal het ook indirect impact hebben op Europa, de Europese normen. Dat is nu nog niet aan de orde maar zal t.z.t. actueel worden.
H. Vollinga | Geplaatst op: 24-10-2008
Het beroerde is dat we intermnationale normen die voor Nederland geldig zijn verklaard, zoals IEC 60065 (NEN-IEC-EN 60065), ook niet via internet vanuit andere landen kunnen downloaden. Het is niet NNI maar IEC die open publicatie tegenhoud.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 23-10-2008
Helaas niet. De advocaten hebben de afgelopen periode wel overleg gehad maar informatie hierover mogen wij helaas niet publiceren. Er zijn wettelijke termijnen voor hoor en wederhoor. Er is geen wettelijke termijn voor het wijzen van vonnis. Er kan wel een verzoek voor vonnis worden gedaan. In algemene zin proberen advocaten een dergelijk verzoek te vermijden. Een gezamenlijk verzoek van alle betrokken partijen daarentegen is wel meer gebruikelijk als er al vaker sprake is van een “aanhouding.” Op dit moment zit een gezamenlijk verzoek er (nog) niet in. Het is uiteraard een tikkeltje vreemd de rechtbank om vonnis te moeten vragen. De essentie van een rechtzaak is dat een rechter uitspraak doet over een geschil! Wanneer moet je dan toch de rechtbank maar om vonnis gaan vragen? Voor deze zaak is het lastig gelet op de belangen. Maar … na een jaar wachten op een uitspraak zal er toch iets moeten gebeuren.
bas ekkelkamp | Geplaatst op: 22-10-2008
kan Knooble niet de REDEN van de aanhouding aangeven. Die moet er namelijk wel zijn.. en 7x zeggen dat de zaak aangehouden is hebben we ook niet zo veel aan. helaas kan dit nog tijden doorgaan zo...
Adman | Geplaatst op: 14-10-2008
Zonder de Nen normen zouden we verzandden in eindelose dicussies en vragen wat nu wel of kan of mag
Rick | Geplaatst op: 13-10-2008
Weer uitstel, het is wel heel vermoeiend! Zou in 2008 nog uitspraak volgen? Ik verwacht het niet meer.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 22-09-2008
Niet helemaal … even de NEN in zeg maar Jip en Janneke taal. Volgens de Staat zijn NEN-normen die je in wetten tegenkomt niet verplicht als je maar aan de prestatie-eisen voldoet. Om aan te tonen dat je hieraan voldoet mag je een gelijkwaardige norm gebruiken. Een detail is dan wel dat je eerst de NEN-norm moet hebben om gelijkwaardigheid te kunnen bekijken. Een ander detail/probleempje is dat de overheid handhaaft gebaseerd op de NEN-normen. Krijg je een brief van bijvoorbeeld de Arbeidsinspectie en heeft dit iets met normen in wetten te maken (en die kans is groot) dan word je keurig doorverwezen naar het NNI waar je die normen kunt kopen. Anders gezegd, “Hier moet je aan voldoen en de norm die je nodig hebt om te weten wat dit precies is kun je bij het NNI kopen.” Dit gaat nog wat verder want als je bewust of onbewust niet aan de wet hebt voldaan, de norm niet kent of gewoon niet hebt gebruikt, dan is de kans groot dat een rechter je op de vingers tikt: “Huppeldepup is niet conform NEN 123 en … dit ga je nu betalen!” Voor alles wat niet in wetten staat is DE norm … “Het is maar wat je met elkaar afspreekt.” Let wel op want de normen kunnen op allerlei manieren toch verplicht worden. In bijvoorbeeld bestekken kunnen veel NEN-normen worden opgenomen die je niet in wetten tegenkomt. Het bestek is een contractstuk dus heb je je hier aan te houden. Direct en indirect kun je NEN-normen tegenkomen waar je niet omheen kunt. In alle redelijkheid is het wel zo dat je de Staat niet op het matje kunt roepen voor alles wat je met elkaar (onderling) afspreekt. Dat je met elkaar het nodige over normen opneemt, dus ook normen waar je wat voor moet betalen, is een zakelijke afspraak. Het is wat anders dan het welles-nietes-verhaal bij normen in wetten. Het vertrekpunt hiervoor is “Als je in de wet aangeeft waar ik me aan moet houden en hier ga je me ook aan houden, dan is de afspraak: wat wettelijk geregeld is moet voor iedereen beschikbaar zijn!” Moeilijker is het niet. NEN-normen zijn niet leuk en de discussie hierover al helemaal niet. Er is geen politicus die zich geroepen voelt om dit nu eens even als speerpunt helder te krijgen. Stel je voor dat de heer Wilders, mevrouw Verdonk, iemand van GroenLinks, de Partij voor de Dieren (of wie dan ook!) op een fraaie herfstochtend naar de microfoon rent en schreeuwt “En nu gaan we het eindelijk eens over de NEN-normen hebben.” Bij varkensstaartjes of allochtonen die iets wel of niet doen of een ander meer “populair” onderwerp heb je direct een stukje emotie. Dit zet mensen wel in beweging. Voor de stoffige normen is het allemaal een hoop theoretisch en vooral papieren gedoe. Er is de afgelopen jaren veel gekeken naar de rol van de overheid in relatie tot wet- en regelgeving, hoe maken we het beter, helder, duidelijk begrijpelijk. Kansen genoeg maar toch … hebben we het over de normen dan kijkt iedereen (nog) even de andere op. Misschien helpt het als we met voorbeelden van NEN-normen in relatie tot varkensstaartjes en allochtonen komen?
Andries de Vries | Geplaatst op: 20-09-2008
Als ik het goed begrijp is men dus niet verplicht de NeN-normen te volgen op de punten die niet ÓÓK in de wet staan. Zolang een opdrachtgever de NeN niet aanhaalt mag je dus doen wat je wilt? ( Mits je je gezond verstand gebruikt. )
S.J. de Waard | Geplaatst op: 10-09-2008
Misschien is het idee al eens geopperd, maar er zou wel eens wat onderzoek kunnen worden gedaan naar de samenstelling van de norm-schrijvende werkgroepen. Hoeveel door de belastingbetaler betaalde mensen zitten daarin ? Als het er veel zijn betalen we voor het eindprodukt zeker teveel. Zijn het er weinig, dan moet ergens het geld voor het werk vandaan komen. Een wet is ook niet gratis, daar wordt met velen aan gewerkt op kosten van de belastingbetaler. Logisch is dan, dat de wetgever betaalt als een NEN-NORM wet wordt.
Axel Roest | Geplaatst op: 04-09-2008
Al die mensen die vinden dat de norm in boekvorm tegen kostprijs beschikbaar moet zijn: ik heb liever een PDF. Kun je goed doorzoeken en makkelijk opslaan. Downloaden mag hooguit een paar cent kosten (liever gratis natuurlijk), en als je wat op papier wilt hebben, kun je het printen.
Niet meer nieuwsgierig | Geplaatst op: 01-09-2008
Wéééér uitstel...
Nieuwsgierig | Geplaatst op: 29-08-2008
is er al iets bekend?
Ewout Fassaert (student civiele techniek) | Geplaatst op: 19-08-2008
Het is schandalig! Mensen laten betalen voor regelgeving waar je niet onder uit kan komen. Europees is het misschien lastig maar Nederlandse normen moeten makkelijk gratis te verkrijgen zijn.
alexanderpas | Geplaatst op: 04-08-2008
oke, misschien een idee om een proefproces uit te lokken, als de huidige pogingen stranden. het publiekelijk publiceren van alle NEN-normen welke bindend zijn als onderdeeel van de wet... met daarboven een zinnetje zoals: Op deze pagina vind u de wet ... en alle daarbij behorende bindende documenten, welke onderdeel zijn van deze wet.
Pieter Plass, directeur Knooble | Geplaatst op: 21-07-2008
Een medestander stelt voor dat eenieder 1 euro betaalt, Knooble alle normen aanschaft en publiceert. In principe is dit een leuk en goed idee maar helaas ... volgens de regels kan het niet. Gelet op de auteursrechtelijke bescherming is verspreiding op dit moment niet toegestaan. Helaas! NEN zal direct maatregelen treffen. Na 5 keer uitstel van vonnis mogen we aannemen dat er binnenkort helderheid komt ... dus nog even wachten!
André | Geplaatst op: 08-07-2008
Het is wel lucratief. Bindende normen vaststellen en als je die wilt weten kun je ervoor dokken. Voor een buitenstaander als ik de waanzin ten top. De overheid ziet duidelijk meer in lucratieve normen dan algemene waarden.
Berno | Geplaatst op: 30-06-2008
Ze zijn wel nodig maar er flink voor betalen is belachelijk
Roel Meerwaldt | Geplaatst op: 25-06-2008
Het is toch van de gekke, dat je voor Overheids-regelgeving apart moet betalen. Stel je voor dat dat bij het Burgerlijk Wetboek of de verkeersregels ook zou moeten? Ik woon in een groot appartementencomplex met liften. Heb een bestuursfunctie. Ik wil gewoon de functionele voorschriften weten. Voorschriften van de Overheid. NEN 5080. Moet ik eerst betalen. Belachelijk.
Bart, Student WTB | Geplaatst op: 24-06-2008
De normen zijn in mijn vakgebied nodig omte bewijzen dat je iets goed oplevert. Geen rechtzaak een je broek krijgt... en toch al dat geld er voor vragen -(zucht)-. Als student zijnde moet ik vanuit Arnhem naar Delft toeren om een paar blaadjes door te nemen. Hopelijk komt de regering de scholen en het bedrijfsleven te gemoet met een subsidie. IEDEREEN volgens de normen werken en de overheid mee betalen of vrijgeven die handel.
Rot | Geplaatst op: 12-06-2008
Zonder NEN kan je niet bouwen. Als jouw aannemer uit Duitsland komt en dus een constructierapprt met DIN-normen opstelt, dan kan de gemeente dat weigeren. Moet NEN zijn...
Hans | Geplaatst op: 06-05-2008
Al eerder is gesteld dat dit proces niet alleen beperkt moet blijven tot "bouw" en bouwbesluit, maar van (levens-) belang is voor alle activiteiten. Ik ben verwoed knutselaar, ik ben tot veel bereid om echt velig te werken. Maar honderden euro's uitgeven voor een norm over pakweg veiligheid van een zelfbouw audioversterker, nooit. Idem voor een gasleiding naar de knutselschuur enz.......
Hans | Geplaatst op: 06-05-2008
Ik heb de moeite genomen het bouwbesluit te lezen. Ik ben geen jurist, maar ik durf te stellen dat het gebruik van de daarin genoemde normen zodanig dwingend is beschreven dat we rustig van "voorschrijven", dat is hetzelfde als "wet", kunnen uitgaan.
Ton | Geplaatst op: 21-04-2008
De diverse NEN normen worden heel expliciet door de minister voorgeschreven in de Regeling Bouwbesluit 2003. Hierin worden dus de betreffende normen bindend verklaard en horen daarom openbaar te zijn zoals volkomen terecht door Knooble wordt geëist. Het is in dit verband zeer interesant om dit besluit eens door te lezen op Overheid.nl
Johan | Geplaatst op: 08-04-2008
Even een reactie op Rob: NEN-normen die in bestekken worden aangehaald kun je natuurlijk niet gratis eisen, want deze worden niet door de overheid verlangt maar alleen door de bestekschrijver ;-)
Rob | Geplaatst op: 26-03-2008
We worden in 9 van de 10 bestekken geconfronteerd met de NEN-normen, dan moeten deze natuurlijk wel inzichtelijk zijn voor een correcte uitvoering. Wel de normen maar niet de kosten vind ik.
Jan | Geplaatst op: 19-03-2008
De boeken betreffende de electrische- en de gasinstallatie in de door mij te bouwen pannenkoekenbakwagen kosten meer dan de gehele installatie. Dat lost een mens dus anders op. Maar dan wel met alle risico's van dien (boetes enz.) Informatie omtrent bouwbesluiten moet gratis zijn. Dit is belachelijk.
Freek Hopster | Geplaatst op: 11-02-2008
Zeker in samenhang met de europese normgeving wordt het tijd om de nen normen gratis in bezit te krijgen. Dan zal ook vaker de nen norm gehanteerd worden, en zo veiligheid, univormiteit etc. bevorderd worden
Gerrit Jan Dreijer | Geplaatst op: 20-01-2008
Ik ben eigenlijk meer voor het uitbrengen van een soort openNorm. De status van de NEN1010 is glashelder. Het ministerie van VROM heeft op de eigen site staan dat "het volgen van de norm NIET verplicht" is. Duidelijkern kan haast niet. Hetbouwbesluit verwijst enkel op punten naar de norm in de zin van "kïjk als je het zo doet is het goed". Maar als je het anders wil doen is het ook prima. Hoe dan ook, met de mededeling van VROM dat het volgen niet verplicht is is gelijk de bodem uit de redenering dat een wettelijk verplicht volgen van een norm zou moeten betekenen dat deze vrij verkrijgbaar moet zijn in het geval van de NEN1010 gevallen. Dat is een reden om voor een openNorm te gaan. De andere is dat de NEN1010 gemaakt word door de fabrikanten van elektromaterialen, ongetwijfeld met de beste bedoelingen maar de schijn van belangenverstrengeling is wel aanwezig. Ik teken de petitie wel omdat ik het erg goed vind dat er in ieder geval over gesproken word. De situatie rond normen is niet duidelijk.
Peter | Geplaatst op: 13-01-2008
Misschien moeten we met een aantal vrijwilligers maar eens een eigen NEN1010 voor woonhuizen maken. De huidige NEN1010 is namelijk een warboel voor alleen een woonhuis. Tevens vind ik het verwerpelijk dat er nog steeds fabrikanten van producten in de NEN1010 comissie zitten. U weet wel van wij van WC eend adviseren .... Als ik bij een particulier bezig ben en bv de aarding moet aanleggen in de badkamer vinden de meesten dit duur en waarom, het werkt toch zeggen ze. Daarom wil ik graag strijden voor een norm voor woonhuizen appartementen. De rest kan dan in een andere norm voor niet tot wonen behorden gebouwen.(bedrijven,kantoren,hotels,azc's campings ed)
A. Feenstra Adviseur ARBO- BHV | Geplaatst op: 04-01-2008
In mijn werk kom ik dagelijks amtenaren tegen die met normen slingeren terwijl deze normen anders zijn dan wat in de Europese wetgeving wordt beschreven. Neem bijvoorbeeld de brandweer er zijn meer dan 450 korpsen en elke preventie officier legt de norm weer anders uit. daar komt nog bij dat men van een vergelijkbaarheidsbeginsel nog nooit hebben gehoord. Ik ga bijvoorbeeld uit van de wet EG92/58 dit is een wet, de NEN 6088 geeft over deze wet een heel ander verhaal wat betekent dat ik elke brandweerofficier moet uitleggen dat de wet nog altijd boven de NEN staat. Laten ze eerst eens met een NEN-norm komen dat als ik aan de wet voldoe dat ik dan juist handel, en de volgende NEN-norm zou moeten luiden dat de NNI niet ongebreideld zijn gan kan gaan met het bedenken van nieuwe normen, maar alleen als er echt dringend behoefte is aan een norm. een volgende schets maakt duidelijk waarom. per maand komen ca 1 a4tje normen te vervallen en komen er 1,2 a4tjes er voor terug. Ik denk dat het goed zou zijn als al die weggepromofeerde zogenaamde deskundigen die hier aan meewerken weer eens een baan kregen op de werkvloer, in plaats van uit verveling dit soort onzin te bedenken. En laat verder de normering over aan de wetgever die op zijn beurt hiervoor echte deskundigen kan aantrekken die geen direcjte belangenbehartigers zijn. We zijn met zijn allen veel te ver doorgeschoten in vastleggen van bindende afspraken, durf eens creatief te zijn en zelf eens na te denken. Durf eens met de wet en de JBF methode te werken dan zul je zien dat meer dan 30.000 van de meer dan 60.000 normen kunnen worden doorgestreept. Tuurlijk zijn er wel zaken die je mag regelen met normen, maar maak ze niet bindend als het niet uiterst noodzakeijk is en als ze bindend zijn horen ze in het wetboek opgenomen te worden dan zijn ze in elk geval GRATIS zoals het hoort!
h. Vollinga | Geplaatst op: 16-12-2007
Ik wil ook nog melden dat ik geen duidelijk antwoord krijg als ik bij de inspectie vraag of en zo ja hoe een fabrikant gestraft wordt als zijn produkt niet aan die veiligheidseisen voldoet. Wellicht wordt bij bouwwerken en hun intallaties gecontroleerd, maar niet of nauwelijks bij de voor mij belangrijke elektrische hobbymaterialen. Hans.
H. Vollinga | Geplaatst op: 16-12-2007
Het gaat niet alleen om bouwkunde. De warenwet schrijft voor allerlei waren dat die moeten voldoen aan nederlandse normen dan wel IECEE normen om redelijk te kunnen aannemen dat die waren veilig zijn. Ik heb op allerlei manieren geprobeerd inzage te krijgen in de norm voor veiligheid van radio, tv en dat soort apparaten: NEN-EN-IEC 60065. Maar ho maar. Zelfs de bieb van de TH eindhoven heeft 'm niet ter inzage, een abonnement is te duur. De norm kost een paar honderd euro!!!!! Overigens krijg ik allerlei tegengestelde antwoorden als ik vraag aan welke eisen een transformatortje (kinderspeelgoed b.v.) moet voldoen. Met wijst vaak naar de fabrikant die volgens de norm moet produceren. Maar ik krijg de regels niet te zien.
Chiel | Geplaatst op: 24-10-2007
suzanne, moeder van leerling electrotechniek, October 9, 2007, 8:29 pm Ben ik het niet geheel mee eens, het is een gereduceerde prijs, maar deze is nog veel te hoog. De NEN heeft alleen recht van publiceren, waardoor de kosten veel te hoog worden. Als student zijnde is het een heleboel geld, en ben je je studie vorig jaar begonnen, kun je dit jaar ( sinds 1 okt 2007 ) weer een geheel nieuw setje van de NEN aanschaffen. Over de stelling, hebben we de normen nodig? JA, deze hebben we nodig, er moeten gewoonweg regels en voorschriften op papier staan.
Gosse Ytsma (Veiligheidskundige) | Geplaatst op: 19-10-2007
Normen hebben we zeker nodig, Als ik ondernemers niet kan wijzen op wettelijke normen dan willen ze vaak niet investeren Dit gaat tenkoste van de veiligheid van personeel of bezoekers of klanten. Dat valt wel mee zecht u mogelijk, mijn ervaring is dat het niet meevalt. dan dus maar een paar centen betalen voor de normen. Hoewel het wel vreemd aandoet dat je voor opgelegde normen moet betalen maar als ik een wetboek wil moet ik er ook voor betalen. Het moet wel tegen kostprijs.
Ton Vlug adviseur voor ramen en deuren | Geplaatst op: 19-10-2007
De normen zijn bedoeld om kwaliteit te waarborgen; in de praktijk lukt dit vaak hiermee niet. goede prestatiebestekken zouden een aanvulling kunnen zijn. Het afschaffen van Normen alleen geeft alle ruimte aan kwaliteit ondermijnende concurrentie. Een beter geborgde kwaliteits toezicht (welke tegenwoordig vaak geheel ontbreekt)kan meer bereiken dan normen aleen Er dient ook een beroep=mogelijkheid te zijn bij meningsverschillen.
suzanne, moeder van leerling electoetechiniek | Geplaatst op: 09-10-2007
wat een hoop geklaag, kennelijk weten vele klagers over de nen 1010 niet dat deze voor scholen tegen een sterk gereduceerd tarief verkrijgbaar zijn. Maar dan moeten de scholen er wel wat voor doen, en dat is tellen en dan bestellen.
Henk van Buuren | Geplaatst op: 29-09-2007
we hebben de normen zeker wel nodig. we kunnen niet ervan uitgaan dat goedbedoelende mensen juist zullen handelen uit intiutie. gezien mijn ervaring heb ik zeer slechte ervaringen met betrekking tot het brandadvies. als NCP erkend branddetectiebedrijf BMI hebben we vaak te maken met mensen die beter kunnen blussen dan adviseren. Normen dienen daarom vrijtoegangkelijk te zijn om te blijven voldoen aan de woonwet. Een ieder dient onze --> Normen en waarden
Ruud Falken | Geplaatst op: 16-09-2007
Allemaal wel leuk en aardig, dat gezemel dat de kosten toch doorberekend worden. Hoe doe je dit dan als student die zelf zijn opleiding moet betalen. Leuk voor de omzet als scholen elk jaar weer volzitten met leerlingen die verplicht de nen 1010 moeten aanschaffen, ik begrijp wel dat de heren die de nen 1010 uitbrengen die 24 miljoen per jaar omzet wel prettig vinden. Het is nog te doen als de prijzen van die boeken te betalen zijn, mijn schoolkosten zijn dit jaar met 435,96 euro omhoog gegaan zijn ALLEEN door de nen 1010 boeken
JET | Geplaatst op: 23-08-2007
Nen-normen zijn ook goed te vinden op wikipedia, met uitleg en schema's
Gatling | Geplaatst op: 20-08-2007
Op sommige punten kun je al gratis normen downloaden en dat wordt in de toekomst alleen maar meer. De overheid kan het uiteindelijk waarschijnlijk toch niet meer in de hand houden, dat alle normen illegaal op het net staan dus kunnen ze de nromen net zo goed gratis maken.
Wim van Beek | Geplaatst op: 12-07-2007
Ik ben van mening dat het wel degelijk essentieel is dat normen vrij toegankelijk zouden moeten zijn. Wij lopen als schoolbestuur tegen deze materie aan m.b.t. de bepalingen rondom brandmeldinstallaties. In de desbetreffende PVE's is weliswaar door de eisende partij (brandweer) het eisenpakket vastgelegd, maar als je als gebruiker van een gebouw inzicht wilt krijgen in bijvoorbeeld de noodzaak van doormelding naar RAC, kun je dit eigenlijk niet verifieren. Wel is de norm rondom het ontwerp gegeven (NEN 2535) maar wat er in staat kan men niet even nagaan. Dit klopt m.i. niet, er zou altijd de mogelijkheid tot controle moeten zijn.
EV Zahradnik | Geplaatst op: 23-06-2007
Alle normen zijn weldegelijk belangrijk. Alle normen NEN DIN etc. moeten vrij opvraagbaar zijn anders kan er niet volgens de eisen niets worden gebouwd of geconstrueerd. De onderzoeken om tot de technische normen te komen zijn wel door ons belasting betalers, betaald.
Ron Besamusca | Geplaatst op: 20-06-2007
Er wordt door veel bedrijven ook geld verdient aan de normen. Alle regels rond keuren (nen3140, brandblusapparaten) leveren een constante stroom werk en dus geld op. De NEN-normen worden vaak door belanghebbende partijen opgesteld. De eis dat brandblussers jaarlijks gekeurd moeten worden is heel lucratief voor de sector, maar volstrekt onnodig. Welke brandblusfabrikant durft te beweren dat zijn brandblusser na 1 jaar al weer gekeurd moet worden omdat hij anders niet in kan staan voor een goede werking.
Uulke Visser (ingenieursbureau VE voor kwaliteitszorg en innovatie). | Geplaatst op: 12-06-2007
Naar aanleiding van het Bouwbesluit geeft onze wetgever aan Normen wetskracht (en daar niet alleen). Let wel: Een nogal veranderlijk stelsel van normen, waarvan de keuzes en de vaststelling onafhankelijk van diezelfde wetgever gebeurt. De wetgever geeft de nadere invulling van de wet in handen van een stichting (NNI). Dan is het interessant om te zien wie het in die stichting voor het zeggen hebben en wie inbreng leveren. Let dus op de namen en belangen van de deelnemers van aan de technische commissies die de normen opzetten en beheren. Overigens zijn wij van mening dat essentiele wetsbijlagen in alles gelijk aan de wet behoren te zijn. In verantwoording, bekostiging, toegankelijkheid enzovoorts. Het is tevens treurig dat de NNI in correct taalgebruik zo slordig is. Alleen al in de tweetalige ISO 9001 normtekst komen 8 (acht) storende taalfouten voor. En dat 7 jaren na invoering. Kenmerkend voor een (gelukkig nationale) monopolist. De huidige bekostiging van de stichting NNI via opcenten op de normen belemmert de toegankelijkheid en remt initiatieven die onder een of meer normen vallen. Zowel de wetgever als econoom maken zich schuldig aan perversiteiten.
D. Spiljard (constructeur) | Geplaatst op: 11-06-2007
Als de NEN door de inspanningen van Knooble als wet erkend wordt mag ik dan deze disclaimer ook in mijn constructieberekeningen opnemen ? "Hoewel bij deze uitgave de uiterste zorg is nagestreefd, kunnen fouten en onvolledigheden niet geheel worden uitgesloten. Het Nederlands Normalisatie-instituut en/of de leden van de commissies aanvaarden derhalve geen enkele aansprakelijkheid, ook niet voor directe of indirecte schade, ontstaan door of verband houdend met toepassing van door het Nederlands Normalisatie-instituut gepubliceerde uitgaven."
NvR | Geplaatst op: 11-06-2007
Nen normen horen openbaar! Op de snelweg staan toch ook borden met de feitelijke max snelheid. En niet alleen een bord met denk aan de max snelheid, en dan moet je zelf maar ergens een tabel aanschaffen met hoe hoog die snelheid is. Het zou een nog groter zooitje worden dan het al is. Het gaat niet zozeer òm de kosten van de nen normen maar om de beschikbaarheid voor een ieder die ermee in aanraking komt, zonder drempels.
Frans van Bussel, materiaalkundige | Geplaatst op: 07-06-2007
Normen zijn een essentieel en onmisbaar onderdeel om goede producten te maken. Zonder normen ontstaan er eindeloze discussies of iets goed is of niet. Zeker als daar financiele consequenties aan vast zitten. NEN (was NNI) is in Nederland de organisatie die de beschikbaarheid van de normen in Nederland regelt. Het werk dat zij, samen met de vele landelijke comissies, doen moet uiteraard betaald worden. Ik ondersteun de stelling dat verplichte en geharmoniseerde normen gratis moeten zijn. Dit betekent wel dat NEN door de overheid wordt gesubsidieerd om dit mogelijk te maken.
Léon Vrins | Geplaatst op: 16-04-2007
Laten we er eens vanuit gaan dat normen nuttig zijn en dat de overheid graag ziet dat ze toegepast worden. Dat impliceert toch meteen dat, om maximale toepassing te genereren, de normen voor iedereen gratis verkrijgbaar moeten zijn? Overigens heb ik tot nu toe in mijn werk als bouwkundige nog nooit echte problemen ondervonden, terwijl ik geen enkele norm in huis heb. Het wordt pas lastig als ambtenaren zich pietluttig gaan opstellen, hetgeen zich inderdaad steeds meer begint af te tekenen. Niet zelden wordt in dat kader gedemonstreerd dat zelfstandig nadenken over e.e.a. niet meer tot de basisvaardigheden behoort maar dat men domweg de regeltjes volgt, naar de letter dus. Voorbeeld: zojuist heb ik een klusje afgerond waar alsnog een bouwvergunning moest worden aangevraagd voor het vervangen van een hek op een dakterrasje. Probleem hierbij is, dat het hier een monument betreft waar in het verleden het originele houten hek al was vervangen door een lelijk metalen exemplaar, dat kennelijk nooit gezien was, of wel, maar dan niet als probleem ervaren door de controlerende instantie. Nu dat metalen hek weer vervangen is door een redelijk stijlvast houten exemplaar moest echter ineens wel een vergunning worden aangevraagd. Men had de eerste bouwaanvraag ingediend in de vorm van een aantal zeer duidelijke foto's die m.i.ruim voldoende inzicht boden in wat geplaatst was, ook in detail. De ambtenaar van Bouwtoezicht was echter de mening toegedaan dat het volgende moest worden aangeleverd: een tekening van de volledige plattegrond, zowel van de bestaande als de nieuwe situatie, (volstrekt overbodig want er veranderde niets), de voor- en de zijgevel en een complete doorsnede t.p.v. het hek en een aantal details. Ook de foto's moesten opnieuw ingediend worden. O ja, ook de situatie van het pand en het bebouwingspercentage van het perceel werden onmisbaar geacht. Zo wordt mijn opdrachtgever dus op kosten gejaagd terwijl de ingreep al is geschied. Hoewel ik er aan verdien, zou ik er toch de voorkeur aan geven als dit soort overbodig werk niet meer zou voorkomen. Wat ambtenaren en politici zich niet schijnen te realiseren is, dat veel mensen door dit soort grappen niet bepaald gunstiger gaan denken over regels en het ambtenarenapparaat. Het ware te wensen dat men weer eens gaat nadenken over waarom we eigenlijk regels hebben en vooral over hoe we ze zouden moeten toepassen.
P.Cooymans | Geplaatst op: 10-04-2007
Door het niet gratis verstrekken van de wettelijk gegevens werkt die het iligaal verwerken (verweideren)in de hand. Dat de overheid zo krentenkarrig is is een erg ambtelijke en bekrompen instelling.
Michiel van Eeden | Geplaatst op: 05-04-2007
Ten aanzien van de uitspraak van 3 januari: de norm voor geluidisolatie waarnaar in het bouwbesluit wordt verwezen is essentieel en onmisbaar voor beoordelen van geluidisolatie. Zelfs voor de definitie van de beoordelingsgrootheid kun je er niet omheen, laat staan de meetmethode. Het standpunt dat het zelf op een andere methode kan bepalen is in dit geval ( er zullen er vast meer zijn) aperte onzin: er is geen enkel andere referentie.
Michiel van Eeden | Geplaatst op: 05-04-2007
Ik begrijp de verontwaardiging en acties richting NEN wel, maar het is echt aan de verkeerde gericht. Als de overheid een norm rechtskracht geeft is het diezelfde overheid die voor de toegankelijkheid van die norm moet zorgen, om niet. Bovendien mag dan ook verwacht worden dat de overheid zich niet steeds verder uit de normontwikkeling terug trekt. Zaak voor de politiek.
H. Bakker (Projectleider nieuwbouw) | Geplaatst op: 04-04-2007
Paralel aan de strijd om NEN-normen vrij toegankelijk te maken lijkt het mij een stap in de goede richting als het NNI een GRATIS online helpdesk opricht waar de diverse gebruikers, belast met het naleven van wetten, deels bestaande uit verwijzingen naar NEN-normen, terecht kunnen met hun inhoudelijke vragen over deze normen. Zo verkleind men ook meteen de verschillen in interpretatie en toepassingsgebieden, hoeven de gebruikers niet alle actuele normen in de kast te hebben staan en schaden wij niemands auteursrechten, immers het NNI zelf geeft (schriftelijk) uitkomst over de inhoud van de norm aan de vrager/ gebruiker. Om tot slot nog maar te zwijgen over de tijd die het ons opleverd als we die normen niet meer allemaal zelf hoeven door te spitten, misschien kan dan het toezicht wel omhoog en worden er minder "bouw"fouten gemaakt.
ir.A.M de Vos | Geplaatst op: 31-03-2007
NEN-bundels kennen zeer veel fouten en daarnaast zowel zeer veel situaties die alleen maar theortisch voorkomen (NEN 6068, NEN2757, NEN 2580 etc.) als ontbrekende situaties die WEL voorkomen. (B.v. NEN 6068: geen regeling brandcompartimentering platte daken). Het NNI reageerde zeer onbenullig op mijn vraag dat het toch vreemd is dat NEN-Bundels rechtskracht hebben terwijl zij niet vrij, maar alleen monopolistisch beschikbaar zijn. We moesten de NmA maar eens inschakelen Hieronder de correspondentie: Geachte heer Vos, NEN Bundels bevat de meest voorkomende normen die in het bedrijfsleven gebruikt worden. Normen zijn vanuit Normalisatie Instituten niet verplicht. Sommige normen worden door een o.a. Bouwbesluit aangewezen maar nooit een hele bundel. NEN is een Stichting en geen wetgever en maakt geen wetten. Een wetgever kan normen aanwijzen. Elk land heeft een Normalisatie Instituut en dat zijn allemaal stichtingen waarvan de normen een prijs hebben. >>> Michaël de Vos 03/20/07 10:13 vm >>> Geachte mw.Fritz, De facto hebben de NEN-bundels rechtskracht. Er zijn verplichte koppelingen met/vanuit het bouwbesluit. Dat zal u toch niet ontgaan zijn ? NEN-bundels zijn dus "wet" en zouden net zoals het bouwbesluit kosteloos (on-line bijvoorbeeld) moeten kunnen worden geraadpleegd. Ik zal daar werk van gaan maken. Hoogachtend, ir.A.Michaël de Vos ----- Original Message ----- From: "Bestel" To: Sent: Monday, March 19, 2007 1:35 PM Subject: Doorgest.: Contact Geachte heer de Vos, Uw vraag is ons niet helemaal duidelijk? NEN is niet door de overheid aangewezen maar is een Stichting. Bijna elk land heeft een Normalisatie Instituut welke in Europa onder de overkoepelende organisatie CENELEC in Brussel vallen. Daar worden o.a. de Europese normen NEN-EN.... opgesteld. Voor meet informatie betrefende normalisatie verwijzen wij u naar onze website www.nen.nl met vriendelijke groet, Andrea Fritz NEN Klantenservice >>> 03/16/07 8:26 nm >>> onderwerp : info@nen.nl vraag : Is het NNI een door de overheid aangewezen instituut dat geen concurrentie MAG hebben ? Of bestaat er ten aanzien van normen een "vrije markt" zoals onze overheid graag wil ? bedrijfsnaam : de Vos architecten
Albert Viswat | Geplaatst op: 27-03-2007
aan mr BP Marijnen: U heeft helemaal gelijk echter, wanneer wordt afgeweken van een geschreven tekst in een specifieke norm, en hiervoor een alternatieve (gelijkwaardige) oplossing wordt gerealiseerd, zal de discussie met de handhaver wellicht worden gewonnen. Echter de negative zweem rond deze oplossing is een commerciele draak die niet zo maar is weg te poetsen bij personen die de aanvankelijke norm of normtekst heeft geeist. BoWoTo, Brandweer zijn mensen die normen toepassen omdat dat in het bouwbesluit staat. Deze mensen kennen deze normen en niet de alternatieve oplossingen volgens Europese wetgeving. Het gevolg is dat een bedrijf beoordeeld wordt op het niet voldoen aan verwachtingen van de eisende partij. In de relatief kleine wereld van BoWoTo's en Brandweren hebben we dan te maken met commerciele schade door het niet letterlijk toepassen van de normen. Tevens: Aantoonbaar gelijkwaardige oplossingen zijn grillig, niet vastomlijnd en daarmee gevoelig voor interpretatieverschillen. Hierdoor is afkeuring van deze oplossingen een groot (ondernemers) risico die in de reguliere aannemerij onaanvaardbaar zijn. Het bedrijfseconomisch belang staat voorop. Een eindeloze discussie over goed of fout is eventueel te winnen echter het verlies in acceptatie voor toekomstige projecten staat wel erg op het spel.
Albert Viswat (projectering deskundige) | Geplaatst op: 27-03-2007
Normen gratis!!! Het is een farce maar wel een leuke jurisiche uitdaging. Per definitie hebben we het hier over commerciele belangen. Die bestaan al sinds de normen bestaan en worden alleen nog maar heviger sinds de SDU in eigendom naar een private bank/verzekeraar is overgegaan. Wellicht dat de toekomstige jurispudentie (uit dit initiatief) een schokgolf(je) teweeg heeft gebracht bij de eindeloos slapende overheid. Zij hebben helaas weer geblunderd door in het bouwbesluit te verwijzen naar normen die zij zelf niet hebben geschreven danwel verspreiden. De controle op wat er wordt geeist is dan zoek en hiermee een mogelijkheid voor de oplettende fabrikanten om producten normtechnisch te verkopen. Tjonge overheid, knap staaltje prutswerk.
teunis hage | Geplaatst op: 24-03-2007
Met opvallend gemak wist de kleuter met behulp van de doorvalbeveiliging uit zijn NEN genormeerde bovenkamer te klauteren. De verzekeraar was er al uit...
Adriaan Jurriens (bouwkundig tekenaar) | Geplaatst op: 22-03-2007
Ben net bezig met bouwbesluit berekeningen aan het maken... maar het bouwbesluit verwijst weer eens naar de norm: "Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 3.133 gegeven oppervlakte." meer hoef ik niet te zeggen...
Nico Roosnek | Geplaatst op: 15-03-2007
Het meest opmerkelijk van een bekende norm over de gewogen dB's is dat de dB(c) formule niet overeenkomt met de dB(c) tabel! Daar betaal je dan voor. Deze normen kunnen net zoals de patenten beter Europees georganiseerd worden. Goedkoper, zonder fouten en eenduidig. Daarvoor is toch deze EEG?
Bas (Student constructie techniek) | Geplaatst op: 12-03-2007
Gratis NEN normen maakt het instromen in het bedrijfsleven stukken makkelijker. Op school krijgen we enkele kopieen (20 paginas her en der weggeplukt) uit een norm en daar moeten we mee rekenen. Een echte norm krijg je pas voor ogen als je bent afgestudeert, of je "leent"ze tijdens je stage periode maar dat kan ook niet de bedoeling zijn! Maak je ze gratis dan profiteer je van beter voorbereidde toekomstige collega's!
Frans Pijpers | Geplaatst op: 01-03-2007
Gratis NEN? Dat kan toch als we alle in bezit hebbende normen publiceren op Internet. Voor iedereen toegankelijk. Zo komen we toch een heel stuk in de richting lijkt me... Wel ff samenspannen natuurlijk...
Chris Hermsmeyer | Geplaatst op: 01-03-2007
Europese normen, ontwikkeld onder mandaat van de Europese Commissie (volgens o.a. de Richtlijn Bouwproducten) , zijn europese CEN normen (EN of NEN-EN normen met annex ZA). De NEN is auteursrechthebbende en verdedigen de auteursrechtelijke belangen van de ISO, IEC, CEN, CENELEC en CECC. Die auteursrechten kunnen niet aangevochten worden omdat de auteursrechten niet bij de overheid maar bij een private instelling liggen. Op het moment dat de overheid deze auteursrechterlijke documenten tot wet verheft vallen ze waarschijnlijk onder het beleid om overheidsinformatie optimaal beschikbaar te stellen. Het zou betekenen dat de overheid ( VROM) de europese auteursrechten van o.a. CEN zou moeten overnemen. De omzet van de NEN bedraagt al 24 miljoen per haar. Het afkopen van de europese CEN rechten van gemandateerde normen zou vele miljoenen per jaar gaan kosten.
G. van Houdt | Geplaatst op: 28-02-2007
de term gebruiksoppervlakte wordt overigens 181 keer genoemd in het bouwbesluit.....
G. Van Houdt | Geplaatst op: 28-02-2007
Je kunt volgens mij niet eens de gebruiksoppervlakte bepalen zonder de NEN-norm.... Zonder de norm wordt de term GO wel erg vatbaar voor interpretatie........
ad smits(ex BWT/Constructeur) | Geplaatst op: 21-02-2007
Dat je ook zonder normen kunt is natuurlijk net zo'n stupide opvatting als stellen dat je ook zonder auto, bus of trein in Timboektoe kunt geraken. Maar ja, juristen hè, we zitten er helaas wel steeds meer mee. Het is in overheidsland helemaal niet ongebruikelijk om vergoeding van de kostprijs te vragen voor afschriften van bepaalde stukken, voorschriften e.d. Wat je daarbij onder de kostprijs moet verstaan is niet genormeerd (!) zolang als je op papier maar geen kosten toerekent die elders al vergoed worden, via gemeentefonds of zo. Je kunt er nog heel veel over zeggen. Naar mijn mening zou het de overheid sieren als ze zou zorgen voor beschikbaarheid "om niet" van alles wat ze voorschrijft en daar alleen enkele logische en practische beperkingen bij geeft. Overigens, ook het bedrijfsleven heeft hier een fiks pak boter op het hoofd als je bedenkt wel belang men heeft (en geld steekt in) "normering" van bepaalde produkten of werkwijzen. Denk maar eens aan alle octrooi-, licentie- en auteursrechten die men claimt op producten die vervolgens niet in de markt worden gezet omdat die het eigen lucratieve product kunnen schaden. En dat doe je dan door simpelweg een normeringsonderzoek te financieren. Oké, ik dwaal af, blijven streven naar "gratis" normen dus.
John Verweij (aannemer) | Geplaatst op: 15-02-2007
Dat er normen zijn prima. Het probleem is dat je niet even snel de juiste norm erbij kunt pakken. Er zijn wel systemen voor maar dat is absurd duur plus er zitten allerlei beperkingen aan. Je mag informatie niet binnen je bedrijf verspreiden enz. Dit werkt gewoon niet. Wat ik uit de informatie over de 'toepasselijkheid' haal is dat de overheid stelt dat de NEN-normen helemaal niet bindend zijn. Dat is helemaal fraai, in de wet opnemen en dan zeggen het kan ook anders. Hoe dat dan moet wordt niet aangegeven maar als je je niet aan de regels houdt wordt je wel op de vingers getikt. Dat kan toch gewoon niet. Het verhaal over wie voor de kosten opdraait is ook zo krom als het maar kan. Normen zijn nodig maar zorg en dan wel voor dat iedereen hier gewoon gebruik van kan maken.
Job Landre | Geplaatst op: 14-02-2007
Het opstellen van wetten en normen kost, hoe dan ook, geld. Of dat geld nu wordt betaald aan de overheid (via de belasting) of aan een instituut bij aankoop, maakt in wezen niets uit. Voor bouwnormen worden de aankoopkosten bovendien doorberekend aan de koper van het bouwwerk, dus waar zeuren we over.
corne | Geplaatst op: 14-02-2007
normen zijn noodzakelijk om te kunenn communiceren. zonder normen moet je eerst omschrijven waar het over gaat ipv meteen norm xx te gebruiken. Geeft een hoop duidelijkheid en voorkomt discussies over interpretaties. Ook in de IT moet er veel uitgewisseld worden hoe meer er vasdt gelegd is hoe makkelijker.
BOB | Geplaatst op: 13-02-2007
niet nodig juh gewoon wat dom weg bouwen
Bart van Cleef, delft | Geplaatst op: 13-02-2007
Normen zijn er o.a. om ons te helpen aan de wet (bijv. Europese richtlijn) te voldoen. Je kunt ook op een andere manier dit bewijzen, bijvoorbeeld een rapport van een erkend keuringsinstituut. Maar dan zij we wel tenminste 20 x zo veel geld kwijt .
J.A. Smit | Geplaatst op: 05-02-2007
Normering heeft zijn waarde, in het bijzonder, op die terreinen waar de veiligheid en betrouwbaarheid gediend is. Dit geldt zeker als het om nieuwe, nog tot stand te brengen, (bouw)projecten gaat. Als de (lokale)overheid bij het realiseren van deze (bouw)projecten naar NEN normering verwijst en er zelfs in diverse situaties sancties of repressie maatregelen aan vast knoopt kan het niet anders zijn dan dat de normering door de wetgever als bindend wordt gehanteerd en daarmee in de wet is opgenomen. Het is zelfs zo dat de (lokale)overheid de (nieuwe) NEN normering projecteert op al decennia lang bestaande woonsituaties en deze van oudsher geaccepteerde woonvormen ermee in de illegaliteit laat belanden. Juridisch verwijst de overheid dan naar de (nieuwe) NEN normering en verplicht de bewoners om substantiële financiële kosten op zich te nemen. De overheid schijnt zich er niet van bewust te zijn dat normering in het leven geroepen is om toekomstige zaken goed of beter te regelen. De wetgever, met deze bedoel ik regering en parlement, zouden de uitvoerende overheid hiervan moeten doordringen. De uitvoerende overheid zou óók de verplichting moeten krijgen om een ieder die activiteiten wil uitvoeren, waar normen bij gehanteerd moeten worden, deze normen kosteloos ter beschikking te stellen.
Arthur Verhalle | Geplaatst op: 30-01-2007
In reactie op mr Marijnen het volgende: dankzij die fijne Europese richtlijnen zitten we nu juist met een gigantische kostenpost in verband met de dubieuze harmonisering van landelijke normen met de europese normen. Per saldo verandert er weinig tot niets, maar iedere instantie/opdrachtgever refereert aan de recentste norm. Met het nieuwste bouwbesluit si het al niet anders ; een schier eindeloze reeks verwijzingen naar normen die dan weer (nog) niet zijn opgenomen in de lokale bepalingen (verordeningen). Kortom een janboel die alleen regelgevers en norm-verspreiders rijk maakt. Daarbij komt nog een vercommercialiseerde club als het NNI waardoor je als adviseur/bouwer/installateur/architect op een vreselijke wijze op kosten wordt gejaagd. Intussen heeft het "grote geld" ook ontdekt dat in deze markt nog genoeg kan worden gemolken : samen met bank-verzekeraard Allianz heeft neerlands trots ABN-AMRO de SDu opgekocht...... Ik bedoel maar.
Erik van Amelsvoort (QA Manager Analytico Milieu) | Geplaatst op: 26-01-2007
Een bericht uit een heel andere hoek, namelijk die van een milieulaboratorium. Voor ons zijn de NEN en ISO normen erg belangrijk. Onze klanten vragen om analyses conform een bepaalde norm. Bovendien moeten laboratoria aantonen dat een bepaalde verrichting onderling gelijkwaardige resultaten oplevert. Wanneer iedereen gebruik maakt van dezelfde norm, dan wordt dat wel een stuk makkelijker. Kortom, normalisatie is een goede zaak.
Ilona Pijlman (bureaucoördinator Beroepsvereninging Nederlandse Interieurarchitecten) | Geplaatst op: 25-01-2007
Ik zal dit bij mijn leden onder de aandacht brengen en eens kijken wat hun reactie hierover is.
Johan E. Martens (ontwerper) | Geplaatst op: 25-01-2007
Wat een gezeur allemaal. Door de NEN normen te hanteren worden er goede projecten gerealiseerd. Dat is toch in het belang van iedereen en de overheid in het bijzonder! Vrijgeven dus. De kosten die daar mee gemoeid zijn verwerken in de bouwleges dan worden ze betaald door de gebruiker. Simpeler kan het volgens mij niet. Of zit er ergens weer een addertje onder het gras? Wat als je de normen toepast en er ontstaat een gebrek doordat de NEN norm niet bleek te kloppen. Wie is dan aansprakelijk?
Hepco van der Zee (bouwbedrijf) | Geplaatst op: 22-01-2007
Niet zozeer als discussiepunt, maar ter overweging: Wellicht is het verstandig voor Knooble Bouw om contact op te nemen met BNA; VNI en Bouwned om daar de meningen te peilen. Deze overkoepelende organisaties kunnen een peiling onder hun leden houden over hoe in de praktijk nu met deze normen wordt gewerkt en hoeveel normen nu ook daadwerkelijk worden aangeschaft. Het is dan zeer waarschijnlijk een feit dat de beoogde werking van het bouwbesluit met verwezen NEN normen in de praktijk niet wordt opgevolgd, omdat het voor de meeste bedrijven (financieel) onmogelijk is om alle normen aan te schaffen, c.q. up to date te houden. De uitkomsten van zo'n (internet) onderzoek kunnen dan weer worden gebruikt om het standpunt van Knooble t.a.v. het vrij toegankelijk maken van de NEN normen, te onderbouwen.
Johan Jansen | Geplaatst op: 22-01-2007
Reactie op BP Marijnen: in de theorie is dat een mooi verhaaltje, maar de praktijk is TOTAAL anders! Je kunt niet aan de eisen van de overheid voldoen zonder NEN. Wel eens een discussie gehad met een BWT medewerker? Probeer dan maar eens te vertellen dat je ook zonder de NEN aan regelgeving hoeft te voldoen...
Pele Leussink | Geplaatst op: 20-01-2007
Natuurlijk, als het einddoel aantoonbaar wordt gehaald is er niets aan de hand, De kreet "gelijkwaardige oplossing," is een mooi voorbeeld. De handhavers gaan in de praktijk uit van NEN als wet, en het aantonen van de gelijkwaardigheid van oplossingen zijn, in mijn beleving, altijd gebaseerd op een vergelijking met hetgeen in de NEN beschreven. Mijn stelling: Aantonen dat de oplossingen gelijkwaardig zijn, kosten de maatschappij zeer veel meer geld dan de openbaring van de meest actuele NEN / ISO normen...
mr BP Marijnen (Europees wetgevings specialist) | Geplaatst op: 18-01-2007
Mijn oog viel op deze discussie en dit ontlokt mij de volgende opmerking: Zolang het einddoel van de wetgeving aantoonbaar wordt gehaald, en een technisch onderbouwde verdediging bestaat van de oplossing, kan in veel Europese Richtlijnen zonder de ISO normen (of NEN voor Nederland) aan de Europese Richtlijn worden voldaan. (de Nederlandse wetgeving moet voldoen aan de Europese Richtlijn)
Henk Koenders (ontwerper) | Geplaatst op: 12-01-2007
Ik snap niet hoe de overheid hier mee bezig is. Ik verkeer nog in de veronderstelling dat ik me aan de NEN-normen heb te houden. Voor elementaire zaken zoals daglichttoetreding, compartimentering enz. zie ik niet hoe dit zonder de NEN's kan maar misschien moet iemand mij dat maar eens voordoen.